nieuws

‘Een curator kan transacties vernietigen als deze …

bouwbreed Premium

‘Een curator kan transacties vernietigen als deze voor een faillisement hebben plaatsgehad, mits schuldeisers zijn benadeeld in hun verhaalsmogelijkheden. In het arrest geeft de Hoge Raad invulling aan het begrip benadeling. Hieruit blijkt dat derden geleverde goederen soms aan de (inmiddels) failliete leverancier moeten teruggegeven.’ Op die manier kan het volgens nummer 12 van De Werkgever gebeuren dat iemand die te goedertrouw zaken doet met een onderneming in financiele problemen en die voor het overleven van deze onderneming van grote betekenis kan zijn het risico loopt niet alleen de goederen terug te moeten geven maar ook het aankoopbedrag niet terugkrijgt. Het huidige faillisementsrecht laat de derde partij met dit risico in de kou staan en offert hem aan de ijzeren wet van de gelijkheid van crediteuren. Bij de komende wijziging van het faillisementsrecht zou daarom bepaald moeten worden dat het risico van voortzetting van de bedrijfsactivietiten ligt bij degenen die weten of behoren te weten dat daarvan benadeling van derden het gevolg kan zijn.

‘Onze economie is no`g sterk.

Maar alle zeilen moeten worden bijgezet om de positie van de Zeeuwse industriele ondernemingen te versterken. Zo niet dan zal de werkloosheid hier verschrikkelijk oplopen.

Zonder industriebeleid staan er zon 25000 arbeidsplaatsen op het spel.” Voorzitter ir. C.

Braakman van VNO Zeeland zegt in nummer 22 van Onderneming hulp van de overheid te verwachten voor de infrastructuur en voor de verbetering van industrie- en havengebieden. Ook dient er een positief besluit te komen over de VOW. Teveel aandacht voor het milieu kan naar de mening van Braakman eenmaal geboekte vorderingen teniet doen. Zeeland trekt steeds minder nieuwe investeerders; iets wat door toenemende milieumaatregelen ook voor de rest van Nederland kan gebeuren. Een eenmaal verbeterde infrastructuur kan ook een belangrijke groei veroorzaken in de dienstensector. Te denken valt verder aan het uitbreiden van de Vlissingse havenactiviteiten. Wil dat van de grond komen dan dienen er in Zeeland ondernemende bestuurders te komen.

‘Vooral bij de lokale overheid is het zo dat als het om Europa gaat beleidsmakers nog wel eens ecu-tekens in de ogen krijgen. Vervolgens worden consultants ingeschakeld die voor veel geld een poging mogen doen een euro-subsidie binnen te halen.’ Daarna komen volgens nummer 25 van Ng de teleurstellingen. Met Europa valt geen geld te verdienen. Bestuurders dienen voor te financieren omdat de daadwerkelijke afrekening lang op zich kan laten wachten. Daarbij vereist een po langdurige en intensieve voorbereiding en begeleiding wat politieke dekking in de gemeenteraad vereist. Een jumelage met een EGF-gemeente kan echter al het begin zijn van een gezamenlijk subsidiepo. Een voorbeeld van een subsidieprogramma waaraan Nederlandse gemeenten zou den ke deelnemen betreft het Exchange of Experienceprogramma dat de ervaring van rijke gemeenten en provincies probeert over te dragen aan arme gemeenten en regios elders in de EG. De hoogte van de subsidie ligt tussen 50 en 60 procent. De voorwaarde geldt echter dat de gemeente uit de arme EG-gebieden 75 procent van de subsidie krijgt.

‘De aantallen daklozen zullen volgens het rapport Thuislozen in Rotterdam de komende jaren alleen maar toenemen door onder andere immigratie, de slechte kansen op de arbeidsmarkt en niet in de laatste plaats door een afname van de voorraad goedkope woningen onder invloed van de stadsvernieuwing.’ Volgens nummer 6 van de Architect zet het huidige overheidsbeleid de zwakste groepen in de samenleving steeds meer onder druk. Onder de invloed van dit beleid richten woningbouwverenigingen zich steeds meer op duurdere woningen. Bestrijding van de zogeheten scheefheid zal weinig opleveren omdat door de afbouw van de sociale zekerheid de goedkope woningen vaak al te duur zijn voor de groepen waarom het gaat terwijl de nieuwe duurdere woningen de bewoners van de oude niet zo gek veel te bieden hebben. Anderzijds zijn de goedkopere woningen die eventueel beschikbaar komen vaak ook niet geschikt voor dak- en thuislozen door de specifieke sociale en/of psychische problemen waarmee die groep te kampen heeft. Artikel 22 van de Grondwet blijft evenwel nog steeds stellen dat bevordering van voldoende woongelegenheid tot de zorg van de overheid behoort.

‘Veel corporaties worden geconfronteerd met asbest in hun woningvoorraad. Asbestcement dak- en gevelplaten zijn op grote schaal toegepast. De corporaties staan voor de vraag deze platen te vervangen of te conserveren. Vervanging kost veel geld. Conserveren is een goed alternatief maar het betekent wel terugkerend onderhoud.’ Het conserveren van asbesthoudende bouwmaterialen is volgens nummer 6 van Renovatie & Onderhoud aan strenge wettelijke regels gebonden. Veel verder gaan de CAOs van verschillende bedrijfstakken. Zo verbiedt de CAO van het schildersbedrijf het be- en verwerken van asbest. Corporaties ke daardoor voor de nopodzakelijke conserveringen geen beroep meer doen op hun schilder en kiezen noodgedwongen voor bedrijven die een dergelijke beperking niet kennen. Het Bedrijfschap Schildersbedrijf onderzoekt nu onder welke voorwaarden schildersbedrijven ontheffing kan worden verleend. Naar verwacht zal de ontheffing per werk worden verleend. De nadruk komt te luiggen op conserveringen die geen reiniging van asbesthoudende materialen vereisen. Per vierkante meter kosten die f. 20 tot f. 30. De levensduur ligt tussen drie en acht jaar. Opspuiten van een mortellaag blijkt een beter alternatief dat evenwel reiniging vooraf vergt.

Reageer op dit artikel