nieuws

WVC onderzoekt omvang noodzakelijke restauraties

bouwbreed Premium

In opdracht van het ministerie van WVC is de afgelopen weken een steefproefsgewijs onderzoek ingesteld naar de staat waarin het Nederlandse monumentenbestand verkeert. Uit drie deelrapportages moet een overzichtsrapport worden samengesteld dat de komende maand inzicht moet geven in de benodigde hoeveelheid geld voor een verantwoord monumentenbeleid.

De afgelopen maand heeft een bliksemonderzoek plaats gevonden naar de staat waarin 1050 monumenten verkeren.

Voor deze steekproef zijn monumenten geselecteerd, varierend van kerken tot woonhuizen, verspreid over het hele land. Per monument is een speciaal inspectieboekje ingevuld door onder meer monumentenwachters en ijlings opgeleidde medewerkers, die in groepjes van twee de monumenten bezochten. Daarbij ging het om twee deelgroepen die ieder in een aparte rapportage worden vervat:voorbeelden van de Rijkslijst voor beschermde monumenten en daarnaast een aantal jonge monumenten die tussen 1850 en 1940 zijn gebouwd.

Bij de monumenten ouder dan 1850 zijn enkele typen buiten beschouwing gelaten, zoals kastelen, omdat het overzicht daarvan eenvoudig verkrijgbaar is via een gesprek met een vertegenwoordiger van verenigingen die kastelen beheren en op de hoogte zijn van hun staat.

Bij de jonge monumenten selecteerde men gebouwen die vermoedelijk na de uiteindelijke selectie, die nog plaats vindt, worden ingeschreven.

Pas in 1998 wordt voltooiing van deze selectie verwacht.

Daarom heeft men in 22 gemeenten jonge monumenten doorgelicht, die representatief zijn voor de 175000 geinventariseerde gebouwen en 700 gebieden met bijzondere culturele historische waarde. Men verwacht dat de nu onderzochte gebouwen binnen de selectie vallen.

Dorpsgezichten Naast de beide deelreportages over monumenten van voor en na 1850 vormen de beschermde stads- en dorpsgezichten een derde groep. Daarbij zijn 320 beschermde gezichten door aparte teams bekeken om de toestand van deze gebieden te achterhalen.

Uiteindelijk worden alle gegevens in een computer opgeslagen en dit levert de drie deelrapportages op. Hieruit wordt een overzichtsrapport gemaakt dat een representatieve indicatie moet geven van de budgetten die nodig zijn voor de jaarlijkse subsidies die voor restauraties nodig zijn.

Het uiteindelijke rapport moet representatief beeld geven van de toestand waarin het Nederlandse monumentenbezit verkeert. Na de decentralisatie van taken in de rijksmonumentenzorg, zoals toekenning van subsidies naar gemeenten, is er een toenemende onduidelijkheid gerezen. Vrijwel iedere gemeente maakt aanspraak op meer geld dan wordt toegewezen, maar hardere gegevens ontbreken veelal. Het is opval lend dat de poleider van het onderzoek K. Buitendijk in het WVC-blad ‘Trefpunt’ erkende dat “niemand weet hoe het totaalbeeld van de Nederlandse monumenten is. Dat is nooit onderzocht. Verbazingwekkend.” Het vormde volgens Buitendijk aanleiding voor een volstrekt ondoorzichtig beleid in het toekennen van subsidies, waarbij geen goed onderbouwde prioriteitenlijst werd gehanteerd.

Eind mei komt het rapport gereed dat een meer inzicht geeft geeft in de geldstromen die nodig zijn. Na het Monumenteninventarisatiepo en de nu in gang gezette selectie van jonge monumenten, lijkt een nieuw budget nodig voor een inventarisatiepo naar de noodzaak tot restauratie waardoor duidelijker prioriteiten in de toekomst voor een beleidsmatiger verdeling van gelden kan zorgen.

Reageer op dit artikel