blog

Voor aanpak van leegstand platteland is gebiedsvisie nodig

bouwbreed Premium 886

Overheden moeten het probleem van de vrijkomende agrarische bebouwing planmatig en gebiedsgericht aanpakken. Nu wordt vaak afgewacht tot eigenaren van dergelijke VAB-locaties zich uit zichzelf melden, waardoor de echte problemen blijven liggen.

Voor aanpak van leegstand platteland is gebiedsvisie nodig

Op het platteland komen steeds meer boerderijen leeg te staan. Door verwaarlozing van die gebouwen gaat de landschappelijke kwaliteit achteruit. Dat kan leiden tot illegale en zelfs criminele activiteiten, zoals wietkwekerijen. Om die ontwikkeling te stuiten zijn een heldere visie en een samenhangende aanpak nodig.

Ik zie volop mogelijkheden voor vrijkomende agrarische bebouwingen. Voor de hand ligt om de gebouwen te hergebruiken, bijvoorbeeld als B&B, ecoruïne of voor duurzame energie, maar in een aantal gevallen zal er ook gesloopt moeten worden. Belangrijk bij het maken van keuzes is in elk geval dat dat gebiedsgericht gebeurt.

Mooi en nuttig

En daar wringt ‘m nog dikwijls de schoen. Neem de provincie Utrecht die een loket gaat openen waar agrariërs advies kunnen krijgen over mogelijke nieuwe bestemmingen voor hun leegkomende boerderijen. Dat lijkt mooi en nuttig, maar ik vind die aanpak veel te afwachtend. Je bereikt zo alleen de boeren die al plannen hebben. Maar de echte probleembedrijven, voornamelijk van oudere boeren die bijna stoppen of al zijn gestopt met hun bedrijf, bereik je er niet mee.

In agrarische terminologie: je kunt onderscheid maken tussen laag- en hooghangend fruit. Met zo’n loket los je de problemen van het laaghangend fruit wel op, maar niet die van het hooghangend fruit. Er is dan ook een totaalaanpak nodig: een gebiedsvisie.

Een voorbeeld hiervan is een gebiedsfonds waarmee overbodige locaties worden gesloopt. Maak je van een overbodige boerderij bijvoorbeeld een theehuis, dan kan uit de opbrengst ervan worden meebetaald aan de sloop van een agrarische locatie waar een nieuwe invulling niet mogelijk is. Zo wordt voorkomen dat het gebied verpaupert en stimuleert de overheid revitalisatie.

Beter samenwerken

Complicerende factor is dat veel kennis is gespreid over onder meer provincies en gemeenten. Daardoor is het onduidelijk en onoverzichtelijk welke mogelijkheden er zijn. En er kan in feite veel. Zo hebben sommige gemeenten gunstige voorwaarden of subsidies voor sloop, maar die moet je als agrariër maar net kennen. En er zijn ook (met name kleine) gemeenten, waar op dit gebied onvoldoende deskundigheid in huis is, heb ik moeten constateren. Daarom moeten overheden, andere organisaties en eigenaren van agrarische bedrijven beter samenwerken, zodat het wiel niet steeds opnieuw hoeft te worden uitgevonden.

Vorig jaar deden wij in opdracht van makelaarsvereniging NVM onderzoek naar VAB’s en ook toen was de conclusie (en luidde ons advies) om gebiedsgericht te werk te gaan. Zo’n gebiedsvisie moet er komen in samenwerking tussen provincie, gemeenten en een groep eigenaren.

Op die manier wordt de verantwoordelijkheid verdeeld over de verschillende spelers en belanghebbenden in een gebied.

Ik ben wel optimistisch over het aanpakken van de leegstand in het buitengebied. De mogelijkheden zijn echt legio, maar partijen zijn zich daarvan vaak niet bewust. En niet iedere agrariër snapt dat zijn boerderij een VAB gaat worden. Wordt het slopen, dan moet dat voor hem financieel wel aantrekkelijk zijn. Maar wil je een agrariër overtuigen om mee te werken, dan moet je als overheid duidelijk maken dat niks doen met zijn locatie echt voor problemen zorgt. En dat duidelijk maken wordt alleen maar gemakkelijker, als er een concreet en breed gedragen totaalplan, een gebiedsvisie, ligt.


Jolan Knol, adviseur/rentmeester bij advies- en ingenieursbureau LBP|SIGHT

Reageer op dit artikel