blog

De halve utopie van de rijksadviseurs

bouwbreed Premium 480

De halve utopie van de rijksadviseurs
Amsterdam, 6 augustus 2018 - ADDIE SCHULTE. Portret. Foto Dingena Mol

Visies op de toekomst zijn tegenwoordig vaak negatief gekleurd. Nederland ‘verdwijnt’ door migratie, of door het oprukkende water. De ongelijkheid neemt toe en de solidariteit neemt af, zo kunnen we nogal eens horen. Maar volgens drie belangrijke adviseurs van de Nederlandse overheid zijn dergelijke geluiden onterecht. De toekomst van Nederland zal ‘rijker, hechter, schoner’ zijn, zo verkondigen ze in hun recente rapport Panorama Nederland.

Zo’n optimistisch beeld is op zich al verfrissend in deze tijden. In het rapport gaat het vergezeld van opgewekte beelden van een Nieuw Nederland die lijken op de artist impressions van architectenbureau’s. Een keurige wereld waarin geen verkeerde geparkeerde fiets te zien is.

Nederland heeft hetzelfde optimisme nodig van tijdens de wederopbouw, schrijven de rijksadviseurs. Nou valt op dat optimisme wel iets af te dingen: het was de tijd waarin de overheid emigratie aanmoedigde omdat het land te vol zou zijn en ook de romans van Gerard van het Reve en W.F. Hermans geven geen erg opgewekt beeld. Een andere paradox is dat in de tijd van de wederopbouw veel van de beslissingen werden genomen die rijksbouwmeester Floris Alkemade en de rijksadviseurs voor de fysieke leefomgeving Berno Strootman en Daan Zandbelt willen terugdraaien.

Muggezifterij van een historicus? Nee, het het beeld van het verleden van de rijksadviseurs is te eenzijdig.

Die bezwaren kan je wegwuiven als het gemuggezift van een historicus, maar hoe kan je een geloofwaardig beeld van de toekomst opbouwen als het beeld van het verleden al niet klopt of op zijn minst eenzijdig is?  Een beeld van de toekomst vertrekt ook vanuit het heden. Daarin sluiten de rijksadviseurs juist aan bij de visie van vele doemdenkers: Er is een ‘dringende noodzaak’ om zaken aan te pakken en deze ‘generatie’ is bijna uniek als het gaat om ‘verstrekkende en relevante maatschappelijke opgaven.’ Er moet een gevoel van urgentie worden gecreëerd om de geesten rijp te krijgen voor ingrijpende veranderingen en dat doe je niet door te zeggen dat alles goed gaat.

Beeld uit Panorama Nederland van de Rijksadviseurs

Om die veranderingen te bewerkstelligen is een voorhoede nodig. Markt en overheid zijn volgens de rijksadviseurs ‘vaak te kortademig’ om ‘vanuit de lange termijn te sturen’, zoals ze dat in het jargon weergeven. Maar ‘wij als ontwerpers’ kunnen verder vooruit kijken. Dat doet denken aan een bevoorrechte klasse, die zich losmaakt van het dagelijkse gewoel op de (politieke) markten die daardoor beter in staat is om een toekomstvisie te ontwikkelen. Maar dat voorhoededenken is erg elitair en top-down.

Rotsvast geloof in de kracht van ideeën

Opvallend is ook het geloof in de kracht van ideeën. De veranderingen kunnen op gang komen als er ‘een gemeenschappelijk, herkenbaar en positief toekomstbeeld’ ontstaat. Nu wil ik niet de kracht van ideeën bestrijden, maar hoe verloopt het pad van idee naar werkelijkheid? En wat als een flinke minderheid, of misschien wel een meerderheid, dat positieve beeld niet steunt of niet positief vindt? Dat zijn vragen waar de adviseurs niet op ingaan.

De adviseurs schetsen in een paar korte hoofdstukken win-win-win-situaties. We zijn straks veiliger voor wassend water, hebben meer natuur, boeren verbouwen duurzame groenten die we in de buurt-super kopen,  ze zorgen ook voor meer biodiversiteit, een schoner milieu, we zijn minder lang aan het forenzen en hebben dus meer ‘tijd voor elkaar’.

Dat lijkt een utopie, maar toch is dit  beeld niet volledig utopisch. Een utopie is een radicaal andere, betere wereld. Daarvoor is het hechtere, schonere en rijkere Nederland net niet anders genoeg. De plannen van de adviseurs zijn een koerscorrectie, die hier en daar al is ingezet, zoals ze zelf zeggen. Zo is in Maastricht de snelweg die door de stad sneed in een tunnel weggewerkt. Er zit wel een hoog maakbaarheidsdenken achter deze concepten, wat een terugkerend element in het utopisch denken is. We kunnen dit land scheppen, als we maar willen en de juiste tools benutten. De ingenieurs-mentaliteit heerst in dit rapport. Er zijn ‘opgaven’ en die moeten worden ‘opgepakt’. Voor onvoorziene effecten, vaak weer het gevolg van menselijk gedrag, is geen plaats in dit plaatje. Panorama Nederland is een halve utopie.

Er moeten juist veel projecten uit de tijd van de wederopbouw worden teruggedraaid

Nederland is beweging en heeft geen vaste vorm, stellen de adviseurs en dat is een mooi beeld. Dat kun je opvatten als een rechtstreekse kritiek op de migratie-alarmisten die Nederland zien verdwijnen. We moeten in ieder geval niet bang zijn voor verandering. En die verandering betekent dus soms het terugdraaien van grote projecten uit de tijd van de wederopbouw. Zo moet de grootschalige landbouw die toen werd opgezet voor een deel ontmanteld worden. Datzelfde geldt voor een ander wederopbouw-ideaal: de ‘functionele stad’ waar wonen, werken en recreëren strikt gescheiden werden. Functies moeten juist mengen, vinden de adviseurs, iets wat tegenwoordig een gangbare opvatting is.

Mogelijke nadelen worden niet genoemd of verhuld. Dat het voedsel duurder wordt, staat in wat cryptische termen vermeld. ‘Footloose’ landbouw op ‘agroparken’ betekent de instandhouding of zelfs intensivering van intensieve veeteelt. Hoort dat bij een schoner Nederland?

Een wat sombere toon klinkt er over de klimaatdoelen, die worden niet gehaald door de verbrokkelde aanpak via de klimaattafels. Het moet ‘integraal’, een van de buzzwoorden van dit rapport. Maar juist het moeizame overleg aan die klimaattafels maakt duidelijk dat het heel lastig is te komen tot een ‘integrale’ en ‘gezamenlijke’ aanpak, omdat er nu eenmaal veel verschillende belangen en opvattingen zijn.

Zo komt een manco van dit rapport naar voren. De adviseurs presenteren aan het einde van hun rapport open deuren, zoals ‘kijk naar de lange termijn’ en ‘dien allereerst het algemeen belang’ en ‘kies voor kwaliteit’. Wie is het hier niet mee eens?  Maar hoe bepalen we wat op de lange termijn belangrijk is? Is uitbreiding van het asfalt of van het openbaar vervoer in het algemeen belang? Er zit een soort naïviteit in dergelijke aanbevelingen en die maken het wat soft. Misschien heeft dat met de status van de rijksadviseurs te maken. Maar het ondermijnt wel het toekomstbeeld, dat opgaat in een mist van welluidende maar weinig zeggende frasen. Mist hoort uiteraard bij het Nederlandse polderlandschap. Toch is maar de vraag of uit die mist werkelijk een ander land opdoemt.

Met Panorama Nederland tonen de rijksadviseurs dat het vooruitgangsoptimisme niet dood is. Dat past nog steeds goed bij de ‘semi-officiële’ visie van de overheid op de toekomst. Maar zal een ‘met zijn allen de schouders eronder’ mentaliteit nu voor veranderingen kunnen zorgen? Of blijven we doormodderen in de polder?

Addie Schulte is historicus en journalist. Hij houdt zich onder andere bezig met de bestudering van toekomstbeelden. In februari verschijnt zijn boek De strijd om de toekomst. Over doemscenario’s en vooruitgang bij Uitgeverij Cossee. 

Reageer op dit artikel