nieuws

Fiscus moet investeerders in Mecklenburg tegemoet komen

bouwbreed

De huidige maatregelen inzake de economische ontwikkeling van Mecklenburg-Vorpommern moeten vooralsnog van kracht blijven. Dit betekent dat gegadigden er ook na 1994 aanspraak op moeten ke maken. Het gaat hierbij om subsidies op investeringen, om de inzet van EG-gelden en om fiscale voordelen. De bondsregering droeg met het besluit het po Aufschwung Ost voort te zetten in niet onaanzienlijke mate bij aan de uitvoering van deze noodzakelijke maatregelen.

Bondsminister J. Mollemann van Economische Zaken zei op een eerdere bijeenkomst in de Mecklenburgse gemeente Stralsund te verwachten dat belastinghervormingen het effect van de bestaande bijzondere afschrijvingen en de belastingvoordelen voor bedrijfskapitaal zal versterken. Mollemann wil dat het Treuhand-instituut zich meer bemoeit met de levensvatbaarheid van geprivatiseerde bedrijven. Eenvoudige constructies zoals het onderbrengen van bedrijven in een openbare houdermaatschappij zullen op korte termijn bijdragen aan het behoud van ondernemingen maar zullen later onvermijdelijk tot problemen leiden. In voorkomende gevallen moet het instituut tijdig een uitspraak doen over financieel interessante ondernemingsplannen waarmee het de desbetreffende bedrijven de mogelijkheid geeft zelf verantwoording te nemen voor de gang van zaken.

Meer aandacht

Het ministerie van Economische Zaken van MecklenburgVorpommern wil meer dan gemiddelde aandacht inruimen voor het behoud van de havenactiviteiten. De

te handelshavens liggen in Rostock, Wismar en Stralsund terwijl Sassnitz/Mukran en Warnemunde een belangrijke rol in het veerdienstenverkeer spelen. De overslag in de handelshavens daalde tussen 1989 en 1991 van 33- naar 15,6 miljoen ton per jaar. Momenteel valt weer een bescheiden groei te constateren. Het ligt in de bedoeling aanzienlijke verbeteringen door te voeren in de veerhavens van Sassnitz en Mukran.

Een werkgroep met vertegenwoordigers van de bond, de deelstaat, het Treuhand-instituut, de Duitse Zeerederij Rostock (DSR) en de Rijksspoorwegen (DR) doet onderzoek naar de uitbouw van Mukran als gecombineerde veer- en RoRo-haven. Voor de aanpak van de havenactiviteiten lag in 1991 DM46,8 miljoen gereed.

Het Bondsverkeerswegenplan voorziet in de aanleg van de bijbehorende infrastructuur.

Winterslaap

Het havengebied van Rostock krijgt in het plan voor de ontwikkeling van de regionale economie volgens referent S.

Tennstedt van de Economische Ontwikkelings Maatschappij (GfW) Mecklenburg-Vorpommern meer dan gemiddelde aandacht toebedeeld. De gemeente is de industriestad van Mecklenburg-Vorpommern en kon zich mede profileren door de opdeling van het gebied na 1945 in kleinere delen.

“Schwerin is altijd een ambtenarenstad geweest en heeft sindsdien een soort winterslaap gehouden. Rostock kreeg in de loop van de naoorlogse tijd veel voordelen toegewezen voor de uitbouw van de havenactiviteiten. De stad telt nu ruim 230000 inwoners tegen 130000 in Schwerin. Rostock blijft de industrievestiging van Mecklenburg-Vorpommern en zal daardoor op termijn de nodige investeerders aantrekken.

Nu al speelt de haven een belangrijke rol in de overslag van goederen.”

Hoe florissant zijn de verwachtingen voor de havenbedrijven?

“Het ligt in de verwachting dat de havens waarover Mecklenburg-Vorpommern nu beschikt in gebruik blijven, in elk geval voor de veerdiensten naar Scandinavie en voor toeristische schepen. Waterbouwkundige werken voor de vrachtvaart landinwaarts zijn voorlopig niet te verwachten zodat de Elbe de hoofdvaarweg blijft. In de haven van Rostock vindt overslag op treinwagons plaats. Een kanaal vanuit Rostock naar het achterland staat nog op geen enkele planlijst.

De prioriteit ligt op de aanpak en uitbreiding van bijvoorbeeld de autowegen. Veel aandacht gaat eveneens uit naar de aanleg van vliegvelden. Wie vanuit Schwerin naar een vliegveld wil moet naar Hamburg of Berlijn. Relatief gezien valt die reistijd mee. Wie echter vanuit Neubrandenburg naar een vliegveld wil is minstens zes uur onderweg. Als gevolg daarvan komt er nogal wat aandacht voor de verbouw van de militaire luchtmachtbasis Parchim nabij de autobaan tussen Hamburg en Berlijn tot een vliegveld voor het burgerlijke verkeer. In het verlengde van die plannen liggen voorstellen om verdeeld over het land regionale vliegvelden aan te leggen. Een soortgelijke situatie doet zich in Scandinavie voor waar dergelijke luchthavens een belangrijke economische rol spelen. In beginsel hoeven die vliegvelden niet zoveel te kosten omdat men kan volstaan met de verbouw van militaire velden.”

Wanneer de term ‘militair vliegveld’ valt komt meestal direct daarna het begrip ‘bodemvervuiling’ aan de orde.

“Bodemvervuiling is zon subjectief begrip. Overal is wel iets gebeurd dat verontreiniging veroorzaakte maar het blijft een vraag of het in die mate plaats vond als men altijd veronderstelt. Niet zelden is bodemvervuiling als onderhandelingsargument gebruikt bij de aankoop van grond. Als gevolg daarvan kon een ondernemer soms voor een mark een hectares groot terrein overnemen waarna er vervolgens niets mee gebeurde, ook al omdat de bodem helemaal niet vervuild bleek. Dergelijke overdreven reacties hebben ook geleid tot de sluiting van de kerncentrale nabij Greifswald. Daardoor raakte die regio niet alleen de eigen stroomverzorging kwijt maar ook een groot aantal arbeidsplaatsen.

De centrale zelf is niet erg arbeidsintensief maar biedt heel wat werk aan bijvoorbeeld onderhoudsbedrijven. Een dergelijke centrale wekt schonere energie energie op dan andere installaties. In het geval van Greifswald had men ke volstaan met het doorvoeren van technische verbeteringen.”

Welk belang valt toe te schrijven aan de veerdiensten op de Scandinavische landen?

“Al sinds jaar en dag bestaan er nauwe banden met de Scandinavische landen waar de bedrijven op hun beurt veel belangstelling tonen voor een vestiging in Mecklenburg-Vorpommern. Niet in de laatste plaats gaat het dan om bouwbedrijven wat zich begrijpen laat omdat hier en daar vrijwel dezelfde bouwmethoden volgens het nagenoeg zelfde ontwerp. Over en weer zijn ondanks de verschillen in taal langdurige contacten opgebouwd. Voor de omwenteling toonden de Scandinavische bouwbedrijven zich hier ook al actief, zij het op een beduidend kleinere schaal dan nu. Toendertijd ging het vooral om de realisatie van grootschalige poen waarbij ze als onderaannemer en in sommige gevallen ook als hoofdaannemer optraden. De aandacht gaat nu vooral uit naar de particuliere sector waarbij de Scandinavische bedrijven vooral afzet zoeken voor hun woningen. De overeenkomsten zijn groter dan wanneer Amerikaanse bedrijven hier hun woningen aanbieden. Ons klimaat laat de bouw van woningen met lichtere houtsoorten niet toe. Wij hebben een ruw klimaat waarvoor in elk geval op dit moment alleen baksteen of een soortgelijk alternatief materiaal in aanmerking komt. De Scandinaviers bieden momenteel ook houtskeletwoningen aan maar mede op grond van de traditie bestaat daarvoor nog weinig belangstelling. Die methode kan evenwel een besparing op de bouwkosten geven doordat men alleen de buitenwand uit stenen hoeft op te trekken. Het blijft een feit dat hout onderhoud vergt, zeker wanneer het een dragende functie vervult. Maar als gevolg daarvan verandert het hout bij de latere sloop van de woning in chemisch afval.”

De meeste vakwerkhuizen in Schwerin tonen overduidelijk de gevolgen aan van uitblijvend onderhoud voor houten bouwdelen.

“Schwerin is een oude stad die de oorlog ongeschonden is doorgekomen. In de afgelopen jaren hield de bouw zich alleen met nieuwbouw bezig. Als gevolg daarvan ziet de binnenstad er niet echt onderhouden uit. De reden daarvoor ligt in de hogere kosten die met de aanpak gepaard gaan. Daarbij kan men niet zomaar een willekeurig samengestelde groep bouwvakkers voor deze werken inzetten. Het vergt de inzet van ter zake kundigen die ke aangeven wat nog de moeite van opknappen waard is en wat kan verdwijnen.

Voorts vraagt aanpak van bijvoorbeeld monumentale gebouwen de aanmaak van andere materialen dan de nieuwbouw gebruikt. Om nog maar niet te spreken van volgens tekening bouwdelen na te maken. In plaats daarvan ging de vroegere overheid volledig voorbij aan het ambacht en trok alleen in uitzonderlijke gevallen geld uit voor restauratie. De staat reserveerde de middelen liever voor onder meer nieuwbouwwoningen, voor de aanleg van wegen en voor de inrichting van militaire voorzieningen. Ondanks de deplorabele toestand van de oudbouw is de algemene opvatting dat zoveel als mogelijk behouden moet blijven omdat daardoor het karakter van de stad behouden blijft. Dat zal aanzienlijke inspanningen vergen zoals in het geval van Schwerins oudste stadsdeel nabij het slot. Economisch gezien is het grootste deel van het gebouwenbestand daar meer dan rijp voor de sloop en in sommige gevallen zal sloop inderdaad volgen. De plannen schrijven evenwel nieuwbouw voor die overeenkomt met wat voorheen op die locatie stond.”

Opdrachtgevers zullen van die voorwaarde niet altijd het nut inzien.

“Het betekent dat opdrachtgevers in bijvoorbeeld dit stadsdeel niet zonder overleg met derden een architectonisch plan ke laten maken. Tot die derden behoren organisaties die zich met het stadsbeeld bezig houden. Verder heeft de plaatselijke politiek het nodige te zeggen en niet in de laatste plaats ook de bevolking. Zoals overal in Duitsland hebben de inwoners van de nieuwe deelstaten inspraak in bouwplannen. Het resultaat daarvan moet zijn weerslag vinden in de beoordeling van een plan. In het geval van de nieuwe deelstaten leidt dat wederom tot vertraging al is dat veruit te verkiezen boven een situatie waarin iedereen ongestoord z’n gang kan gaan. Men kan in de landelijke gebieden gemakkelijker bouwgrond verwerven maar daar doet zich het feit voor dat de toekomstige bebouwing niet in de plannen is opgenomen. De plaatselijke politiek zal zich dus over elk voorstel moeten buigen en daarbij de geldende wet en regel in acht moeten nemen. In aangewezen gebieden treden voor ondernemers die een produktiebedrijf willen opzetten verkorte procedures in werking. De grondprijs ligt in die bepaalde gebieden ook lager dan elders omdat ontsluiting met openbare middelen gebeurde. De prijs houdt dan alleen verband met de kosten die de gemeente voor de verwerving moest maken. In sommige gemeenten gaat de grond zelfs voor een mark van de hand op voorwaarde dat de gegadigde inderdaad een bedrijf opzet.”

Trekt de overheid ook met andere middelen ondernemers over de streep?

“Geinteresseerden ke aanspraak maken op financiele tegemoetkomingen. Eerst vanal geldt in MecklenburgVorpommern het algemene programma dat Bonn voor de nieuwe deelstaten bedacht.

Onze deelstaat beschikt ook zelf over financiele voorzieningen waarmee bijvoorbeeld bedrijfsterreinen worden ontsloten. Daarnaast trekken we middelen uit voor steun aan toeristische poen, voor producerende bedrijven en voor activiteiten die produktiebedrijven ten goede komen. Bij dat laatste valt te denken aan publiciteit en vaktentoonstellingen. Die steun komt neer op het vergoeden van 23 procent van de gemaakte kosten nadat de desbetreffende activiteit op poten staat. In het verlengde daarvan liggen bepaalde fiscale tegemoetkomingen, een investeringstoeslag van acht procent, mogelijkheden voor versnelde afschrijving in een periode van vijf jaar om bovenop de jaarlijkse afschrijving van tien procent in een keer 50 procent af te schrijven. Daardoor kan men in tien jaar 100 procent afschrijven. Via de banken kan men verder gesubsidieerde kredieten aanvragen.

Bijdragen liggen verder gereed voor technologisch onderzoek en voor het aannemen van personeel. Bij elkaar kan de overheid voor zon 35 procent bijdragen aan een investering.

Deze maatregelen komen natuurlijk alleen in praktijk wanneer een ondernemer een gedegen plan indient. De voorzieningen moeten ertoe leiden dat de bedrijfsterreinen die een oppervlak van 3 tot 5 hectare beslaan voor 51 procent bezet worden met produktiebedrijven en voor het resterende deel met handelsondernemingen.

De gemeenten moeten er op hun beurt op toezien dat deze verdeling wordt aangehouden.”

Houdt iemand die ontwikkeling daadwerkelijk in het oog?

“Men kan gevoeglijk aannemen dat het gemeentebestuur nauwlettend toeziet op deze verdeling. Bijvoorbeeld een burgemeester staat aan een veel grotere controle bloot dan de eerste minister van een deelstaat of een vakminister.

Om zoveel mogelijk mensen in een gemeente aan het werk te krijgen kan een burgemeester ervoor kiezen technologisch achterblijvende bedrijven die veel handenarbeid bieden te verkiezen boven hoogtechnologische ondernemingen waar slechts een handjevol mensen komt te werken. Op termijn zal die keus evenwel de verkeerde blijken al is het heel verleidelijk voor een burgemeester om nu dit soort bedrijven binnen te halen. De landelijke overheid en de banken hebben in deze echter ook wat te zeggen en zorgen er via hun voorwaarden voor dat arbeidsextensieve bedrijven niet op het tweede plan komen. Wanneer het om de goedkeuring van bouwplannen gaat is het de gemeente die een beslissing neemt of het voorstel wel of niet tot uitvoering kan komen. Zodra de gemeenteraad positief heeft gereageerd op een voordracht van burgemeester en wethouders schuift het besluit door naar de deelstaat voor het eindoordeel.

Dat kan alleen maar uit ja of nee bestaan en voorziet niet in aanpassingen van plandelen.

Slechts zelden zal een gemeente echter een plan doorsturen wanneer de raad er niet mee instemt. Te meer omdat de burgemeester gekozen is en daardoor aansprakelijk. Mede daardoor zal het voor een bepaald slag ondernemers niet echt eenvoudig zijn een plan door te drukken. Een burgemeester kan op een gegeven moment overstag gaan, maar de desbetreffende ondernemer vindt dan de gemeenteraad tegenover zich.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels