nieuws

Wallage optimistisch over beroepskwalificatie VBO

bouwbreed

Aannemend Nederland hoeft zich volgens staatssecretaris Wallage (Onderwijs) niet bezorgd te maken over de basisvorming. De invoering ervan in het voorbereidend beroepsonderwijs betekent weliswaar meer algemene vorming, maar de vakinhoudelijke kant wordt niet vergeten. “Uitvoerend werk vergt niet alleen vakbekwaamheid. Steeds vaker worden algemene kwalificaties als talenkennis en communicatieve vaardigheid geeist.”

N. Orie Staatssecretaris Wallage: “…meer nadruk op algemene vorming is ook voor bouwvakker van belang…”

In een interview met deze krant constateert drs. J. Wallage dat het (bouw)bedrijfsleven vaak dubbele eisen stelt aan het zogenoemde initiele beroepsonderwijs. “Enerzijds willen werkgevers dat leerlingen in het voorbereidend beroepsonderwijs (vbo, voorheen lbo) in hoge mate vakinhoudelijk worden voorbereid op hun toekomstige beroep. Anderzijds wordt er een steeds bredere algemene ontwikkeling gevraagd.”

Werkgevers, aldus Wallage, verwachten steeds vaker van hun werknemers dat ze blijven leren tijdens het dienstverband. Dit om de steeds gecompliceerder wordende produktieprocessen te ke bijbenen. Een en ander houdt in dat er dan ook een bredere basis moet zijn dan alleen een vakinhoudelijke. De basisvorming voorziet daarin.

De staatssecretaris voegt eraan toe dat het een misverstand is om te denken dat de invoering van de basisvorming een lagere beroepskwalificatie van het VBO inhoudt. “Het is een andere kwalificatie. Ambachtelijke vaardigheden worden meer dan vroeger het geval was gecombineerd met algemeen vormende. Ook voor de bouwvakker is dat van belang.”

Leerplan Het wetsvoorstel Basisvorming had, voordat het vorige zomer door de Kamer werd goedgekeurd, al een lange voorgeschiedenis. Begin jaren zestig werden reeds pogingen gedaan een schoolvorm te bedenken die kinderen niet dwingt een keuze te maken die ze op twaalfjarige leeftijd ei genlijk niet ke maken, namelijk voor welk schooltype ze het meest geschikt zijn. Na tussenstappen als de Middenschool (1975, Kemenade) deed Wallage een nieuwe poging.

Zijn door de Kamer goedgekeurde wet op de basisvorming is geen nieuw schooltype, maar eerder een leerplan dat door de huidige schoolvormen (vbo, mavo, havo, vwo) heenloopt.

Dit leerplan behelst de invoering van vijftien verplichte vakken tot een bepaald niveau (kerndoelen) voor alle schoolsoorten. Leerlingen in het vbo mogen er echter aanzienlijk langer over doen dan de vwoers. Als belangrijkste ver andering ten opzichte van het huidige systeem geldt dat vboleerlingen veel intensiever algemeen vormend worden geschoold, terwijl de leerlingen in het algemeen vormend onderwijs ook technisch onderricht krijgen.

Geringe status De werkgevers in de bouw zijn minder postitief over de implementatie van het leerplan basisvorming in het vbo. Al in een vroeg stadium hebben zij bij monde van het AVBB hun bezorgdheid geuit over de invoering van de basisvorming in het vbo. De koepel van ondernemersorganisaties in de bouw is van mening dat de basisvorming de toch al geringe status van het beroepsonderwijs versterkt. Het sterke punt van het huidige vbo is volgens het AVBB dat het een praktisch voorbereidende opleiding is voor leerlingen die aanleg voor en interesse in praktisch gerichte beroepen hebben. De basisvorming, met haar algemeen vormende vakken, gaat volgens de bouwwerkgevers voorbij aan het feit dat een praktisch beroep wordt aangeleerd door veel uren te steken in praktisch bezig zijn. Zij vinden de vrijstellingen die voor de algemeen vormdende vakken te verkrijgen zijn “een doekje voor het bloeden” .

Wallage is, in tegenstelling tot het AVBB, zeer optimistisch over de invoering van de basisvorming in het vbo. Hij wijst op het feit dat er een minimum aan beroepsgerichte vakken in het vbo van 24 uur is opgenomen. Voorheen was dit 21 uur.

De scholen die hier ruim boven kwamen zien nu moeilijkheden. “Maar” , benadrukt Wallage “dat hoeft niet. De technische vakken hoeven niet te worden weggedrukt. Ik ben van mening dat er een degelijke beroepsvoorbereiding moet blijven.”

Opwaartse druk De staatssecretaris van Onderwijs zegt er tevens van overtuigd te zijn dat de interesse voor techniek in het algemeen vormende onderwijs groter zal worden. “Straks heeft iedere middelbare school een goed geoutilleerd technieklokaal.

Dat betekent dat het technisch onderwijs uit het niet meer zo populaire hoekje van de ambachtsschool wordt gehaald.

Dat was hard nodig. De opwaartse druk zal hierdoor enigszins worden weggenomen. De tendens was immers dat steeds minder mensen hun kinderen een opleiding in het lagere beroepsonderwijs lieten volgen. Sinds de fusies met algemeen vormende scholen op gang komt, zie je dat de deelname aan het vbo voor het eerst weer groeit. Logisch, want de keuze voor het vbo is minder definitief als deze schoolsoort is ingebed in een brede scholengemeenschap.

De overstap naar een algemeen vormende opleiding binnen dezelfde instelling wordt makkelijker.”

Kerndoelen Op het operationele niveau voorziet hij dat de leraren in het voorbereidend beroepsonderwijs heel goed weten wat voor vlees ze in de kuip hebben. “Ik acht ze heel goed in staan om met de kerndoelen in de hand de praktische gerichtheid die het vbo van oudsher heeft te ke uitbuiten. De Basisvorming laat zich heel goed inpassen in een praktische setting. Het metselen van een muurtje kan natuurlijk heel goed worden gekoppeld aan een meer theoretische opdracht.”

De mensen die hun arbeidszame leven lang uitvoerend werk in de bouw zullen verrichten moeten, zo vindt Wallage, een bredere algemene basis krijgen; tenminste het niveau van de basisvorming. “Ook bij routinewerk moeten mensen aanspreekbaar zijn. Ik denk aan zaken als het ziekteverzuim of arbeidsomstandigheden. Wil je de bouwvakker daar effectief op ke aanspreken dan zul je zowel de vakman als de mens daarachter moeten benaderen. Aan die wisselwerking werd in het lbo te weinig aandacht besteed.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels