blog

Transitieagenda Circulaire Bouweconomie: ook een transitie naar minder, maar beter?

bouwbreed Premium 900

Transitieagenda Circulaire Bouweconomie: ook een transitie naar minder, maar beter?

In een artikel in Trouw van 9 januari jl. wordt beschreven hoe de stad Västerås in Zweden verwarmd wordt door de verbranding van ongebruikte kleding van een bekende Zweedse modeketen. Sinds enige tijd draait de energiecentrale van de stad niet meer op fossiele brandstoffen, maar op de niet- verkochte kleding, alsmede op huisvuilafval.

Uit onderzoek van de Ellen MacArthur Foundation blijkt dat meer dan de helft van de kleding van modeketens binnen één jaar wordt afgedankt. Stuntprijzen en een tweewekelijks wisselende collectie sporen aan tot voortdurende aankopen en hebben tot gevolg dat kleding is verworden tot een wegwerpproduct. Er zijn nauwelijks industrieën met hogere milieukosten dan fast fashion.

Op dezelfde datum staan in Trouw recensies over een drietal boeken met als thema – ieder vanuit een eigen invalshoek – de uitputting van de natuurlijke bronnen van de aarde en de noodzaak tot besef dat we anders moeten omgaan met onze aarde. Zo schrijft Hans Meek in zijn boek Ecologica dat de menselijke levenswijze met de uitstoot van CO2 een broeikaseffect creëert, waardoor de menselijke diersoort binnen 100 jaar op de ecologische populatiegrens zal stuiten. Volgens Meek moet de mens zich minder laten leiden door economische groei, maar een duurzaam hedonisme daarvoor in de plaats stellen. Plezier krijgen in duurzaamheid en een grotere verbondenheid tussen mens, dier en aarde. Meek stelt dat de mens – naast de huidige initiatieven van duurzame landbouw, energie neutrale woningen en circulariteit – minder zal moeten gaan consumeren en de bevolkingsgroei zal moeten afremmen.

In principe is de boodschap niet nieuw. Het bewustzijn dat de natuurlijke grondstoffen uitgeput raken en dat we moeten zoeken naar nieuwe manieren om met de aarde om te gaan, is er. Maar hoe gaan we om met het besef dat we minder moeten gaan consumeren? Kunnen we afscheid nemen van economische groei? Zijn we ook bezig om ons beleid voor de toekomst zodanig aan te passen, dat we meer aandacht geven aan het verminderen van kwantiteit en dat in te ruilen voor kwaliteit?

Wanneer we deze vraag toespitsen op de bouw kunnen we wijzen op de Transitieagenda Circulaire Bouweconomie. Er is een agenda gemaakt voor de periode 2018-2023 en de overheid heeft aangegeven vanaf 2023 alleen nog maar circulair aan te besteden, voor zover mogelijk. De realisatie van een circulaire economie in 2050 vereist dat ontwikkelingen in gang worden gezet om grondstoffen en materialen herbruikbaar te maken en geen fossiele energiebronnen meer te gebruiken. Dat vereist een samenwerking tussen overheid, marktpartijen, opdrachtgevers en wetenschap. Er zullen nieuwe marktpartijen komen en nieuwe technologieën. De transitieperiode naar een circulaire economie zal uitdagend zijn, omdat de vraag zich nog moet ontwikkelen en investeringen nodig zijn voor nog te ontwikkelen en te vermarkten innovatieve producten en diensten.

Ontegenzeggelijk draagt een circulaire bouw bij aan een vermindering van het gebruik van grondstoffen. Het voorgestelde materialen paspoort en het gebruik maken van BIM en Madaster zijn belangrijk om hergebruik van grondstoffen in de toekomst te faciliteren. Maar er is meer nodig. In de Transitieagenda is een ‘duurzaam hedonisme’ nog te weinig aanwezig. De transitie naar een circulaire bouw wordt in de Agenda nog te veel gevoed door bestaande economische principes als ‘nieuwe marktkansen, nieuwe vraag en groei’ en minder door de noodzaak tot het zoeken naar een economie waar eigendom anders ingevuld kan worden en ‘beter’ ook ‘minder’ faciliteert. Wanneer de homo economicus een nieuw verdienmodel vindt dat minder gebaseerd is op eigendom zonder afbreuk te doen aan ons welzijn, ontstaat er een concreet aanknopingspunt om kwantiteit te verruilen voor kwaliteit. Het zou mooi zijn om daar ook gedachten aan te wijden in een Transitieagenda.


Marlies Pierik, advocaat Bouw & Vastgoed en partner bij AKD.

Reageer op dit artikel