blog

Gebiedsontwikkeling; de provincie komt al snel om de hoek kijken

bouwbreed Premium 562

Gebiedsontwikkeling; de provincie komt al snel om de hoek kijken

Bij veel gebiedsontwikkelingen speelt niet alleen de gemeente, maar ook de provincie een belangrijke rol. Vaak komt dat doordat op provinciaal niveau regels gesteld zijn, omdat een specifiek provinciaal belang met de gebiedsontwikkeling is gemoeid.

Die regels werken door in ruimtelijke plannen en vergunningen. Een voorbeeld daarvan is de zogenaamde instructieregel, die in provinciale verordeningen is opgenomen en werking heeft richting andere bestuurslagen, zoals de gemeente. Ruimtelijke bevoegdheden van de provincie zijn verbonden aan een provinciaal belang, en in de jurisprudentie is de omvang van dat belang vaak onderwerp van discussie. In een recente uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS 29-11-2017, ECLI:NL:RVS:2017:3274) is geoordeeld dat de provincie belanghebbende was bij de verlening van een omgevingsvergunning door het College van B&W, en derhalve in beroep mocht gaan tegen een omgevingsvergunning die in strijd met het provinciaal belang was verleend.

Wat was er aan de hand?

De aanvrager had verzocht om reguliere detailhandel, anders dan als tuincentrum, toe te staan in een bestaand gebouw op een locatie waar een Intratuin gevestigd is. Het verlenen van deze omgevingsvergunning was alleen mogelijk door middel van een zogenaamde binnenplanse afwijking, en werd door het college op die voet vergund. Gedeputeerde Staten van Overijssel maakten hiertegen bezwaar. De verlening van de omgevingsvergunning zou namelijk in strijd zijn met het provinciaal beleid.

De rechtbank weegt of Gedeputeerde Staten een belang hadden bij dit besluit en derhalve ook als belanghebbende aangemerkt kunnen worden. Of een bestuursorgaan belanghebbende is moet beoordeeld worden aan de hand van de wettelijke taken die aan het orgaan zijn opgedragen. In de omgevingsverordening is door provinciale staten een instructieregel opgenomen die bepaalt dat bestemmingsplannen niet mogen voorzien in een nieuwe mogelijkheid om detailhandel uit te oefenen op een bedrijventerrein. In dezelfde verordening staat echter ook dat de instructieregel niet rechtstreeks doorwerkt bij de afgifte van vergunningen en ontheffingen. Uit de tekst van de verordening blijkt dus niet dat er bij verlening van omgevingsvergunningen tevens rekening moet worden gehouden met deze instructieregel. De verordening bevat volgens de rechtbank geen concrete verplichtingen voor de beoordeling van individuele aanvragen voor verlening van een omgevingsvergunning. Daarmee is het provinciaal belang nadrukkelijk beperkt, en, zo oordeelt de rechtbank, is de provincie op grond van de verordening niet als belanghebbende aan te merken.

Provinciaal belang wordt ruim uitgelegd

De Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State gaat niet mee in het betoog van de rechtbank. De instructieregel geeft volgens de Afdeling aan dat nieuwe ontwikkeling van detailhandel door de provincie onwenselijk gevonden wordt. Hoewel de instructieregel niet rechtstreeks doorwerkt omdat het hier om een omgevingsvergunning en niet om een bestemmingsplan gaat, is het belang van de provincie wel rechtstreeks betrokken bij de verleende omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning kan immers gevolgen hebben voor de ruimtelijke ordening van het grondgebied van de provincie, nu daarmee detailhandel wordt toegelaten op een bedrijventerrein, hetgeen de provincie, gelet op de verordening, een onwenselijke ontwikkeling vindt. De Afdeling legt het provinciaal belang dus tamelijk ruim uit, en laat zich niet hinderen door het feit dat de provincie zelf in de verordening heeft bepaald dat de instructieregels niet rechtstreeks doorwerken bij de verlening van ontheffingen en vergunningen. Een probleem dat overigens voorkomen had kunnen worden door te bepalen dat de instructieregels in de verordening ook gericht zijn op omgevingsvergunningen.

Meer weten?

Het IBR organiseert op woensdag 14 maart een studiedag over gebiedsontwikkeling en de verhouding tussen provincie en gemeente. Allerlei aspecten van dit belangrijke onderwerp daarbij ter sprake.


Jacco Karens, juridisch medewerker Instituut voor Bouwrecht

Reageer op dit artikel