blog

‘Mooi en lelijk is ook een maatschappelijk belang’

bouwbreed 490

‘Mooi en lelijk is ook een maatschappelijk belang’

Voor de 30ste keer is het Jaarboek Architectuur verschenen. Stedenbouwkundige Jan de Boer bekeek de projecten in het boek en legde ze langs zijn persoonlijke meetlat. Hij durft het zelfs aan ze te categoriseren in termen als mooi en lelijk. Is dat geen vloeken in de architectuurkerk?

Wat is actueel in de architectuur? Het jaarboek architectuur in Nederland geeft hier alweer voor de 30e keer antwoord op. De nieuwe redactie kiest voor de cultureel maatschappelijke bijdrage van de architectuur. Dat is natuurlijk niet nieuw, maar is nu wel anders dan eind jaren 70.

Kirsten Hannema beschrijft hoe toen op de TU Delft architectuur als een politiek project werd benaderd. Ik heb dat zelf ook ervaren. Ik studeerde af op een project in Nicaragua, toen de linkse speeltuin van Nederland, maar in mijn afstuderen werd het Marxisme onvoldoende benoemd, en dat leverde mij vermindering van punten op. Het ging om klassenstrijd en bouwen voor bewoners. En interesse in esthetiek werd als verraad beschouwd.

Niet zonder meer enthousiast over Van Berkel en Koolhaas

Dat is in de tijd daarna wel veranderd, met de Super Dutch generatie kwam een hele vernieuwende vorm van esthetiek aan de orde. Het kan zijn omdat de redactie zelf het niet aandurfde om hier kritiek op te leveren, maar ze hebben een Engelse schrijver, Oliver Wainwright, gevraagd om een beschouwing te geven over 30 jaar export van het Nederlands ontwerp.

Wainwright is niet zonder meer enthousiast over de nieuwste resultaten die in Londen gebouwd zijn door Van Berkel en Koolhaas. Te duur, te veel gericht op geld, en volgens het cliché zouden de Nederlandse architecten geen oog hebben voor detail. Wainwright over van Berkel’s woontoren Canaletto in Londen: “Als je 3,5 miljoen pond voor een appartement hebt betaald, wil je niet omringd zijn door meters derderangs zelfklevende stroken.” Een gebouw van Koolhaas wordt vooral gezien als een naam die gekoppeld wordt aan een glanzende brochure om vervolgens “peperdure stekkies te verkopen voor een duizelingwekkende £ 48.000 per vierkante meter.”

Zoeken naar maatschappelijke meerwaarde

Vanuit een kritiek op deze kapitalistische architectuur wordt vervolgens in het jaarboek op verschillende manieren gezocht naar de nieuwe cultureel maatschappelijke opgave. Deze wordt onder meer geformuleerd door de nieuwe Rijksbouwmeester, Floris Alkemade. Alkemade is grootgebracht bij Koolhaas’ OMA, (‘Fuck the context’) maar is in zijn huidige functie meer op zoek naar het ontwerpen van veranderingsprocessen: “Bij iedere opgave zoeken naar maatschappelijke meerwaarde.” Dat brengt hij op een zeer positieve manier in de praktijk, door onder meer prijsvragen die gericht zijn op huisvesting voor vluchtelingen en ontwerp ideeën voor toekomstbestendige wijken.

Mooi en lelijk zijn belangrijke meerwaardes

Interessant is dat hij op een heel andere manier dan de marxisten in de jaren 80 toch ook weer de esthetiek van beperkt belang vindt: “Architectuur wordt gemarginaliseerd tot een mooi versus lelijk verhaal.” Natuurlijk moet het niet alleen over mooi of lelijk gaan, maar ook mooi en lelijk zijn belangrijke maatschappelijke waardes, en het is boeiend hoe die worden elke keer weer verdacht gemaakt worden. In Delft mocht het woord ‘mooi’ zelfs lange tijd niet gebruikt worden, en misschien nog niet?

Als we niet subjectief durven zijn komt er nooit discussie

Toch ben ik de projecten in het jaarboek ook gaan bekijken vanuit mooi en lelijk. Het jaarboek laat veel projecten zien waar traditionele of monumentale gebouwen verbouwd worden met een hedendaagse aanbouw of opbouw. Hoewel ik nog steeds vind dat dit teveel als dogma gebruikt wordt in Nederland, wil ik vanuit dit dogma wel bekijken waar kwaliteit ontstaat en niet. Dat is subjectief, maar als we niet subjectief durven zijn komt de discussie over esthetiek nooit op gang.

Lelijk is een dakvolume in glas en staal dat op geen enkele wijze aansluit op de omgeving, bij de opbouw van het voormalige hoofdkantoor van de Amsterdamse brandweer (Hund Falk architecten). Verrassend mooi is de wijze waarop MVRDV een pand in de P.C. Hooftstraat in Amsterdam vernieuwd heeft: de onderkant van de gevel is herbouwd in glazen stenen, die langzaam overgaan in de traditionele steen aan de bovenkant. Het beeld van de herenhuizen is behouden gebleven, en de etalage heeft zo een moderne uitnodigende uitstraling die toch past binnen de context.

Maar mooi en lelijk is niet alleen mijn persoonlijke smaak. Ik durf de stelling aan dat de schoonheid van een ingreep zoals van MVRDV zowel meer maatschappelijke betekenis heeft omdat mensen er meer van genieten, als duurzamer is omdat het waarschijnlijk veel langer behouden blijft dan een functionele opbouw die geen enkele betekenis heeft.



Jan den Boer is stedenbouwkundige en publicist.

Jaarboek architectuur in Nederland 2016/2017. Nai010 uitgevers. Rotterdam, 2017.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels