nieuws

Uitbreiding Schiphol: pretenties en dilemmas

bouwbreed Premium

De nieuwe uitbreiding van Schiphol met een tweede gebouw voor vertrekkende en aankomende reizigers is naar de maatstaven van de ontwerpers zelf mislukt.

Hoofdopzet noch detaillering voldoen aan te hoog gegrepen eisen.

Maar afgezien van die lofwaardige luchtfietserij, ontstond een interessante uitbreiding.

Architectuurkritiek Wim van Heuvel Het werk van Benthem Crouwel architecten toont een overwegend hoog niveau met veel liefde voor techniek. Zij laten zich nauwelijks tot high tech-architectuur verleiden, waarin de smakelijke etaleerkunst meer suggereert dan in de praktijk van logisch construeren wordt waargemaakt.

Als de dag van gisteren herinner ik me het optreden van de net afgestudeerde jongeheren Mels Crouwel en Jan Benthem in een reeks lezingen aan de afdeling Bouwkunde van de TU-Delft. Onbarmhartig namen ze met detaildias van pannendaken met merkwaardige loodslabben de bouwtechniek van dat moment te grazen.

Zi’j’ zouden het anders doen, was de veelbelovende boodschap. Maar nog niet zo lang geleden bleek dat ook de traditionele bouwtechniek zoals die toen op de TU werd gedoceerd, niet was blijven hangen.

Bij een provinciehuis wisten ze het verschil tussen metselwerk in staand- en tegelverband nog steeds niet, of wellicht niet meer. Op Schiphol bleek dat tegelwerk uberhaupt een zwak punt vormt in het bureau, maar op dat detail kom ik nog terug.

Pretenties

Het is lovenswaardig als architecten nog pretenties hebben, dat meen ik oprecht.

Vervelend wordt het als ze zich met een licht wazige blik er op beroepen wat ze hoopten te bereiken. Als ze daarbij breedvoerig in hun toelichtingen in herhaling vervallen vind ik dat knap irritant. Als Jan Benthem volhoudt dat Schiphol het enige grotere vliegveld is waar je bij aankomst als aspirant-passagier door het gebouw reeds je vliegtuig wachtend aan de pier ziet staan, dan is dat ook hier doorgaans een fabeltje.

Maar, de transparantie van Schiphol is redelijk hoog opgevoerd. Glaspuien zijn vanouds beeldbepalend voor het eerder gebouwde vertrek- en aankomstgebouw, zoals dat is ontworpen door Duintjer c.s.

Zowel aan de land- als aan de luchthavenzijde bieden hoge puien redelijk uitzicht op de omgeving, al moet men aan de landzijde af en toe wat maatschappij-balies voor lief nemen. De pieren zijn even royaal beglaasd en een verrassing als de luchtreiziger na het passeren van de gesloten brug tussen vliegtuig en pier opeens vrij zicht geniet. Dat is echt een kwaliteit, die men zich zeker niet altijd realiseert.

Maar Duintjer had nog geen last van opkomende technische architectuur, hij ontwierp gewetensvol heldere ruimten in de trant van het Nieuwe Bouwen. Echt doorzicht van voor- naar achtergevel moest worden gezocht, en werd nauwelijks gevonden tussen publieke hal met bagageafhandeling en inchecken tegenover het vrijhandelsdeel aan de luchthavenzijde.

Spectaculaire nieuwbouw

Ik had de nieuwbouw waarschijnlijk beter begrepen als Benthem niet telkens zo breedvoerig had uitgelegd wat hij meende te zien. Als treinreiziger kwam ik op maaiveldniveau binnen. Dat is fout als men de nieuwbouw door de architectenbril wil beoordelen. Maar automobilisten treffend gelijkvloerse afhandeling alleen aan, wanneer ze per auto op de verhoogde lus zijn afgezet; met eigen auto en parkeerproblemen komt ook die categorie op maaiveldniveau binnen. Verreweg de meeste reizigers komen binnen en beginnen dan met stijgen in een smalle vide via lift of roltrap. En van doorzicht naar de luchthaven nog voordat men binnen komt is geen sprake.

Aangekomen op de verdieping bevindt men zich in de hal onder een vrijwel vlak plafond met een plat dak. Het is merkwaardig dat pas bij de incheckbalies dat vrijwel platte dak zich ontplooit tot een flauw gebogen dak, dat overigens met kunst en vliegwerk in glaspuien van een verhoogde middenrif weerspiegelt. Maar het is een misvatting dat het dak direct weer naar beneden buigt; er zit een insteek-verdieping tussen met perrons voor een toekomstig lokaalspoortje als in de eenentwintigste eeuw het vertrek plaats vindt van een pier aan de overzijde van de rijksweg.

Toch kan men van een spectaculaire ruimte spreken, waar de bouwtechniek zonder al te hijgerige etaleerpraktijken duidelijk zichtbaar bleef. Jammer dat het middenrif met lokaalspoor de ruimte in twee delen splitst, en jammer dat het platte dak niet organisch onderdeel van de totale overspanning vormt.

Kantoorruimte

Dat platte dak is overigens veroorzaakt door vier kantoorverdiepingen boven het gebouw. Het zijn wat overmaatste dozen van vijftig meter, onderling aaneen geregen met stabiliteitskernen. De gevels zijn glad beglaasd. Dat zou Duintjer net wat anders hebben gedaan, ik denk aantrekkelijker door minder harde en gladde bouwvolumen. Er staat tegenover dat die glasharde kantige dozen een eigen kwaliteit hebben in de detaillering; inderdaad ogenschijnlijk zonder loodslabben. Of luchtreizigers daar op gesteld zijn doet niet terzake, de architecten dicteerden hun vormwil. Met driemaal vijftig meter gaat het nog, maar de berekende verdubbeling wordt mij wat te megalomaan.

Overigens kan ook de hal zowel aan de land- als luchthavenzijde zo lang worden; daar moet je even niet aan denken. Als het zover is, dan ke de diverse tegenoverliggende kantoorgebouwen worden vervangen door een identieke uitbreiding aan de andere zijde van het NS-station.

Een planologische blunder als de millieuverschrikkelijke luchthaven Schiphol, schijnt een rijdende trein die niet meer te stoppen is. Om de zoveel jaar verdubbelt de capaciteit zich onbarmhartig. Vergroting werd echter doel van bussiness, ten koste van het woon-, werk- en recreatief milieu dat een luchthavan zou moeten dienen.

Gestroomlijnde organisatie

Ondanks het feit dat ik vaak niet wist op welk niveau ik verwijlde, ontstond een diep ontzag voor de stroomlijning van de organisatie, waarvan de werknemers dat na enkele dagen gebruik ongetwijfeld wel door hebben. De aankomende en vertrekkende reizigers worden uiteindelijk keurig op het verhoogde niveau van de pieren geleid en afgehandeld.

De opbouw van het nieuwe complex bestaat uit een voor zware vrachtwagens toegankelijke kelder, circa zeven meter onder het maaiveld. Hiervandaan worden kiosken, horecavoorzieningen en dergelijke bevoorraad.

Halverwege de breedte van de kelder steekt er een de helft lagere kelder in, waar de bagage-afhandeling plaats vindt.

Aan de luchthavenzijde is deze kelder verhoogd met de beganegrond erbij, zon meter of zeven hoog. Via een glaspui valt in deze ongekend ruime zegmaar ‘machinekamer voor koffervervoer’ daglicht naar binnen, waardoor de werkruimte voldoet aan streffe Arbo-bepalingen. De koffers vinden hier hun weg naar reizigers danwel hun vliegtuig.

Het grootste deel van de passagiers komt dus laag op maaiveldniveau uit het station of van verafgelegen parkeervoorzieningen. Via een smalle vide met lift en roltrap vinden zij hun weg, waarbij verondersteld wordt dat ze niet zo ongelukkig aankomen dat zij hun vertrekpunt in de andere hal moeten zoeken. In de toekomst zijn intercontinentale vluchten vanuit het nieuwe gebouw en Europese vluchten (zonder douane) in het oude gebouw ondergebracht. Het speeltje van het lokaalspoortje mocht geen bariere vormen en is onhandig hoog in de nok van de hal gesitueerd.

Tamelijk consequent

Een uitputtende rondleiding bracht me tot de overtuiging dat er een tamelijk consequent luchthavengebouw is ontstaan.

Zoals gebruikelijk bij Benthem en Crouwel kan men vaak genieten van helder vorm gegeven logische details. De daglichttoetreding in het gebogen haldak is helder vanuit de constructie opgebouwd.

Plaatselijk zijn horeca-etablissementen door individuele ontwerpers vorm gegeven, hetgeen kan binnen de totaalopzet.

Soms zijn er barrieres gewenst, bijvoorbeeld voor nadere inspectie van bagage, hetgeen in de middenstrook wat minder publiek plaats vindt; enige privacy kan dan geen kwaad. Dat zijn ruimtelijk wel frustraties van de zo gewenste doorkijk.

Benthem roemde de toiletgroepen die ‘op tegelmaat’ zijn ontworpen. Inspectie wees uit dat de tekenaars van Benthem Crouwel en medewerkende Naco in bijzijn van de ontwerpafdeling eens enkele toiletgroepen in het werk van J.J.P. Oud moeten gaan bekijken. Het geeft geen pas dat Jan Benthem opmerkte dat Oud dat ook wel probeerde; Oud slaagde waar beide afgestudeerde ingenieurs zakten als door hun vermaledijde bakstenen. Gebruikmakend van ieder hol en bol hoekstukje dat de tegelcatalogus aanbood, ontstond een labyrinth van versneden tegels en een overdaad aan extra voegen. Het is genant dat je op uitdrukkelijk en herhaald verzoek van de ontwerper zon stukje onkunde moet vaststellen.

Belangrijke opdracht

Nogmaals moet vastgesteld worden, dat zulke details niet maatgevend zijn voor het geheel. Het is tot nu toe een van de belangrijkste opdrachten van het ontwerpcollectief waarin beide ingenieurs ‘alles wilden laten kloppen’. De modale reiziger ontgaan veel details; zij hebben het druk genoeg met het uitzoeken van bestemmingen en belastingvrije boodschappen.

Dan vormt dit aankomst- en vertrekgebouw geen slechtere oplossing dan Duintjers bestaande hal, die in zijn tijd gezien zeker meer overtuigingskracht had. Nu kennen we de publikaties van luchthavenontwerpen van mannen als Foster of Piano; hun verleidelijke perspectiefschetsen of superieure architectuurfotos doen nog weer wat meer verwachten dan Schiphol biedt. Dat is ook een kwestie van geld en mischien een logischer plaats voor wat extra kantoorruimte. Of het er allemaal menselijker op geworden is, dat moeten we even afwachten tot na het gebruik in de tweede helft van deze maand. Binnen de complexiteit van de bouwopgave en de korte ontwerp/realiseringsperiode is er sprake van een interessante oplossing.

Linksboven:Een kathedraal voor de afhandeling van bagage met een zeer hoge ruimte waarin volop daglicht binnenvalt om aan de Arbo-normen te voldoen. Uitbreiding van de afhandeling-installatie is nog mogelijk.

Midden:De nieuwbouw op Schiphol met drie gladde kantoordozen van vijftig meter tussen verticale schachten. Daaronder de hal met plat dak die achter de kantoren overgaat in een flauw gebogen kapconstructie.

Rechtsboven:Reizigers komen op maaiveldniveau binnen, stijgen in de vide rechts en komen onder het platte dak van de hal uit. Alleen taxigebruikers komen op dit niveau via de verhoogde lus binnen.

Detail van de dakconstructie boven de vertrekhal; daglicht valt aangevuld met kunstlicht indirect naar beneden. Via de glaspui hebben reizigers zicht op de luchthaven zoals dat in het concept van Duintjer eerder is gerealiseerd.

Reageer op dit artikel