nieuws

V&W wil meer samenhang bij aanleg infrastructuur

bouwbreed Premium

De aanlegprogrammas voor de weg-, water- en railinfrastructuur en voor infrastructuur ten behoeve van het stad- en streekvervoer zullen voortaan zoveel mogelijk integraal en op basis van dezelfde prioriteitenstelling worden uitgevoerd.

Per regio moet dit leiden tot een totaalpakket van infrastructurele maatregelen, waarmee maximaal kan worden bijgedragen aan verwezenlijking van de doelstellingen uit het Tweede Structuurschema Verkeer en Vervoer en de Vierde nota Ruimtelijke Ordening Extra.

Investeringsimpuls

De keuze voor een integrale aanpak is het gevolg van de geplande investeringsimpuls.

Er komen nu behoorlijk wat poen eerder in aanmerking voor uitvoering dan in het verleden was voorzien. Dat vergt meer afstemming en coordinatie.

Criteria die bij de bepaling van de status van een po een rol spelen zijn de bijdrage die wordt geleverd aan de verbetering van de bereikbaarheid en de leefbaarheid, en aan de versterking van de economische en ruimtelijke structuur en kwaliteit.

Achterland

Bij wegen en vaarwegen is verder van belang of het gaat om een hoofd-, achterland- of overige verbinding. De achterlandverbindingen krijgen in de visie van het kabinet de hoogste prioriteit.

Bij spoorwegen komen de internationale verbindingen op de eerste plaats, daarna de randstedelijke verbindingen, en dan de verbindingen in de rest van het land.

Bij de infrastructuur voor stad- en streekvervoer gaat de eerste prioriteit uit naar de verbindingen tussen de vier grote steden.

Vervolgens komen de verbindingen in de rest van de Randstad en overige BoN-gebieden aan de beurt. De andere vervoerregios volgen daarna.

In de periode 1994-1998 zal jaarlijks gemiddeld f. 4,2 miljard worden besteed aan aanleg en verbetering van weg-, water- en railinfrastructuur.

Voor onderhoud is een bedrag beschikbaar van gemiddeld f. 2,5 miljard.

Eind 1994 wordt bezien of het systeem werkt.

Reageer op dit artikel