nieuws

‘Middenbedrijf installatiebranche zal het redden’

bouwbreed Premium

Ir. D. van Vliet van de Unica Installatiegroep is bijzonder slecht te spreken over de uitlatingen van GTI-directeur J.A. Dekker in Cobouw. 1) Volgens Dekker zullen de middenbedrijven in de installatiebranche failliet gaan, verdwijnen of worden overgenomen. Het is heel anders, meent Van Vliet. “Er vindt juist een slachtpartij van ongekende omvang plaats tussen de grootste installatiebedrijven.”

De integratie van de installaties in de nieuwe Scheldehal van het Rai-complex.

Ir. D. van Vliet, algemeen directeur van Unica, voor het portret van zijn vader, ing. C.

van Vliet. De heer Van Vliet sr. is adviseur van de directie.

Dekker noemde de strijd in de installatiewereld moordend.

Maar volgens hem hebben de grote installateurs kracht genoeg om te overleven. De 5000 kleine trekken het ook wel, maar de middenbedrijven redden het, althans volgens de GTI-directeur, niet. Daar is Van Vliet, die algemeen directeur van Unica is, het absoluut mee oneens en hij laat dat ook duidelijk merken. De uitlatingen van Dekker zijn waarschijnlijk bedoeld om de aandacht van de eigen problemen af te leiden. “Hebt u gemerkt dat ook de andere grote installateurs zich hebben gehaast eensluidende uitspraken te doen? Maar hoe openhartig en eensluitend die uitspraken ook zijn:geen van de aan de beurs genoteerde bedrijven durft winstprognoses voor het lopende jaar te geven. Dat kan ook niet, want er vindt een slachtpartij van ongekende omvang plaats tussen de grootste installatiebedrijven.

Daarvan worden niet alleen hun aandeelhouders de dupe, maar ook de opdrachtgevers.

En natuurlijk niet te vergeten hun eigen personeel.”

Verontwaardigd

“Als ik het goed begrijp zou Unica bij de op te ruimen installateurs horen” , zegt ir. Van Vliet verontwaardigd.

“Nou, niets is minder waar. Ieder, die de markt kent, weet dat natuurlijk ook onze marges onder druk staan. Dit wordt echter gecompenseerd door extra inzet van onze mensen en door nog meer nadruk op efficiency. Onze omzet ligt nu zo om en nabij de f. 125 miljoen en ik ben ervan overtuigd dat we na een korte tijd van stabilisatie weer sterk zullen expanderen.” En hij wil wel graag uitleggen, waarom zijn bedrijf het ook in de toekomst zal redden. Ongeveer tien jaar geleden, toen het familiebedrijf vijftig jaar bestond, volgde hij zijn vader, ing. C. van Vliet, op. Van Vliet wil niet onmiddellijk beweren dat hij in een gespreid bedje kwam, maar: “het bedrijf had al jaren geinvesteerd in eigen kracht en kwaliteit en het had goede mensen in dienst. Daardoor was het eigenlijk vrij eenvoudig het bedrijf te laten groeien.

Door de grote betrokkenheid van de mensen bij het bedrijf was het mogelijk het ‘Unicagevoel’ over te brengen op nieuw verworven vestigingen overal in Nederland. We hadden tal van jonge ambitieuze mensen, die best bereid waren meer te gaan doen dan wat ze deden. Er zijn op dit moment mensen die een beetje verbaasd naar zichzelf kijken:mensen, die intertijd met de korte broek zijn binnengekomen en die op het ogenblik poen uitvoeren van tientallen miljoenen.”

Investeren

Ir. Van Vliet noemt dat een sterk punt van het bedrijf:goed mensen beoordelen en uitstekend ke delegeren.

Wat Unica ook heeft gedaan is het investeren in een magagement-informatiesysteem, dat volgens hem “zijn gelijke niet kent” . Dat noemt hij wel een voorwaarde om sterk te ke delegeren:je moet weten wat er gebeurt. . “Als dingen niet goed lopen is dat niet goed voor het bedrijf, maar ook niet goed voor de klant. We hebben dat management-informatiesysteem in eigen huis ontwikkeld.” Een management-informatiesysteem is een ding:aan de andere kant moet je een goed managementteam hebben om daarop in te spelen. “Je moet natuurlijk de vestigingen in hun waarde laten. Zij zorgen voor het resultaat. Maar de leden van het managementteam zijn adviseurs, die op het gebied van bijvoorbeeld commercie of van techniek superieure kennis hebben. En dat wordt ook graag geaccepteerd door de vestigingsdirecteuren. Dat is denk ik een sterk punt van onze organisatie.”

Groei

In vrij korte tijd groeide Unica van f. 18 miljoen naar f. 125 miljoen. “Misschien heeft het toch ook te maken met een stukje ondernemersgeest, niet alleen bij het managementsteam maar ook bij de vestigingsdirecteuren. Het ondanks een zekere onderlinge competitie toch samenwerken voor het grotere geheel dat is de essentie. Elkaar stimuleren; elkaar laten zien hoe het kan. Dat bepaalt in sterke mate het gezicht van het bedrijf.”

Als een van de redenen van de groei van Unica noemt Van Vliet ook de afdeling regeltechniek. “Er zijn maar weinig installatiebedrijven die deze techniek als specialisme in huis hebben. Mijn vader is daar evenwel dertig jaar geleden al mee begonnen. We hebben op dit gebied meer dan tachtig mensen die een kwart voor Unica en driekwart voor andere opdrachtgevers werken.

Met die regeltechniek ke we de finishing touch aan de installatie geven en dat is wat bij grote gecompliceerde installatie van doorslaggevend belang is:de regeltechniek moet perfect zijn.”

Groter

De vraag is natuurlijk of de groei zo verder gaat. Van Vliet: “Er zijn in Nederland ongeveer 10000 installatiebedrijven. Aan de top van de markt zitten een paar concerns die gezien de slechte marktsituatie hard bezig zijn zich inderdaad als groep te profileren. Meestal zaten ze wel binnen een concern maar ze hebben het stuk voor stuk moeilijk. Daarom wordt nu, maar volgens mij veel te laat, geprobeerd die installateurs binnen een concern samen te smeden tot een gezicht naar buiten.

Dat is waarschijnlijk een heel kostbare operatie en de efficientie en de kostenbesparingen die daaruit moeten komen zie je pas op zijn vroegst over drie jaar.” Aan de onderkant van de markt zijn ook duizenden installateurs voor het ‘kleinere werk’ . Het aantal bedrijven met meer dan honderd medewerkers is zeer beperkt. Dat zijn er vijftig of zestig. “Je kunt als markttendens zeggen dat de installateur van morgen groter zal zijn dan de installateur van vandaag. Om alle technieken in huis te hebben moet je wel minstens een paar honderd medewerkers hebben.

Ook daarom zitten er nog heel wat fusies en overnames in de lucht. Want bestaande kleine bedrijven, waarvan er toch al te veel zijn, ke het gewoon niet opbrengen al die nodige disciplines zelf op te starten.

Plaatselijk

Het plaatselijke bedrijf dat jarenlang heel sterk is geweest redt het ook niet meer. Opdrachtgevers ke het niet meer maken alleen met een plaatselijk bedrijf hun werk te doen; ze zullen in zee gaan met landelijke aanbieders, omdat plaatselijke bedrijven minder hoog scoren op het gebied van kwaliteitszorg en technisch ke en bereikbaarheid van de serviceorganisatie. Die bedrijven moeten zich beraden op de toekomst. Wij hebben de laatste jaren vijf van die bedrijven overgenomen; daar ook het nodige van geleerd. We denken dat onze verdere expansie zal gaan langs de weg van verdere overnames. We zoeken echt lokaal sterke bedrijven waarmee we bijvoorbeeld een goede samenwerking ke beginnen in die zin dat ze een stuk van onze succesformule ke overnemen. Ik denk, maar we hebben er nog geen ervaring mee, dat men zelfs aandeelhouder zou ke blijven in eigen bedrijf, een beetje te vergelijken met franchising. Ik wil maar zeggen dat er naast de machtsblokken die nu in de markt ontstaan er best ruimte is voor bedrijven met een formule als de onze:een keten van sterke plaatselijke bedrijven.”

Mager

Van Vliet: “Maar door die groei zijn we toch ‘mager’ gebleven. Bijvoorbeeld in de staf:de directie doet veel zelf en we werken niet ambtelijk. En alle dingen waar ‘de groten’ mee bezig zijn hebben we de afgelopen jaren al doorgevoerd. Bijvoorbeeld de bedrijven die we hebben overgenomen zijn al lang geintegreerd. Terugkomend op het Cobouw-artikel merkt Van Vliet op: “Kijk, Dekker zegt: We redden het wel, want wij doen de grote projecten. En dan kijk ik naar ons bedrijf en denk ik:nou…

Unica installeert de koeling en de enorme uitbreiding van de RAI in Amsterdam, we maken de installaties voor de huisvuilverbranding in Alkmaar, we hebben net de renovatie van het KLM-hoofdkantoor in Amstelveen achter de rug, we hebben de opdracht ontvangen voor de nieuwbouw van een groot ziekenhuis in Emmen en, last but not least, de installaties voor het nieuwe hoofdkantoor van de Gasunie in Groningen in een samenwerkingsverband met twee andere installateurs. Kortom, flinke poen toch. En wat onze activiteiten betreft:de jongste techniek die we in huis hebben gehaald is de sprinkler-techniek, waarvoor we ook zijn gecertificeerd.

We hebben een flink aandelenpakket in een bedrijf Climatech dat speciale installaties in heel Europa verzorgt op het gebied van cleanrooms en dergelijke. We hebben interventiemodules ontwikkeld voor computergestuurde regelsystemen en die leveren we in heel Europa. We hebben Uniview ontwikkeld, dat is een systeem dat onafhankelijk gebouwen kan bedienen. En:we hebben onze financiele middelen in het bedrijf gehouden en geinvesteerd in alle gereedschappen die je nodig hebt om een goede installateur te zijn. Daarom zal wat ons betreft de voorspelling van Dekker zeker niet in vervulling gaan…”

1) Cobouw 23 april, pagina 2:Teloorgang u-bouw brengt installateures in problemen.

Reageer op dit artikel