nieuws

Gebrek aan inzicht in onderhoud vaarwegen

bouwbreed Premium

De wijze waarop regionale directies van Rijkswaterstaat de staat van onderhoud van de rijksvaarwegen in kaart brengen is zo verschillend, dat er geen centraal overzicht kan worden verkregen van de algemene onderhoudstoestand van het Nederlandse vaarwegennet. Om diezelfde reden kan worden getwijfeld aan de onderhoudsplanning van RWS en aan de juistheid van het bedrag van f.1,6 miljard, dat in de begroting 1992 is geraamd voor onderhoud van de vaarwegen in de periode 19921996. Dit constateert de Algemene Rekenkamer in haar Decemberverslag 1992. Hoewel er al vanaf 1987 aan gewerkt wordt, zijn er tot op heden nog steeds geen defintieve, landelijk vastgestelde criteria beschikbaar op grond waarvan regionale RWS-directies het onderhoudsniveau van de rijksvaarwegen ke vaststellen en inventariseren.

Het gevolg hiervan is dat iedere regionale directie de vrijheid heeft om op geheel eigen wijze inspecties uit te voeren, de frequentie van de inspecties te be palen en de inspectieresultaten vast te leggen.

Een vergelijking tussen de diverse inspectiegegevens is daardoor niet meer goed mogelijk, aldus de Algemene Rekenkamer. Er kan met andere woorden geen centraal inzicht worden verkregen in de ware onderhoudstoestand en -achterstand van de rijksvaarwegen, en moet er dus worden getwijfeld aan de juistheid van de raming van f.1,6 miljard voor het ondrhoud van vaarwegen in de periode 1992-1996, zoals is opgenomen in de begroting 1992.

De Rekenkamer heeft inmiddels aanbevolen om op basis van een landelijke norm te komen tot een uniforme inspectiemethode. De gegevens die, op basis van zon methode, door de directies worden aangeleverd, dienen vervolgens te worden gecontroleerd op kwaliteit, alvorens het onderhoudsbudget wordt verdeeld.

realiteitsgehalte

De ramingen zouden uiteindelijk moeten worden vergeleken met hetgeen gerealiseerd is.

Volgens de Algemene Rekenkamer kan het realiteitsgehalte van de ramingen op deze wijze worden verhoogd.

Maij-Weggen noemde in een reactie de aanbevelingen waardevol, maar wees de conclusie over de onzekerheid van de ramingen van de hand. Zij zei grote waarde te hechten aan de kundigheid, betrouwbaarheid en integriteit van de RWS-medewerkers die verantwoordelijk zijn voor het onderhoud.

Verdere uniformering zou volgens de bewindsvrouw slechts “een optimalisatie van een op zich voldoende onderbouwde planning” zijn. Het verweer van de minister was echter niet voldoende om de Rekenkamer op andere gedachten te brengen.

In het decemberverslag wordt tevens ingegaan op de aankoop van het vastgoed-fonds Rodamco NV door het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). De Rekenkamer meent dat de wijze waarop de samenwerking tussen het ABP en Rodamco tot stand is gebracht niet geheel en al correct is geweest. De eigen regels zijn niet goed gevolgd, er was sprake van een grote tijdsdruk en men heeft te laat externe deskundigen ingeschakeld.

Deze deskundigen waren het er namelijk over eens dat het onroerend goed van Rodamco en zijn dochters was overgewaardeerd. Daardoor werd de prijs f.156 miljoen te hoog bevonden. De Beleggingscommissie van het ABP ging desondanks akkoord met het bedrag, omdat er voor f.116 miljoen compensatie werd geboden. Het resterende verschil van f.40 miljoen werd vervolgens door de commissie aanvaardbaar geacht.

Vervolg op pag. 2

Reageer op dit artikel