nieuws

Brabants familiebedrijf wil niet groter worden

bouwbreed Premium

Met zon zeventig medewerkers zit het oer-Brabantse Aannemingsbedrijf Nieuwenhuizen-Daandels BV zijn top. Hoewel het bedrijf werkt aan een uitbreiding van de taken zoekt het dat niet in het groeien om het groeien. Of zoals J.C.H. Coenen hoofd marketingcommunicatie het omschrijft: ‘We proberen ons met dit aantal op diverse terreinen sterk te maken, maar we hoeven niet groter te worden.’

Het in Uden gevestigde bedrijf viert deze maand zijn 25-jarig bestaan. In de afgelopen kwart eeuw heeft het aannemingsbedrijf zowel pieken, waarbij het medewerkersaantal over de honderd man telde, als dalen gekend. Maar volgens Coenen was er altijd de hechte familieband die de onderneming kenmerkt.

Niet zo vreemd want het aannemingsbedrijf werd in 1968 officieel door de neven L.P.M. van den Nieuwenhuizen en J.Th. Daandels opgericht.

Daarvoor waren de twee al geruime tijd als onderaannemer actief. De werkzaamheden die zij toen verrichtte, betroffen hoofdzakelijk het maaien en vegen van sloten en het plaatsen van beschoeiingen als onderdeel van diverse ruilverkavelingspoen.

Na het moment van inschrijving bij de Kamer van Koophandel als aannemingsbedrijf kwamen al snel opdrachten uit de sector grond- weg- en waterbouw binnen. Het bedrijf maakte in de regio naam met het bouwen van stuwen, maar ook voor de aanleg van tunnels en viaducten kon worden aangeklopt. ‘Al snel behoorden bijvoorbeeld Rijkwaterstaat en de Grontmij en diverse gemeenten en waterschappen tot de klantenkring’, vertelt Coenen.

Langzaam maar zeker ging het Aannemingsbedrijf de richting van de zogenoemde ‘groene sector’ op. In de praktijk kwam het er op neer dat wanneer boeren in de verre omtrek besloten iets te willen laten bouwen, en of dat nu een opslagplaats een schuur of een hele nieuwe hoeve betrof, ze als eerste Aannemingsbedrijf Nieuwenhuizen-Daandels BV belden. Het bedrijf specialiseerde zich op een gegeven moment in de betonbouw door voor het storten van kelderwanden een speciale bekisting te ontwerpen.

Het traditionele metselwerk kwam hierdoor te vervallen.

‘Hiermee werd een nieuw terrein aangeboord’, vertelt Coenen. Het gebruik van beton op deze wijze bleek namelijk bij uitstek geschikt voor de bouw van mestopslagplaatsen en biogas- en zuiveringsinstallaties. ‘We gingen ons daadwerkelijk met de milieuproblematiek bezighouden omdat die natuurlijk nauw aan het agrarisch bedrijf verwand is. De know how die hier binnen het bedrijf in samenwerking met de Landbouwuniversiteit Wageningen werd opgebouwd, kon bij de bouw van dergelijke technische installaties waaronder bijvoorbeeld een gescheiden composteringsinstallatie worden ingezet.’

Inmiddels is het bedrijf de jaren tachtig binnen geslopen en is de directie al weer geruime tijd met twee broers van Van Nieuwenhuizen en Daandels uitgebreid. Het bedrijf is in die beginjaren op z’n top. Ruim honderd mensen zijn er in dienst en de orderportefeuille is aldus Coenen groter dan ooit. Zo groot zelfs dat niet aan alle verzoeken kan worden voldaan.

Superheffing

En dan volgt in 1984 de superheffing gevolgd door de interimwet waardoor het agrarisch bedrijf heel wat te verwerken krijgt. De agrarische sector schuiven investeringen noodgedwongen op de lange baan. Het Udense aannemingsbedrijf ontdekt dat het wel heel eenzijdig gespecialiseerd is. De onderneming moet inkrimpen en besloten wordt de inmiddels ondergesneeuwde tak van utiliteitsbouw nieuw leven in te blazen. ‘Dat is wonderwel gelukt’, zegt Coenen terugkijkend op die kentering.

‘We hebben diverse kantoren waaronder ook bijvoorbeeld een aantal RABO-banken neergezet.’

Naast de utiliteitsbouw gaat Van Nieuwenhuizen-Daandels ook het pad van de woningbouw op. Dit eveneens niet zonder succes. Volgens Coenen is dit in z’n geheel toe te schrijven aan de naamsbekendheid die de onderneming in de wijde omgeving geniet.

‘En’, zo benadrukt hij met klem, ‘ook de oer-Brabantse achtergrond. Jarenlang heeft het bedrijf een naam van degelijkheid opgebouwd en dat straalt het ook naar de klant toe uit.’

Maar niet alleen naar buiten toe. Ook intern is volgens hem te merken dat het hier gaat om een familiebedrijf. ‘De directie staat net zo makkelijk in een werkpak op de bouwplaats als in driedelig kostuum bij een opdrachtgever. Theo Daandels de zoon van de oprichter bijvoorbeeld trad in 1988 na een lange reeks van jaren als hoofduitvoerder te hebben gewerkt tot de directie toe. Ze weten allemaal hoe het vak moet worden uitgeoefend en dat is voor de medewerkers prettig. Als je kijkt naar de mutatiegraad blijkt dat 60 procent van de medewerkers hier al langer dan vijftien jaar werkt. Dat zegt toch wel iets over de sfeer.’

Toekomst

De toekomst voor het bedrijf is wat betreft Coenen glashelder.

Op vier fronten, de agrarische sector, grond-, weg- en waterbouw, de utiliteitsector en de woningbouw wordt aan de versteviging van de onderneming gewerkt. Echter, daadwerkelijke groei zit er volgens hem niet meer in. ‘We hebben onder de huidige omstandigheden de top bereikt. Dan kun je wel zeggen ga richting buitenland om daar de orders binnen te slepen. Maar dat zien we niet zitten. Je hebt te maken met personeelsleden die bijna allemaal een gezin hebben en die willen ’s avonds voor de televisie zitten en er niets voor om voor een langere periode van huis te worden gestuurd.’

Maar ook in eigen land kent Van Nieuwenhuizen-Daandels BV zijn grenzen. Coenen: ‘Opdrachten die verder dan honderd kilometer van Uden liggen, worden bij ons discutabel.

Dat heeft ook te maken met de kosten die moeten worden gemaakt. Als er nu iets wordt vergeten dan ben je hooguit een half uurtje onderweg om het op te halen of te brengen.

Werk je in Groningen dan is dat andere koek. Het is ook niet goed om te groeien om het groeien’, voegt Coenen er na een korte stilte aan toe. ‘Het gaat nu goed en dat is het belangrijkste ook in de komende vijfentwintig jaar…’

Reageer op dit artikel