nieuws

Aanpasbaar bouwen: nu niet duurder, straks goedkoper

bouwbreed Premium

Aanpasbaar bouwen moet gemeengoed worden. Experimenten hebben aangetoond dat het kan. Het is niet duurder, maar vergt wel een andere mentaliteit. Binnenkort begint een campagne om gemeenten en woningbouwcorporaties over de streep te trekken. Het doel: aanpasbare nieuwbouw en meer liften bij bestaande middelhoogbouw. Dat laatste kost overigens wel geld.

‘Aanpasbaar bouwen betekent ni’et dat je iets extras doet, maar dat je het anders doet. Meestal kan het dan ook zonder meerkosten. Het resultaat is een woning die relatief gemakkelijk en goedkoop geschikt kan worden gemaakt voor bewoning door mindervaliden. Valide gebruikers ondervinden er echter geen nadelen van. Het gaat om normale woningen die als extra kwaliteit hebben dat ze gemakkelijk zijn aan te passen aan de wensen van gehandicapten.’ Zo legt Rene Scherpenisse van de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting (SEV) in het kort uit wat aanpasbaar bouwen betekent.

Omdat lang niet iedereen de mogelijkheden kent, heeft de SEV het initiatief genomen tot een voorlichtingscampagne.

De campagne is opgezet als coproduktie van de SEV, de koepelorganisaties NWR en NCIV, de Vereniging Nederlandse Gemeenten en de Gehandicaptenraad.

Scherpenisse hoopt dat met de campagne wordt bereikt dat aanpasbaar bouwen wordt geintegreerd in het beleid. ‘De norm moet verschuiven. Niet de actieve dertiger of veertiger moet het uitgangspunt zijn, maar de oudere. Dan maak je woongebieden die niet alleen voor de gehandicapte, maar ook voor de mobiele mens aantrekkelijker zijn.’

De campagne bestaat uit vijf studiedagen met als titel ‘Toegankelijkheid voor iedereen’, het uitbrengen van twee brochures (‘Aanpasbaar bouwen en verbouwen’ en ‘Een lift in een bestaande flat’) en gratis adviezen voor woningbeheerders die met concrete vragen zitten. Daarnaast brengt de SEV een handboek uit over liftplaatsingen bij bestaande middelhoogbouw. De campagne wordt gesteund door het ministerie van Vrom met een bijdrage van f. 300000.

Experimenten

Startpunt voor de campagne vormen de resultaten van de experimenten die tussen 1985 en 1991 met steun van de SEV door de NWR zijn uitgevoerd.

Samen met 33 woningcorporaties zijn 40 aanpasbaar gebouwde poen gerealiseerd met uiteenlopende woningtypen. Voor het ontwerp van de woningen zijn de woonbehoeften van een rolstoelgebruiker als maatstaf genomen. Uitgangspunt is dat een woning die groot genoeg is voor een rolstoelgebruiker, ook geschikt is voor mensen met een andere handicap.

Maar ook voor niet-gehandicapten blijken de woningen praktisch te zijn. Voldoende draairuimte voor een rolstoel is bijvoorbeeld ook gemakkelijk voor iemand met een kinderwagen. Een aanpasbaar gebouwde woning is dan ook principieel iets anders dan een aangepaste woning. Die ontstaat pas als de bewoner gehandicapt zou raken en de wo ning daadwerkelijk aan zijn behoeften wordt aangepast.

Doordat er in het ontwerpstadium al rekening mee is gehouden, kan dat dan 30 tot 60 procent goedkoper dan anders.

De experimenten resulteerden in het ‘Handboek aanpasbaar bouwen’ waarin richtlijnen zijn uitgewerkt. Volgens Scherpenisse gaat het in het algemeen om simpele aanpassingen in het ontwerp, zoals de hoogte van de bel en de schakelaars, de breedte van de deuren, de grootte van de hal, de toegang tot het toilet en de mogelijkheid tot het aanbrengen van beugels en andere voorzieningen in de badkamer.

Uit de evaluaties van de experimenten blijkt volgens Scherpenisse dat de meerkosten daarvan zijn te verwaarlozen, mits de eisen tot aanpasbaar bouwen vanaf het eerste stadium in het ontwerp zijn verdisconteerd. Tijdens het experiment bleek aanpasbaar bouwen in sommige gevallen zelfs goedkoper.

Bestaande woningen

Lastiger is het aanpasbaar maken van bestaande woningen.

De structuur van bestaande woningen is meestal zo, dat er grotere (en dus duurdere) ingrepen nodig zijn. Dat betekent niet dat er in renovatiepoen niets kan worden bereikt. Scherpenisse: ‘Je kunt alleen minder ver gaan dan bij nieuwbouw. Toegankelijkheid voor een rolstoel kun je in het algemeen wel vergeten, maar in de detaillering is wel veel te doen.’

De SEV is dan ook bezig om samen met de NWR een pakket van maatregelen te ontwikkelen waarmee woningen bij renovatie geschikt ke worden gemaakt voor licht gehandiapten.

De plaatsing van liften bij middelhoogbouw biedt voorlopig de meeste perspectieven. Dat is dan ook een van de aandachtspunten in de campagne van de vijf samenwerkende organisaties.

Als alle naoorlogse flats van een lift zouden worden voorzien zouden er 93000 liften nodig zijn, die samen toegang geven tot 730000 woningen.

De mogelijkheden van de begin dit jaar ingestelde subsidieregeling van het ministerie van Vrom vallen bij die getallen in het niet. Vrom heeft voor een periode van drie jaar f. 58 miljoen beschikbaar gesteld. Met dat bedrag zijn 1450 liften te realiseren.

Toch is Scherpenisse gelukkig met de regeling. Woningbeheerders ke ermee over de drempel worden gehaald. In de periode tussen 1988 en 1991 zijn als experiment 550 liften geplaatst ten behoeve van 8000 woningen. Uit het experiment bleek dat de gemiddelde kosten voor het plaatsen van een lift f. 120000 bedragen. En dat is volgens Scherpenisse veel minder dan de meeste verhuurders denken. De goedkoopste lift die tijdens het experiment is geplaatst kostte zelfs minder dan f. 80000.

Zweeflift

Ook na de campagne zal het thema ‘aanpasbaar bouwen en liften’ de SEV blijven bezighouden. In november start in samenwerking met de NWR, de gemeente Den Haag en liftenbouwer Thyssen-De Reus een experiment met een zogenaamde zweeflift. Een dergelijke lift, die in Zwitserland al verkrijgbaar is, is bedoeld als vervanger voor de trap-plateaulift. Het belangrijkste voordeel is dat hij gemakkelijk is te herplaatsen en minder ruimte inneemt, doordat hij wordt voortbewogen met behulp van rails aan het plafond.

Een ander po betreft een proefopstelling van een hefplateau bij een flat van tien etages in Utrecht. Deze flat is weliswaar voorzien van een lift, maar de begane grond ligt 1,32m boven straatniveau.

Voordat men de lift kan gebruiken, moet dus eerst dit hoogteverschil worden overwonnen door middel van traplopen.

Als het experiment een succes wordt, zou het op grote schaal ke worden toegepast. Alleen al in de Utrechtse wijken Overvecht en Kanaleneiland staan 33 vrijwel identieke flats met 161 portieken. Tachtig daarvan zouden worden voorzien van hefplateaus.

Ten slotte peilt de SEV binnenkort de belangstelling bij keukenfabrikanten om mee te werken aan de ontwikkeling van een aanpasbare keuken voor de sociale woningbouw die niet meer kost dan de nu gangbare keukens.

De studiedagen ‘Toegankelijkheid voor iedereen’ worden gehouden op 14 september (Amsterdam), 16 september (Zeegse), 21 september (Amersfoort), 30 september (Weert) en 6 oktober (Rotterdam). Inlichtingen: congressecretariaat NWR, 036-5391349.

Reageer op dit artikel