blog

Bouwers én opdrachtgevers moeten zorgen voor veiligheid buiten de bouwhekken

bouwbreed Premium 1298

Bouwers én opdrachtgevers moeten zorgen voor veiligheid buiten de bouwhekken

Veiligheid en bouwactiviteiten, het onderwerp staat al jaren boven aan de agenda van de overheid en de bouw. Toch zijn er steeds weer incidenten. Treft de aannemer een verwijt, dan volgt er vaak een boete. Na het treffen van maatregelen om herhaling te voorkomen, bouwt de aannemer verder. Sommige incidenten geven echter aanleiding tot het nemen van structurele maatregelen om de veiligheid van de burgers te waarborgen. Het hijsincident bij het voormalig ministerie van VROM is een voorbeeld van zo’n incident.

Bouwen gaat gepaard met risico’s. Die risico’s zijn groter als de bouwactiviteiten in stedelijk gebied plaatsvinden. Een beperkte ruimte voor een bouwplaats, nabijgelegen bebouwing, druk verkeer en grote aantallen passanten met de nodige hectiek, vergroten nu eenmaal het risico voor de (directe) omgeving en de impact van een incident. Het hijsincident bij het voormalig ministerie van VROM in het centrum van Den Haag (mei 2016) met een noodlottige afloop voor een toevallige passant, is daarvan een voorbeeld. De risico’s voor de nabije omgeving van een bouwproject moeten daarom met passende beheersmaatregelen tot een aanvaardbaar niveau worden beperkt.

Voorbereidingsfase

In april 2017 publiceerde de Onderzoeksraad voor de Veiligheid (OVV) het onderzoeksrapport ‘Hijsen in het hart van de stad, ongeval bouwplaats Rijnstraat’. Een van de aanbevelingen die de OVV in dat rapport doet, is het vroegtijdig inventariseren van risico’s die gepaard gaan met de uitvoering van een bouwwerk. Het borgen van de omgevingsveiligheid is volgens de raad niet alleen een taak van de bouwer in de uitvoeringsfase. De OVV schrijft daarover in zijn rapport: ‘Het uiteindelijke resultaat van alle veiligheidsafwegingen en -inspanningen zou moeten zijn dat de omgevingsveiligheid niet volledig op de schouders rust van het uitvoerend team op de bouwplaats.’

Omgevingsanalyse

De huidige praktijk, waarin de omgevingsveiligheid wordt overgelaten aan de aannemer in de uitvoeringsfase, moet volgens deze gedachtegang op de schop. Van opdrachtgevers wordt verwacht dat ze van meet af aan rekening houden met de gevolgen van hun ontwerp- en uitvoeringskeuzes voor de omgevingsveiligheid. Beheersmaatregelen worden daarmee een onderdeel van het te ontwikkelen bouwplan.

De OVV adviseert opdrachtgevers daartoe een ‘omgevingsanalyse’ te verrichten, waarin alle relevante omgevingsfactoren aan bod komen. Daartoe rekent de OVV in ieder geval de ligging van de bouwplaats, de intensiteit van de verkeersstromen en de afspraken die met betrokken belanghebbenden in het gebied zijn gemaakt. Met deze analyse kunnen knelpunten worden geïdentificeerd, waarvoor maatregelen kunnen worden opgenomen in het bouwplan.

De omgevingsanalyse helpt opdrachtgevers bij het formuleren van realistische en verantwoorde uitgangspunten voor de bouw, waaronder: voldoende (bouw)tijd; een toereikend budget om het werk te realiseren; en voldoende ruimte op de bouwplaats om veilig en met gebruikmaking van het daartoe geëigende materieel te kunnen werken.

Gemeentelijk toezicht

Van de gemeente wordt verwacht gedurende de voorbereiding en tijdens de uitvoering van een bouwwerk het veiligheidsniveau te toetsen en waar nodig sturend of handhavend op te treden. De Vereniging Bouw en Woningtoezicht formuleert het als volgt: ‘(..) een gemeente die vroegtijdig de partijen, die betrokken zijn bij het project, aan tafel vraagt en hier ook duidelijk zijn rol in neemt. Het is tenslotte het bevoegd gezag dat moet kunnen beoordelen of een gebouw in zijn specifieke situatie veilig en verantwoord gerealiseerd kan worden.’

Vervolgens is het aan de aannemer om in de uitvoeringsfase de (beheers)maatregelen te treffen, die onderdeel zijn van de overeenkomst met opdrachtgever. Van hem wordt verwacht de werkzaamheden in overeenstemming met het bouwplan en daarmee op een verantwoorde wijze uit te voeren.

Opvolging aanbevelingen

Voormalig minister Plasterk van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties schrijft in zijn reactie (oktober 2017) op het OVV-rapport uitvoering te geven aan de (aan het Rijksvastgoedbedrijf en het ministerie gerichte) adviezen van de OVV. Het Rijksvastgoedbedrijf zal voortaan in de voorbereidingsfase van een bouwproject een risico-inventarisatie en evaluatie (RI&E) maken, die betrekking heeft op de veiligheid binnen en buiten de bouwhekken. De beheersmaatregelen die daaruit voortvloeien worden opgenomen in het Veiligheids- & Gezondheidsplan (V&G-plan) ontwerpfase. Het V&G-plan wordt als contractstuk in de aanbestedingsfase opgenomen. De daarin opgenomen maatregelen maken zodoende deel uit van de verlangde leveringsomvang. De aannemer kan met de gevolgen daarvan (voor de prijs, de bouwtermijn, de bouwmethodiek en de volgorde waarin de werkzaamheden moeten plaatsvinden) in zijn aanbieding (inschrijving) op het werk rekening houden. Dat voorkomt discussies achteraf tussen opdrachtgever en bouwer over te treffen beheersmaatregelen en de gevolgen daarvan voor de bouw (prijs, bouwtijd, bouwvolgorde en bouwmethodiek).

Governance Code Veiligheid

Ook in breder verband is de minister voornemens uitvoering te geven aan de aanbevelingen van de OVV. De minister verwijst naar de ‘Governance Code Veiligheid in de Bouw’. Het Rijksvastgoedbedrijf is deze code aangegaan met andere opdrachtgevers en opdrachtnemers in het streven naar een betere veiligheidscultuur binnen de bouw. Het Rijksvastgoedbedrijf zal volgens de minister medeondertekenaars van de code vragen de omgevingsveiligheid in beschouwing te nemen bij de voorbereiding en aanbesteding van bouwwerken.

Bouw- en sloopveiligheid

Daarnaast richt de OVV zich tot de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht. OVV vraagt de resultaten uit de aanbevelingen van de OVV te verwerken in de landelijke richtlijn bouw- en sloopveiligheid. Deze richtlijn wordt momenteel binnen de Vereniging Bouw en Woningtoezicht en Aboma ontwikkeld op initiatief van een aantal grotere gemeenten en zou nagenoeg gereed zijn. De richtlijn geeft handvatten voor een risicoanalyse met een stappenplan en risicomatrix.

Voor een gemeente is het verder mogelijk tussentijds polshoogte te nemen en overleg te eisen als de omgevingsveiligheid in het geding is. Het instellen van een bouwveiligheidszone is nog een voorbeeld van een beheersmaatregel die de gemeente aan een opdrachtgever kan opleggen. De richtlijn zal worden aangewezen in de Omgevingsregeling onder de (nieuwe) Omgevingswet en wordt daarmee bindend voor eenieder die een bouwvergunning (omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen) wenst te verkrijgen. De richtlijn kan straks ook als (toetsings)kader worden opgenomen in het gemeentelijke Omgevingsplan, aldus de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht.

Stap in goede richting

Of deze maatregel wezenlijk bijdraagt aan de veiligheid op en om de bouwplaats zal de tijd ons leren. In mijn beleving wordt de verantwoordelijkheid voor de omgevingsveiligheid hierdoor op een meer evenwichtige wijze verdeeld over opdrachtgever en opdrachtnemer, wat in ieder geval een stap in de goede richting is. Het is aan bouwers en opdrachtgevers zelf om hieraan de juiste invulling te geven. Zoals met alles blijft het immers mensenwerk.


Meer lezen?
Onderzoeksrappart OVV: onderzoeksrapport OVV hijsen in het hart van de stad.
De brief van voormalig minister Plasterk als reactie op het rapport: reactie op rapport ongeval bouwplaats Rijnstraat.
De landelijke richtlijn bouw- en sloopveiligheid:  landelijke richtlijn bouw- en sloopveiligheid.
Artikel Aboma over de richtlijn en de effecten voor de bouwpraktijk: artikel Aboma.

 


Arno Duijverman, jurist in de bouw- en vastgoedbranche.
www.linkedin.com/in/arnoduijverman/

Reageer op dit artikel