nieuws

Bijscholingsactiviteit in noorden wordt opgevoerd

bouwbreed Premium

Hoewel de bijscholingsactiviteiten in het kader van artikel 35 B van de bouwcao in de drie noordelijke provincies iets boven het landelijke gemiddelde liggen, is het district Noord van de bouwbond FNV er duidelijk niet over te spreken. Uit een recente enqu^ete blijkt dat ruim 60% van de bouwvakarbeiders die reageerden interesse in die scholing heeft, terwijl in het noorden niet meer dan 30% van de werknemers er daadwerkelijk gebruik van maakt.

Volgens districtbestuurder G. Grooten komt dat omdat te veel werkgevers zeggen voor die scholing geen tijd te ke inruimen en daarom hun werknemers niet wensen te motiveren. Hij zei bezorgd te zijn dat vooral de kleinere bedrijven achterblijven als het om de tweedaagse bijscholing van hun personeel gaat. Bij de continue introductie van nieuwe technieken en materialen alsmede wetgeving op milieugebied en eisen ten aanzien van verbetering van arbeidsomstandigheden in verband met veiligheid en gezondheid, is bijscholing volgens hem hard nodig. Bij het ontbreken daarvan zijn het vooral bedrijven van deze grootte die het moeilijk hebben zich te handhaven.

Hij deelt die zorg volgens hem met de NVOB-secretarissen in drie noordelijke provincies.

Van de 22500 bouwvakkers die in het noorden actief zijn blijkt zon 30% per jaar gebruik te maken van het in de bouwcao genoemde recht op bijscholing.

Grote interesse

Uit de bij de plaatselijke vertegenwoordigers gehouden enquete, die werd gehouden op het moment dat werknemers hun vakantierechten te gelde kwamen maken, blijkt de animo voor cursussen veel groter te zijn. Per provincie laat de enquete de volgende resultaten zien. In Groningen reageerden 550 werknemers van 175 bedrijven, in Friesland waren dat er 479 die bij 191 bedrijven werkzaam zijn, in Drenthe kreeg men 519 formulieren terug van werknemers in dienst van 193 bedrijven. Voorts ontving men er nog 194 van werknemers in dienst van bedrijven die niet in het noorden zijn gevestigd maar er wel werk uit voeren. In het algemeen bleek ruim 60% in bijscholing geinteresseerd. Verreweg de grootste animo is er voor vaktechnische cursussen, tussen de 40 en 45% zou een cursus veilig en gezond werken willen volgen, terwijl een kleine 20% dat wil doen als het om planning en organisatie gaat. Hoewel de enquete tot de b&u en gww-sector beperkt was kwamen ook nog 66 reacties van schilders binnen, waaruit overigens een veel geringere animo voor bijscholing bleek.

Met de uitslag van deze enquete als basis gaat regio-coordinator W. Westerman van het scholingsfonds nu de bedrijven af om directie ertoe te brengen voor z’n personeel een scholingsplan op te zetten. Alle bijscholingscursussen -er kan uit een aanbod van 400 gekozen- worden individueel dan wel per bedrijf gegeven bij de samenwerkingsverbanden in het noorden.

Belang

Uit die samenwerking blijkt dan wel weer dat ook werkgevers (die tenslotte deze verbanden in het leven riepen) wel degelijk het belang van bijscholing inzien, maar dat organisatorisch niet altijd goed tussen de werkzaamheden ke inpassen.

Werkgevers ke bij het scholingsfonds 100% van de loonkosten declareren als dit soort bijscholing door hun werknemers wordt gevolgd, alsmede 75% van de cursuskosten tot een maximum van f. 100 per dag per deelnemer en een bijdrage van f. 20 in de reiskosten.

Reageer op dit artikel