nieuws

Koelmiddel R134a standaard in dakkoelinstallaties

bouwbreed Premium

Dutch Airco heeft standaard dakkoelinstallaties met geintegreerde expansiekoeling gevuld met het niet-ozonlaag-aantastende koelmiddel R-134a op de markt gebracht. In verband met de aantasting van de ozonlaag wordt het toepassen van het koudemiddel R-12 binnen afzienbare tijd verboden.

Koeling Ruud Ostendorf R-12 behoort tot de gevaarlijk beoordeelde cfk-houdende koelmiddelen. Deze cfk (chloorfluor koolstof) verbinding heeft een ODP (Ozon Depletion Factor) van 1,0. Dat wil zeggen een hoge aantastingswaarde voor de ozonlaag. In verband met de wereldwijd steeds scherper gestelde eisen met betrekking tot het verminderen van de milieubelasting, is men naarstig op zoek naar andere oplossingen.

R-22

Een alternatief werd gevonden in het veel minder belastende R-22. Dit middel bevat echter hcfk’s (chloorfluor koolwaterstoffen), maar heeft nog altijd een ODP van 0,05, volgens sommige literatuur zelfs 0,057, en behoort dan ook tot de groep van lage ozonaantas ters. Dat neemt niet weg, dat ook deze hcfk’s op (niet al te lange) termijn zullen worden verboden.

R-134a dient zich aan als een koelmiddel met toekomst. Dit koelmiddel bevat hfk’s (fluorkoolwaterstoffen) en is derhalve vrij van chloorverbindingen en heeft daarom een ODP van 0. Het zijn namelijk de chloormoleculen, die de ozonlaag bedreigen. Het is echter zo, aldus Dutch Airco van den Berg VOF te Nuenen, dat het nieuwe koelmiddel R-134a, dat weliswaar een ODP van 0 heeft, niet zonder meer als ‘drop in’ voor het koelmiddel R-22 kan dienen. Dat komt omdat een aanzienlijk grotere slagvolume voor het R-134a nodig is om hetzelfde koelvermogen te bereiken als bij het R-22. De compressor zou dus moeten worden vervangen. In principe blijft de condensor gelijk. De koeler heeft echter wel een aanpassing nodig in het koelcircuit. Er moet immers veel meer gas, tot ongeveer 60 a 70% meer, worden rondgepompt. Omdat een juiste vervanger voor R-22 voorlopig op zich laat wachten is het R134a met zijn beperkingen het beste alternatief. Het Global Warming Potential (GWP) voor R-22 bedraagt 1500.

Voor de R-134a is dit 1200, aldus Dutch Airco. Dit zijn verhoudingsgetallen ten opzichte van CO (kooldioxide), dat onder meer verantwoordelijk is voor het broeikaseffect. Hoe lager dit verhoudingsgetal is, hoe minder het koelmiddel bijdraagt tot het broeikaseffect.

Voorts blijkt de COP (coefficient of performance) van R134a zeker niet slechter te zijn dan die van R-22. Alle appendages om dit te bereiken zijn in ruime mate te leveren en de prijs van het koelmiddel daalt.

Dit alles heeft ertoe geleid dat Dutch Airco na enkele proeven heeft besloten dit koelmiddel R-134a in zijn standaardserie dakkoelingcentrales toe te passen. Er zijn acht typen.

Alle uitvoeringen zijn voorzien van lange standtijd zakfilters, geschikt voor warmwaterverwarming. Ze zijn te voorzien van een waterzijdige regeling met alle daartoe benodigde apparatuur zoals circulatiepomp, driewegklep en dergelijke. Een volledige elektronische regeling valt te integreren en kan deel uitmaken van een gebouwbeheersysteem. Elke schakelkast is 2000 mm breed, zodat latere aanpassingen door ruimteoverschot altijd zijn uit te voeren. De hoogte is afhankelijk gesteld van de gewenste capaciteit.

Laag geluidsniveau

Omdat een geruisarme axiaalventilator is toegepast voor de luchtgekoelde condensor en compressor, en het geheel is ingekapseld in een geluidisolerende omkasting, is het geluidsniveau van alle dakcentrales laag te noemen. Ze zijn te leveren met een ‘koelmiddelgebrek’-signalering, zodat lekkages van het koelmiddel snel worden gesignaleerd. Indien wordt gekozen voor een uitvoering met microprocessorbesturing met modem, is het mogelijk de koelmiddelnakoeling en het door de compressor opgenomen vermogen te meten.

Zo is een compleet koeltechnisch log. P-H-diagram op afstand te bepalen.

Reageer op dit artikel