nieuws

Investeerders bepalen zelf hun investeringsstrategie

bouwbreed Premium

Het is een misvatting te denken dat een gemeente bepaalt hoe investeringen in de volkshuisvesting moeten worden gedaan. Het is namelijk degene die het kapitaal levert die uitmaakt hoe en wanneer hij dat doet. Het enige dat de gemeente kan doen is de lijnen aan te geven waarbinnen die investeringen moeten worden gedaan.

Dit zei E. van der Putten, directeur van de woningbouwvereniging Dr. Schaepman, gisteren op de conferentie over de nota investeerdersstrategie voor woningbouw en woningverbetering in Amsterdam. In deze nota zet de gemeente de koers uit op welke wijze de komende jaren het Amsterdamse Volkshuisvestingsbeleid moet worden gevoerd.

Basis van de nota is onder andere dat voor de verbetering van de woningmarkt de bewoners dieper in de buidel moeten tasten. De vijfhonderd miljoen gulden die hiervoor nodig is moet door middel van extra huurverhogingen worden bekostigd. Verder moet de hoofdstad jaarlijks tweeenzestighonderd woningen bouwen.

Een groot deel daarvan moet in de marktsector worden gerealiseerd.

Differentiatie

Op de discussiemiddag benadrukte verantwoordelijk wethouder L. Genet dat in alle stadsdelen het woningaanbod moet worden gevarieerd. ‘Het woningaanbod’, zo hield de wethouder zijn gehoor voor, ‘moet veelzijdiger worden.

Daarbij is ook het eigen wo ningbezit, in Amsterdam met de huidige tien procent nog het laagste van het land, naar vijfentwintig procent te brengen.

Dit kan naast het invullen van locaties ook als corporaties besluiten woningen te verkopen.” Belangrijke boodschap in de nota is volgens Genet dan ook dat door het stimuleren van de doorstroming de huidige scheefheid wordt tegengegaan. Het verhogen van de huren van de mensen die dat ke betalen is daar in zijn ogen een van. Daarbij zei hij wel dat dit een politieke afweging is.

‘Mag je’, zo vroeg hij zich hardop af, ‘huren als een soort solidariteitsprincipe verhogen om daarmee nog niet opgeknapte woningen te verbeteren.’

Kritiek

Van der Putten plaatste op de conferentie de nodige kanttekening. In zijn ogen gaat Genet er in de nota te optimistisch van uit dat de corporaties het allemaal wel even ke en ook zullen doen.

‘Met name de aan de corporaties toegeschreven rol als projectontwikkelaar mist iedere financiele onderbouwing’, aldus van der Putten. Ook plaatste hij vraagtekens bij de verkoop van woningen door de woningbouwvereniging.

‘Het is namelijk nog maar de vraag of appartementen worden verkocht, en als ze worden verkocht of dat tot een wezenlijke bijdrage aan de algemene bedrijfsreserve leidt.’

Volgens van der Putten moeten investeerders worden verleid tot het doen van investeringen. Dat betekent in zijn ogen het geven van duidelijke richtlijnen en mogelijkheden waarop dat mogelijk is. In dat kader noemde hij de nota ‘prijzenswaardig’.

‘Maar’, zo hield hij de zaal voor, ‘Amsterdam moet nog meer laten zien dat het aantrekkelijk is om in de volkshuisvesting te investeren.’

Reageer op dit artikel