nieuws

BePOP in Pori

bouwbreed Premium

Langs de westkust van Zuid-Finland ligt Pori, een stad van 80000 inwoners. Rond het centrum staan nog opvallend gaaf gebleven wijken houten woningen in een grid van straten, waar nieuwbouw zorgvuldig aan de omgeving wordt ingepast. Het centrum van Pori bestaat uit een mengsel van weinig beeldbepalende gebouwen, waarin sinds enige tijd de BePOP-passage sterk de aandacht trekt.

Het grid van bouwblokken tussen haaks op elkaar staande straten, met lage woningen van hout, is rond het centrum bewaard gebleven en bepaalt ook nu nog het stratenpatroon van de kern met winkels.

Alleen zijn de bouwblokken wat groter en is een enkele straat als voetgangersgebied ingericht. Opvallende architectuur treft men er niet aan, het is een diffuus conglomeraat van middenstanders die elkaar verdringen met opzichtige buitenreclame.

BePOP-passage

Aan de rand van het winkelgebied kwam in de jaren tachtig ruim een half bouwblok beschikbaar voor nieuwbouw. De eigenaar van de grond, een bankinstelling, schreef een meervoudige opdracht uit onder vier architectenbureaus. Gevraagd werd een hoofdkantoor voor de bank, winkelruimte, een hotel en een parkeergarage. Het plan dat onder het motto BePOP werd ingezonden werd met uitvoering bekroond. Het ontwerp is van de architecten Matti Nurmela, Kari Reimoranta en Jyrki Tasa.

Vanaf de hoek aan een drukke winkelstraat hebben zij een gebogen passage gesitueerd naar de ontsluitingsstraat aan de rand van het winkelgebied. Direct daarnaast ligt de parkeergarage met 150 openbare en 70 gereserveerde plaatsen.

De architectuur van het complex is afwisselend. Getracht is afzonderlijke functies een eigen gezicht te geven. Voor de bouw werd een betonskelet toegepast dat is ingevuld met grotendeels geprefabriceerde elementen van gekleurd beton, onder meer lichtblauw van kleur. Opmerkelijk is dat de verscheidenheid in gevels, waarin aanpassing is gezocht naar de bestaande binnenstadsbebouwing, in hoofdopzet is geslaagd. Het is echter de vraag of men het wat rommellige beeld van aangrenzende blokken met winkels op straatniveau ook zo bewust heeft willen overnemen. Wel is de parkeergarage hier zonder veel problemen in het gevelbeeld opgenomen en als zodanig herkenbaar gebleven zonder een echte dissonant te vormen.

Markante luifel

De hoek van winkelstraat en passage is geaccentueerd door een hooggeplaatste luifel op zes slanke kolommen.

De hoogte maakt de luifel op verschillende plaatsen in het stadsbeeld zichtbaar als een wervend teken voor winkels aan de passage. De geometrische ‘kapitelen’ herinneren aan de artdeco; in samenspel met een spectakel van doorschietende wandvlakken en een glaspui over de volle hoogte van het bouwblok ontstond een wervend karakter met soms wat veel verscheidenheid in bouwvormen en materialen.

Aan de andere zijde is de passage-entree wat minder spectaculair, maar toch duidelijk aanwezig in de wat gefragmenteerde gevelwand.

Overziet men zo het exterieur van het blok, dan lijken alle vormen die de ontwerpers invielen toegepast binnen een daardoor wat rommelige gevel, waarin het gebruik van vooral beton in verschillende geometrische figuraties toch enige eenheid geeft. Het complex sluit daarmee aan op het wat tegen de wind in schreeuwerige klimaat van een kustplaats.

De gebogen passage, die in het midden nog wat breder is dan bij de einden, toont in verhevigde mate een overwoekering door bijzondere details. De bank kreeg een breed front met een in plattegrond halfronde uitbouw, die zich achter de glaspuien zichbaar binnen voortzet. Direct daarna duiken er in de zichtlijnen binnen de gebogen passage slanke bruggen door de passage op, die zich op verschillende niveaus bevinden. Op de eerste verdieping loopt plaatselijk een galerij die entrees ontsluit van kantoorhoudende bedrijfjes of diensten, onder meer in de gezondsheidssector. Ter ontsluiting van deze ruimten zijn langs de passagewand een roltrap en lift opgenomen.

Al met al ontstond zo een bonte verzameling van nogal uiteenlopende elementen die in de passage een plaats vonden. De vormgeving daarvan toont een rijkdom aan details die soms een overheersend karakter krijgt van architectonisch onkruid dat niet altijd even prettig gestoord voortwoekerde in een tomeloze detailleringsdrift. Geen vierkante meter passage wand, of deze kreeg een stramien van echte dan wel nep-voegen, waarbij niet werd bespaard op de toepassing van felle kleuren. Kleine gevelopeningen met raampjes, verlichtingsarmaturen, balustrades en talrijke andere details die gewoonlijk neutraal en minder krijsend om aandacht worden uitgewerkt, zorgen voor een ongekend levendig passage-interieur.

Gebogen glas

De halfronde uitstulping van de bankhal is bezet met gebogen, licht getint glas. Men komt er de bankhal met baliefuncties door binnen en raakt verbijsterd door de vormlust waarmee de inrichting vorm werd gegeven, wat sjieker nog dan in de passage die weer aanzienlijk duurzamer lijkt dan de straatgevels. Messing werd gebruikt voor bankjes, balies, plantenstandaards en plinten, waarbij de betonwanden plaatselijk zijn afgewisseld door natuursteen.

Deze opeenvolgende vormwil in zon hevige afwisseling doet soms bijna pijn aan de ogen. Zeker in de Finse traditie van winkelcentra, met vooral in de jaren vijftig en zestig een heel beheerst vorm- en materiaalgebruik, spettert de bezoeker tomeloze vormlust tegemoet. Afzonderlijk kan men talrijke details waarderen, al zitten er ook uit de hand gelopen miskleunen tussen, maar de totaliteit is wel erg bont. Het doet denken aan voorbeelden van art deco, waar ook geen onbewerkte vierkante meter wand in voorkwam, maar waar meer eenheid in de detaillering het beeld bepaalde.

Er staat tegenover dat het grote publiek lijkt uitgekeken op het verantwoorde design. Dat geldt zowel voor de Finse architectuur als het industrial design van de produkten die aan de man worden gebracht. Bij de tijdgeest, gedomineerd door flitsende beelden van de kleuren-tv, kleurrijke kranten en tijdschriften, synthetische kleuren van plastics en textiel, lijkt geen plaats meer voor de terughoudend vorm gegeven architectuur, waarin de mens zelf kleur brengt. De les van de BePOP-passage zou ke zijn, dat een toenadering naar de publieke smaak best een interessante en met kleur geladen vormgeving toelaat, maar dat er ook grenzen zijn in de veelheid aan vormen.

Toch speet het me, dat een soortgelijk tweede voorbeeld met het openbaar vervoer wat noordelijker in Finland onbereikbaar bleek. Daardoor betwijfel ik nog steeds of BePOP tot een neo-art deco gerekend moet worden of een regionale variant van het deconstructivisme. Voor beide is iets te zeggen.

De hooggeplaatste luifel heeft een signaalfunctie omdat deze op veel plaatsen in het stadsbeeld als teken van herkenning in silhouet en zichtlijnen opduikt.

Foto links:Interieur van de passage vanaf een galerij op de eerste verdieping. De bruggen verbinden ontsluitingen van uiteenlopende praktijkruimten via trappen in de -vuurrode- uitbouwen links op de foto.

Passage met de halfrond uitgebouwde bankhal bij het hoofdkantoor van de bank. De glaspui met entreedeuren is bezet met gebogen glas.

Interieur van de bankhal waarin een verdereverfijning in detaillering en materiaalkeuze optreedt, die opnieuw met vormlust werd gedetailleerd.

Begane grond met de passage waarin 1 de bankhal, 2 automaten, 3 passage, 4 winkels en 5 een restaurant.

Jaap, dit is mijn bijdrage aan Weekuit pag. 3 voor 4 juni, terwijl de linker onderhoek met een rubriek wordt gevuld (mocht die er niet zijn, dan heb ik een boekbespreking in voorraad, die ik na m’n vakantie zo door kan geven) w.

Reageer op dit artikel