nieuws

Ornament en misdaad

bouwbreed Premium

In 1908 stak de Weense architect Adolf Loos zijn tirade af tegen het gebruik van ornament in de architectuur onder de veelzeggende titel ‘Ornament en misdaad’. Generaties jongeren werden sedertdien in moderne kringen gedwongen ornamentloos te bouwen. Het is de vraag of een voorzichtige terugkeer samenhangt met postmodernistische neigingen. Een Amsterdams voorbeeld vormde aanleiding om in Denemarken enkele omwegen te maken. Uiteindelijk bleek het inlandse voorbeeld mooier dan het Skandinavische, maar die gaven wel te denken.

“De Papoea slacht zijn vijanden en verorbert ze. Hij is geen misdadiger. Maar wanneer een modern mens iemand afslacht en opeet, dan is hij een misdadiger of is hij gedegenereerd. De Papoea tatoeeert zijn huid, zijn boot, zijn roeispaan, kortom alles wat binnen zijn bereik ligt.

Hij is geen misdadiger. De moderne mens die zich tatoeeert, is een misdadiger of gedegenereerd.” Aldus een letterlijk vertaald citaat van Loos uit 1908, dat overigens nu gedateerd aandoet. De veel geciteerde uitspraak betrof overigens het verval in imitatie van bijvoorbeeld renaissancistische details.

In 1911 wekte Adolf Loos beroering door een gevel tegenover de Hofburg te bouwen die vrijwel ornamentloos en daardoor kaal afstak tegen omringende nieuwbouw uit die tijd in aan de omgeving aangepaste neo-architectuur. Maar in volstrekt ‘kale

gevels ke functionele daglichtopeningen natuurlijk zeer wel als raster een nieuw ornament vormen.

Baksteencultuur

In de Nederlandse baksteenarchitectuur, met name in de renaissance, maakten architecten gebruik van gevels in metselwerk met versieringen in natuursteen.

Met -vaak van beeldhouwwerk voorziene- sluit- en aanzetstenen bij bogen, maar ook speklagen en dergelijke bereikte men een schilderachtig effect in de baksteenarchitectuur. Soms werd gebruik gemaakt van een tweede kleur baksteen voor onderdelen en ook wel -vooral later in de bouwkunstgeschiedenis- van een patroon met bijvoorbeeld ruitvormen in grotere vlakken metselwerk.

Traditionele architecten hebben lange tijd onderdelen als vullingen van boogtrommels, friezen in speciale verbanden en ornamentale versieringen aangebracht in het metselwerk, ook voor borstweringen onder raamkozijnen. Er is een spoor tot zeg maar in de jaren zeventig te volgen van deze ornamentale baksteenversieringen. In de jaren tachtig waren het vooral architecten als Carel Weeber die hun simpele woninggevels opeens met speklagen gingen versieren. Dat gebeurde niet altijd even zorgvuldig, waardoor het streepjespatroon bijvoorbeeld los kwam van de raamindeling en nogal wat ornamentaal broddelwerk te zien gaf.

Niet postmodern

Het is interessant om te zien dat in enkele woontorens bij het station Amsterdam Lelylaan van Weebers collega Frans van Dongen (beiden van de Architecten Cie) door het gebruik van vier kleuren steen opvalt. Verticale bouwvolumen zijn per toren wisselend in een kleur steen opgetrokken, waardoor de torens een verticale geleding in kleur kregen. Maar in het basement en zijwanden van stallingen is een weefselachtig patroon in twee kleuren steen toegepast. De speklaag werd vervangen door een plaatselijke vlakversiering. Hoewel dat dus in de door Weeber aangegeven lijn lag, leverde het een verrassend effect op dat ik lang als te schilderachtig voor de wat harde architectuur van de Architecten Cie heb gehouden.

Maar ik beken het mooi te vinden.

Kan men de speklagen zou men nog binnen het postmodernisme plaatsen; de patronen in Amsterdam-West lijken daar onafhankelijk van te zijn ontworpen. Het aardige is wel, dat dit ornament opnieuw aansluit bij versieringen die Berlage in metselwerk toepaste met verschillende kleuren, maar zonder meer hakwerk aan de baksteen. Het vergt dus extra aandacht van de architect die deze tatoeage ontwerpt en veel meer aandacht in de uitvoering omdat de metselaar over twee tassen baksteen van verschillende kleur moet beschikken en bij iedere steen moet opletten of hij de goede kleur pakt. Ik twijvel soms of deze tatoeage vandaag de dag kan. Tijdens een recent bezoek aan Denemarken heb ik af en toe een omweg gemaakt om enkele opvallende tatoeages te bekijken. Op de voorhand zij daarbij aangetekend, dat ik vaak dacht “tuut tuut, ho ho, als het zo moet weet ik niet of het hoeft.”

Aan de andere kant groeiden de traditionele -niet altijd even fraai toegepaste- speklagen soms uit tot meer spectaculaire ornamenten die een wat groot bouwvolume aangenaam van een ingebakken graffity voorzag.

Soms werd het een janboel als uiteenlopende gevels van een centrumbebouwing met allerhande modieuze toevoegingen werden bedacht. Ruitjes, zigzag-arceringen, speklagen van wisselende breedte in veelal gele baksteen met daartussen rode baksteen of zeer donkerblauw geglazuurde baksteen doen bezoekers met de ogen knipperen. Bovendien vergt het soms grote inventiviteit om in gesloten gevelvlakken toch weer een goede beeindiging van het patroon te krijgen (waar in Amsterdam veel aandacht aan werd besteed). In Kopenhagen was het me allemaal wat te bont en tamelijk brutaal. Sjoerd Schamhart en Hans van Beek deden dat samen met beeldend kunstenaar Aat Verhoog voor de gevels van het Algemeen Rijksarchief terzijde van het Haagse Centraal Station in elk geval terughoudend, met twee dicht bij elkaar liggende lichtgekleurde baksteen. Maar in zon gevel met plaatselijk veel daglichtopeningen, bevalt het resultaat me toch niet helemaal. Atelier PRO bereikte in het winkelcentrum de Amsterdamse Poort in de Bijlmer, interessantere vlakversieringen voor gesloten kopgevels.

Niet letterlijk citeren

Het komt me voor, dat de Deense voorbeelden aanzetten ke vormen tot voorzichtig denken aan hedendaags gebruik van enkele kleuren steen in vooral meer gesloten gevels. Die ‘versiering’

moet naar mijn gevoel echter aan regels van een zekere logica voldoen. Het ogenschijnlijk creeren van ‘organische vlakken die niets met de inhoud achter de gevelschil te maken hebben, moeten voorkomen worden; Alberts en Van Huut maakten zich daar in het verleden wel eens schuldig aan, met de introductie van veel extra hakwerk. De versiering is niet meer dan een goedkope cosmetische ingreep, een zoeken naar hedendaagse schilderachtigheid die schaal kan geven aan een grote bouwvolume, maar ook een architectuurstroming afficheert zonder die werkelijk recht te doen.

Ik was nogal teleurgesteld toen Donald Judd voor de parketvloeren van het museale Paleis Lange Voorhout een eenvoudig ruitpatroon in drie kleuren hout verzon. Ik had op een ontwerp in de trant van zijn minimal-art gehoopt. In die zin kan samenwerking met een kunstenaar zinvol zijn, al ke architecten dat soms zelf.

Met name de ronde bouwvolumen in twee complexen van Kopenhagen boeide me door het zorgvuldig ingebreide patroon.

De schuin oplopende kleurbanen versprongen per laag een klisklezoor in het deels wilde verband, waarbij overigens geen ander extra hakwerk voorkwam dan halve stenen. Het komt me voor, dat we van een centrum in Horsholm, 20 kilometer ten noorden van Kopenhagen, met een ronde zaal in het centrum, ke leren wat er bereikbaar is met deze nieuwe schilderachtigheid. Dat het qua kleur zo niet per se moet zal duidelijk zijn, en iets minimaler kan het ook qua vlakverdeling.

Het vormen geen hapklare citaten, maar ke wel verleiden tot deze inderdaad kosmetische versiering, die me echter liever is dan door anderen gepropageerde kleuren buiten, die in de toekomst wel veel extra onderhoud vergen en verloedert als dat achterwege blijft. Alleen is deze ingebakken grafity met geen chemisch of mechanisch middel te verwijderen. Architecten moeten zich dus wel bezinnen, waar ze aan beginnen. Maar Adolf Loos schreef geen evangelie dat een dergelijk architectonisch middel nu nog zou verbieden, naar het me voorkomt.

Rond bouwvolume van een grote zal in het centrum van Kopenhagen met rondom gesloten gevel. In de gele baksteen is een ornament van blauw verglaasde baksteen opgenomen.

Links:Centrumbebouwing met ronde zaal (geel en donker blauw) en aansluitende geruite bibliotheek en winkelbebouwing met speklagen (gele en rode baksteen) in Horsholm bij Kopenhagen van architect Knud Munk.

Reageer op dit artikel