nieuws

Aannemer met eigen materieel behoort straks tot …

bouwbreed Premium

Aannemer met eigen materieel behoort straks tot het verleden “Begin jaren tachtig was het moeilijk in de kraanverhuur. De toen bestaande problemen waren niet alleen het gevolg van de economische situatie. Ook meer structurele zaken binnen de branche speelden beslist een rol bij de toen heersende opvattingen over kraanverhuurbedrijven. Onderzoek wees uit dat er sprake was van overcapaciteit en dat het imago van de branche slecht was. Over de oorzaken kan worden gespeculeerd.” Aan het woord is Ruud de Blank, secretaris van de Federatie van Nederlandse Kraanverhuurbedrijven (FNK).

“Kraanverhuur is een relatief jonge activiteit. Deze branche is eind jaren vijftig voortgekomen uit allerlei andere bedrijfstakken. Dikwijls waren ze het verlengde van een transportonderneming. Maar een slecht imago wordt ook opgeplakt” , aldus De Blank. “Ik herinner mij dat uit onderzoeken naar voren kwam dat opdrachtgevers het idee hadden dat kraanverhuurders altijd heel oud materieel verhuurden, dat ook nog eens in een slechte staat van onderhoud verkeerde. Een tegenonderzoek wees toen uit, dat de gemiddelde leeftijd van de te verhuren kranen drie jaar was. Aangezien een kraan toen een gemiddelde investering vergde van f.0,5 miljoen, nu f.15 miljoen tot 20 miljoen, vonden wij dat geen slechte score en in ieder geval klopte het beeld dat opdrachtgevers hadden niet met de werkelijkheid. Vermoedelijk is dat imago historisch gegroeid.

Met de gegevens uit de diverse onderzoeken is de FNK aan het werk gegaan en nu dertien jaar later is het imago sterk verbeterd en hebben de inspanningen, die typisch een resultaat zijn van zelfregulering, geresulteerd in een zelfstandig certificatiepo, een sterke participatie in het opleidingentraject en een sterk verbeterde kwaliteit.”

Huren neemt toe

De inzet van gehuurde mobiele kranen is de afgelopen jaren sterk toegenomen en zal ook de komende jaren een verdere groei kennen. Hiervoor zijn allerlei oorzaken aan te wijzen.

Grote opdrachtgevers met eigen materieelbedrijven en de petrochemische industrie hebben jarenlang het beleid gevoerd de eigen kranen meer en meer af te stoten en steeds vaker een beroep te doen op de verhuurders. Er zijn geen keiharde bewijzen voor, maar het is niet ondenkbaar dat dit mede verband houdt met de verbeterde kwaliteit van de kraanverhuur en dat men door de keuringen, wet- en regelgeving daaromtrent meer zekerheid heeft over de kwaliteit van het ingehuurde materieel.

De toename van het kraangebruik in het algemeen komt ook door de veranderde manier van bouwen en produceren. De prefab (woning)bouw is een goed voorbeeld. Dat vraagt om de inzet van steeds meer kranen. Hetzij tijdelijk, bijvoorbeeld voor het aanbrengen van gevelbeplating of het inzetten van ramen, hetzij permanent op grote poen waar de complete bouwlogistiek uitgaat van de verticale transportmogelijkheden.

Ook in de (petrochemische) industrie ziet men dat in toenemende mate. Ketels worden bijvoorbeeld geheel gemonteerd aangeleverd, terwijl die vroeger in delen werden aangevoerd en ter plaatse opgebouwd.

Het een beinvloedt het ander.”

Hoger en verder

Volgens De Blank is het een ‘de kip en het ei-vraag’. Men zette steeds zwaardere kranen in en de fabrikanten speelden daarop in door compleet gemonteerd materieel aan te leveren. Hier is sprake van een kruisbestuiving. De te hijsen lasten worden zwaarder en dus neemt ook de hijscapaciteit van de kranen toe. De ontwikkeling van de hydrauliek heeft de mobiele kranen meer mogelijkheden gegeven. Een hydraulische kraan reikt nu al tot 60 meter hoog; masten gaan zelfs tot 120 meter. Over de toekomstige ontwikkelingen valt weinig te voorspellen. De grenzen worden steeds verlegd. “Begin jaren tachtig dachten we ook dat er geen toename meer zou zijn” , zegt De Blank. Hij vindt de ontwik keling, waarbij meer onderdelen van een gebouw gemonteerd worden aangeleverd, gunstig. “Bij een fabrieksmatige produktie kun je veel beter aan de arbeidsomstandigheden voldoen dan bij de opbouw op een bouwplaats.”

Deskundigheid

Hoewel de kraanverhuurbranche zich mag verheugen over een nog altijd groeiende markt en zeker over een verhoogde kwaliteit, zijn de problemen nog lang niet de wereld uit.

De Blank krijgt regelmatig signalen van zijn achterban dat er nog altijd opdrachtgevers zijn, die meer willen van een kraan dan is toegestaan of zelfs verantwoord. Dat stoelt, volgens De Blank, deels op de ondeskundigheid van de opdrachtgevers.

“De aannemerij is een vaag begrip. Er zijn 19000 aannemers in Nederland, waaronder er zeker een aantal is dat veel kennis in huis heeft, omdat men zelf ook kranen exploiteert. Maar onder die 19000 zijn er ook velen die onvoldoende kennis hebben over hetgeen een kraan kan en wat wettelijk wel en vooral wat niet is toegestaan. Dat is dikwijls een probleem, omdat discussies daarover ook een rol spelen bij de beoordeling van de kwaliteit van de dienstverlening van de kraanverhuurder.”

Een van de kenmerken van dienstverlening is dat produktie en consumptie van het ‘produkt’ niet zijn te scheiden. Die hebben plaats op hetzelfde moment. Dit in tegenstelling tot produktieprocessen, waar de kwaliteit van het produkt wordt gemeten aan het einde van het produktieproces. Dat feit speelt beslist een rol bij het directe contact tussen klant en uitvoerende. Bij

anverhuur betreft dat de kraanmachinist, omdat een kraan -in tegenstelling tot een hoogwerker- wordt verhuurd inclusief de machinist. In de praktijk houdt dat in dat de machinist een dienst verleent op het terrein van de klant, de huurder. Dit brengt in sommige gevallen complicaties met zich mee. De kraanmachinist staat bij het uitvoeren van zijn werk onder het directe gezag van de klant.

Problemen ontstaan wanneer de klant een opdracht geeft waaraan de machinist, volgens zijn eigen beroepscode, of om kraantechnische redenen mag, kan of wil voldoen. In zon geval staat de machinist tussen twee vuren en moet hij in z’n eentje het probleem oplossen.

De Blank is een waardig behartiger van de belangen van zijn achterban. Hij zegt: “Wat moet je nou aan met een klant die begint te schelden, omdat je iets -waarvan je zelf overtuigd bent dat je het niet moet doen, omdat het niet veilig is- niet wilt uitvoeren. Of nog erger, als zon opdrachtgever meedeelt dat er gisteren nog een andere machinist was met eenzelfde kraan die het wel deed. Met andere woorden een collega kon het wel en hij niet.

Voor een machinist is dat een onmogelijke situatie. Dit soort situaties kan worden voorkomen als er bij de opdrachtgevers meer deskundigheid is over hijsvoorschriften.

Kwaliteit en veiligheid

Het karakter van de opdrachtgevers loopt nogal uiteen. Het kan best zijn dat de directie precies weet wat moet en wat niet is toegestaan en ook vindt dat men zich aan de voorschriften moet houden. De vraag is echter of de projectleider en de man in de bouwput dezelfde mening zijn toegedaan. Die mensen staan vaak onder zodanige tijds- of gelddruk, dat zij geneigd zijn de voorschriften te overtreden.”

Blijkbaar komen dergelijke situaties vaker voor dan men op het eerste gezicht zou denken.

Reden waarom in de bijscho lingscursus voor kraanmachinisten een module ‘conflicthantering’ is opgenomen.

Elke branche heeft z’n specifieke normen voor kwaliteitsbeleid en er zijn belangrijke componenten waar dat omheen is opgebouwd. Bij het kraanverhuurbedrijf is dat veiligheid. Niet alleen technische veiligheid, maar ook veiligheid door preventief handelen. Het is altijd een combinatie van mens en machine. De technische normen zijn voor kranen allemaal vastgelegd. De Blank laat er geen twijfel over bestaan: “Aan die veiligheidsnormen moet je voldoen. En als je daar zelf niet van overtuigd bent, dan doet de wetgever dat wel, of in ons geval, het certificatiepo. Kranen moeten jaarlijks worden gekeurd.

Deels wordt dat door Keboma uitgevoerd maar een aantal FNK-leden laten dat ook door deskundigen van buiten het eigen bedrijf doen. Daarnaast komt het aan op de verantwoordelijkheid in handelen van de machinisten.”

Menselijk handelen

Veilige arbeidsomstandigheden en gebruiksveilige machines zijn prioriteit in de moderne bouw. Er is -zeker voor het gebruik van kranen- de nodige wet- en regelgeving en toch gebeuren er wel eens ongelukken. De oorzaak ligt -helaas- meestal bij het menselijk han delen. Volgens De Blank valt het aantal ongelukken met kranen mee. Zeker als men het relateert aan het aantal dat dagelijks in gebruik is.

De FNK is niet onverdeeld gelukkig met de veranderingen in regelgeving als gevolg van de Europese Richtlijnen. Er bestaat bij iedereen nog grote onzekerheid.

“We weten een ding:er bestond een zogeheten ingebruiknname-keuring, maar die is met de komst van de Europese richtlijnen vervallen. Daarvoor is het CE-merk in de plaats gekomen. De fabrikant mag zelf verklaren dat hij voldoet aan de Europese normen.” De Blank noemt in dit verband de Europese machinerichtlijn. “Met een CEmerk mag een kraan binnen de hele gemeenschap worden verhandeld. Dit in tegenstelling tot hoogwerkers die eerst moeten worden gekeurd voordat ze in gebruik worden genomen.”

Vervolg op pag. G3

Reageer op dit artikel