nieuws

Overheid onderschat belang nieuwe sociale huurwoningen

bouwbreed Premium

De overheid onderschat de omvang van de sociale nieuwbouw die nodig is voor het stimuleren van marktprocessen en voor de ontwikkeling van gewenste locaties.

Bovendien is de regering zich niet bewust van de behoefte aan nieuwe betaalbare huurwoningen in de jaren negentig.

Aldus drs. D. Hamersma, directeur Beleidsontwikkeling en voorlichting van de Nationale Woningraad op het NWRsymposium ‘De volkshuisvesting op weg naar het subsidieloze tijdperk’. De bijeenkomst stond geheel in het teken van de Trendbrief, het Trendrapport Volkshuisvesting 1992 en het voornemen van staatssecretaris Heerma en minister Alders om de kostprijsverlagende objectsubsidies per 1 januari 1995 af te schaffen.

Volgens Hamersma is er meer nieuwbouw in de sociale sector nodig dan in de Trendbrief wordt gesteld. “Hoe corporaties en gemeenten ook via een goede toewijzing hun best doen, hoe strategisch er ook nieuwbouw wordt gerealiseerd in de duurdere huur- en koopsector ten behoeve van de doorstroming, er is een fikse hoeveelheid betaalbare nieuwbouw aan huurwoningen nodig. Meer dan het Trendrapport aangeeft.”

Daar komt bij dat sociale woningbouw een belangrijke im puls vormt voor de ontwikkeling van de maatschappoelijk gewenste woningbouwlocaties. “Ik zie nog niet dat de ongesubsidieerde huur- en koopsector voorop loopt! Geen groeikern mocht zich in het verleden verheugen op beleggers die de polder of het weiland als eerste lieten bebouwen. Neen, het waren de lokale overheden en woningcorporaties samen die de eerste stoot gaven met de bouw van sociale huurwoningen, waarna de leuke plekjes werden bewaard voor de schuchtere paritculiere ontwikkelaars.”

Hamersma onderschrijft de visie van de het Centraal Planbureau dat in zijn Centraal Economisch Plan de benodigde nieuwbouw in de sociale huursector niet inschat op 23000 woningen, zoals Heerma doet, maar op 36000 woningen.

Subsidies

Subsidieloos bouwen in de sociale huursector is volgens Hamersma geen haalbare kaart.

In dat geval wordt er teveel gespeculeerd op nog lagere rentestanden dan nu al het geval is. Bovendien betekent een afschaffing van de objectsubsidies voor huurwoningen een verstoring van het toch al wankele evenwicht tussen de huur- en de koopsector.

De NWR is meer voorstander van een vaste stimuleringsbijdrage voor sociale huurwoningen, losgekoppeld van de rentestand en uit te keren daar waar de behoefte zich geconcentreerd voordoet en de nood het hoogst is. Daar kan dan nog een bereikbaarheidstoe slag, zoals Heerma die voorstaat aan worden toegevoegd.

De NWR is het dus op zich eens met de wens van Heerma te verschuiven van generiek naar specifiek subsidiebeleid, maar verbindt aan het welslagen van dit beleid wel een aantal voorwaarden. Zo moet de huursom met ingang van 1 juli 1994 meer differentiatiemogelijkheden krijgen, mag er niet worden getornd aan de individuele huursubsidie, en moet er snel een einde worden gemaakt aan het rondpompen van geld in de volkshuisvesting, door haast te maken met de brutering/salderingsoperatie.

Zoals bekend wil het kabinet via de brutering openstaande rijksleningen aan woningcorporaties wegstrepen tegen de subsidies die de corporaties van het rijk ontvangen. Dat kan tegen redelijke voorwaarden, aldus Hamersma.

Vervolg op pag. 2

Reageer op dit artikel