nieuws

Overheid belemmert toepassing secundaire grondstoffen

bouwbreed Premium

De Ministeriele Regelingen bij het Bouwbesluit bevatten veel afwijkingen en wijzigingen van de normen en regelingen voor beton en betonconstructies. Daardoor wordt het gebruik van secundaire grondstoffen belemmerd.

Het gevolg is een sterke kostenverhoging en discriminatie van grindvervangende stoffen.

Met deze woorden besloot ing.

C. Souwerbren, directeur van de certificatie-instelling BMC, zijn lezing tijdens de Stutechdag ‘Grondstoffen 2000’

in congrescentrum ‘De Reehorst’ te Ede.

“Een voorbeeld is de onmogelijkheid om Lytag als grindvervangende stof toe te passen” , aldus Souwerbren. “De Ministeriele Regelingen maken vele jaren van ontwikkeling ongedaan. Het is frustrerend dat de overheid ons op het punt van gebruik van secundaire toeslagstoffen probeert te ‘over rulen’. Het ongedaan maken van de belemmeringen is een urgente kwestie.”

Souwerbren zei dat het te ver zou voeren alle wijzigingen weer te geven. Hij noemde er vijf: “Bij beton met ander toeslagmateriaal dan zand en grind wordt het minimum-cementgehalte verhoogd van 280 naar 300 kg/msu3. Bij de keuring mag geen enkele waarde onder de gestelde grenswaarde vallen, hoewel het al jaren gewoonte is om met statistiek te werken.

De Ministeriele Regelingen verklaren 20% vervanging van grof toeslagmateriaal door granulaat evenals 10% vervanging van grof toeslagmateriaal door licht materiaal (zoals Lytag) beide ‘buiten toepassing’. En de watercementfactor moet met de chemische oplosmethode geschieden, in plaats van volgens de methoden 2 of 3 van de VBT.”

Onbegrijpelijk “Alle normen hebben dergelijke voor de normcommissies onbegrijpelijke veranderingen ondergaan” , stelde Souwerbren. “Je kunt je afvragen of de opstellers van de Ministeriele Regelingen het een en ander wel goed hebben begrepen.

Een interessante vraag is of de staatssecretaris ook aansprakelijk kan worden gesteld voor de technische en financiele gevolgen van deze regelingen.”

Souwerbren poneerde de stelling, dat een overheid niet in de plaats van normcommissies dient te treden en niet eigenmachtig onderdelen uit voorschriften buiten werking hoort te stellen noch te vervangen.

Hij wees erop dat de overheid een inconsistent beleid voert door na vele jaren van stimulering het gebruik van secundaire stoffen nu te belemmeren.

Een andere spreker, prof. dr.

ir. Ch.F. Hendriks, directeur van Intron en hoogleraar materiaalkunde aan de TU Delft, zei ook dat het Bouwbesluit op deze manier de toepassing van secundaire toeslagstoffen dreigt te doorkruisen.

Tijdens de discussie werd gezegd, dat er veel acties gaande zijn en dat binnen twee weken een gesprek tussen de CUR en de overheid zal plaatshebben.

Reageer op dit artikel