nieuws

Minder bonussen verwacht voor plaatsing waoers

bouwbreed Premium

Het secretariaat van de arbeidsongeschiktheidsfondsen AAF en AOF, waaruit de aaw- en wao-uitkeringen worden betaald, denkt dat dit jaar ruim f.500 miljoen minder zal worden uitgegegeven dan eerder werd verwacht.

Aan de batenkant valt vooral het hogere positief saldo van de bonus/malusregeling op, zo blijkt uit een nota, die vandaag door de fondsbesturen wordt besproken.

Sociale Zaken Gerrit van Oosten Dat het saldo als positief wordt omschreven komt doordat veel minder bonussen ke worden verstrekt dan aanvankelijk is aangenomen. Bedrijven blijken minder (gedeeltelijk) arbeidsongeschikten in nieuwe banen te ke of willen plaatsen. Dat wordt geconcludeerd uit de ontvangen declaraties van de verschillende bedrijfsverenigingen.

Opgave SFB Volgens een opgave van het Sociaal Fonds Bouwnijverheid zullen per 1 maart a.s. er in de bouw 114 bonussen worden toegekend, terwijl er nog 31 aanvragen in behandeling zijn.

Tweeenvijftig keer moest een aanvrage voor een bonus worden afgewezen omdat die niet aan de voorwaarde voldeed.

Per zelfde datum zullen 4770 boetes het SFB-huis verlaten richting bouwondernemers, die een of meer werknemers de wao in hebben zien gaan. Deze boetes, ook wel malus geheten, blijken in de bouw relatief laag te zijn, namelijk drie maanden loon. Dit in tegenstelling tot bedrijfstakken, die een geringer wao-risico kennen, en daarom een maximale malus kennen van een jaarsalaris.

Omdat er minder bonussen ke worden uitgekeerd dan aanvankelijk is aangenomen hebben de arbeidsongeschiktheidsfondsen de opbrengst van de bonus/malusregeling bijgesteld van f.75 miljoen naar f.355 miljoen.

Ingewikkeld Het Sociaal Fonds Bouwnijverheid noemt de nieuwe wao-regeling bij monde van directeur drs. J.J.P. Schouten “behoorlijk ingewikkeld” . Ten eerste kent de regeling een loondervingsuitkering, die leeftijdsafhankelijk is gemaakt en een dito vervolguitkering.

De loongerelateerde wao-uitkering , waarvan de hoogte gelijk is aan de huidige wao (dus maximaal 70% van het dagloon met periodieke indexeringen) wordt voor nieuwe geval len vanaf 33 t/m 37 jaar gedurende zes maanden toegepast.

Waoers tot 42 jaar ke daar een jaar lang op rekenen, is men tussen 43 en 47 jaar oud dan zal deze uitkering anderhalf jaar duren, mensen tussen 48 en 52 jaar krijgen gedurende twee jaar een dergelijke uitkering. Personen van 53 t/m 57 jaar ke nog drie jaar lang op deze uitkering rekenen, terwijl personen van 58 jaar en ouder in het geheel worden ontzien. Is men nog geen 33 jaar oud en komt men in de wao, dan krijgt men gelijk met de vervolguitkering te maken, die de overige nieuwe waoers na de genoemde termijnen tegemoet ke zien.

Die vervolguitkering heeft als grondslag het vervolgdagloon, dat bestaat uit het minimumloon plus een toeslag, die leeftijdsafhankelijk is. Voor elk jaar dat een verzekerde op het moment van ingang van de WAO-uitkering ouder is dan 15 jaar, wordt 2% van het verschil tussen het oude loon en het minimumloon opgeteld bij het minimumloon.

Voor iemand van veertig jaar die in de wao geraakt zal de loondervingsuitkering bij een dagloon van f.240 dan gedurende een jaar f.168 bedragen, waarna de vervolguitkering zal uitkomen op f.170.

Reageer op dit artikel