nieuws

De Almanak; een eeuwenoude bestseller

bouwbreed Premium

‘Almanak: Leugenzak!

Komt van Delft, liegt de helft Komt van Aalsmeer, liegt nog meer Komt van Dort, liegt dat-ie zwart wordt Komt van Zwartewaal, liegt het allemaal’

Bovenstaand oud springversje, door de meisjes omstreeks 1900 bij het touwtje springen gezongen, laat zich niet zo vleiend over de almanak uit.

Tienduizenden in Nederland en Belgie denken er beslist anders over. Want dat is de tegenwoordige oplage van deze eeuwenoude bestseller.

Daar er in de middeleeuwen veel analfabeten waren, kwamen de kalenders niet binnen het bereik van allen. Dat was wel het geval met de almanak, die buiten de tijdregeling nog allerlei nuttige wenken gaf.

Een almanak (oorspronkelijk het Arabische woord al-mana^kh, dat maat of tijd betekent) paste in de middeleeuwen uitstekend bij de opvattingen die de mensen er op nahielden. Dat doen ze trouwens nog, want een goede almanak geeft de mens juist al het wetenswaardige dat hem te pas kan komen. Roger Bacon, een geleerde Britse monnik, nam het Arabische woord al-mana^kh voor het eerst op in zijn ‘Opus major’ in 1267. In dit zevendelige werk, waarin wordt gesproken over het geloof, de taalkunde, wiskunde en zedenleer, gebruikte hij dit woord voor de tabellen van de bewegingen der hemellichamen. De latere almanakken waren eveneens korte sterrenkundige opgaven en kalendervormige tabellen. De eerste gedrukte almanak droeg de titel ‘Pro annis pluribis’ (voor verscheidene jaren) en was afkomstig van George von Purbach, die omstreeks 1460 in Wenen woonde. Jaarlijkse almanakken kwamen pas in de loop van de 16de eeuw uit. Een almanak werd vroeger vooral door de plattelandbewoners gelezen om de weervoorspellingen.

Kooplieden, landbouwers, schippers en handelsreizigers vonden er naast bijzonderheden over het weer, gezondheid en ziekte ook een lijst van marktdagen, bodediensten, tijden waarop de klok luidde bij het sluiten van de poort en wenken voor tuin- en landman, kronieken, anekdoten en raadsels. De vele analfabeten die de tekst niet konden lezen, letten voor marktdagen en maangestalten of tekenen der dierenriem op de plaatjes. Die primitieve illustraties van koeien, varkens, schapen en vissen waren voor hen even veelzeggend als de streepjes aan een balk. In de 17de en 18de eeuw nam de almanak naast de bijbel een belangrijke plaats in.

Het is niet toevallig, dat de bijbel in het Fries ook ‘it greate almanak’ wordt genoemd.

Zoals de bijbel over alle vragen handelde, bij alle moeilijkheden raad gaf, zo deed de almanak dat ook. Beide boekwerken, vaak de enige die in een huishouden aanwezig waren, vulden elkaar aan en wanneer iemand ‘bibel en almenak trochkru^pt’ had, was hij in het praktische en geestelijk leven goed thuis. Een van de oudste almanakken is de beroemde Enkhuizer. De uitgave van 1993 vermeldt trots op de omslag:368ste jaargang, en werd dus voor het eerst uitgegeven in 1594. Het oudste exemplaar dat men in ons land heeft ke ontdekken, dateert van 1596. Slechts enkele blaadjes zijn gevonden op… Nova Zembla. In het Rijksmuseum liggen deze blaadjes bij de voorwerpen die van deze poolreis naar ons land werden gebracht. De ‘Nova Zembla-Almanak’ werd uitgegeven door Johannes Stichter, boekdrukker in de Kalverstraat te Amsterdam. Vervolgens worden als uitgevers genoemd C.

Stichter en de Erven Wed. C.

Stigter, tot in 1813 C.C.L.

Staden de uitgave overnam, in 1824 gevolgd door de Gebr.

Van Staden, onder wier naam de Enkhuizer Almanak nog steeds uitkomt.

De eerste Enkhuizer Almanak werd in Enkhuizen gedrukt en uitgegeven, vandaar de tot op de huidige dag gehandhaafde naam. Thans wordt de almanak gedrukt in Haarlem en uitgegeven in Apeldoorn… Was de Enkhuizer Almanak dus de oudste in ons land, die uit Utrecht was slechts zes jaar jonger. Het dateert van 1600 en de Slag bij Nieuwpoort was het hoofdthema van de tweede jaargang. Al heel vroeg heeft men de spot gedreven met de almanak. Almanakken waren leugenzakken. Maar dat neemt niet weg, dat de vaak onooglijke boekjes ontzaglijk populair waren. Het waren, vooral in de 16de en 17de eeuw, echte vrijbuiters. Het vermelde immers ook dat wat de officiele instanties niet graag wilden horen, wat tegen de geijkte leer inging. Zo is het bekend dat Karel V een zware strijd tegen de Almanak heeft gevoerd. Deze werd namelijk heel vaak gebruikt om de hervormingsideeen van Maarten Luther te propageren. Verschillende almanakleurders, die door de plakkaten tegen de prognosticatien (almanakvoorspellingen) in hun broodwinning wer den aangetast en nu alles deden om zich te ke handhaven, werden wegens ‘ketterij’

opgepakt en onthoofd. Slechts indien hun waar was goedgekeurd door de kerkelijke instanties mochten ze ermee de boer op. Maar… een vergunning werd in die dagen bijna nooit gegeven. Toen het protestantisme in de 17de eeuw hier zegevierde, werd de almanak nog populairder.

Hoewel de ‘Enkhuizer’ tot op de dag van vandaag de voornaamste almanak is gebleven, hadden vele steden en provincies hun eigen boekjes. De overheid, zowel de burgelijke als de kerkelijke, bleef het gevaarlijke lectuur vinden, maar… kon de stroom niet keren. De 18de eeuw gaf zo mogelijk een nog grotere verscheidenheid te zien. Eerst in de 19de eeuw nam langzamerhand de belangstelling wat af.

Maar tot in het begin van deze eeuw kon men de zogenaamde ‘almanak-joden’ reeds begin november langs de straten horen roepen: ‘Almanak… tien cent! Tien cent… Almanak!’.

Vaak waren zij begin december al ‘los’, uitverkocht. Met de Enkhuizer Almanak was dit ook het geval in 1940, toen iedereen wilde weten wat voor weer het in het eerste oorlogsjaar zouden zijn… Veel almanakken hadden vroeger een doolhof afgebeeld, waarvan de gangen bedrukt waren met een toepasselijk vers:’Wie denkt: ik raak nooit in een doolhof verdwaald, Wie listen en streken uit worden gehaald, ‘k Ben daarvoor te kloek, ‘k Zie te goed uit mijn ogen, die heeft, eer hij het weet, Vaak zich zelven bedrogen’.

De regels waren schots en scheef door elkaar gedrukt, de lezer moest er maar uit zien te komen. Van wijsheid getuigde de oude spreuk:’De mensen maken de almanak, maar God maakt het weer’.

Reageer op dit artikel