blog

Hoe rijk is onze ontwerpkracht?

bouwbreed 12

Hoe rijk is onze ontwerpkracht?

Waar architectuurbeleid van invloed was op het herstel van onze steden, is veel van onze open ruimte op Belgische wijze verloren gegaan. Waar is hier de ontwerpkracht?

Dit vroeg ik me af na het zien van de onlangs geopende tentoonstelling ‘Rijk aan ontwerpkracht’ in Het Nieuwe Instituut in Rotterdam. De tentoonstellingmakers starten in 1991, het jaar van de eerste architectuurnota ‘Ruimte voor Architectuur: Architectuur als culturele daad’. Die nota was een formele erkenning van de zoektocht naar architectonische kwaliteit in het ruimtelijk en binnenstedelijk beleid. Vooral bestuurders van de steden worstelden toen met die vraag.

Ideologische strijd over de stad

Als reactie op het kille modernisme van de naoorlogse wijken, met de Bijlmer als schrikbeeld, ontstond tussen architecten een heuse ideologische strijd. Een rehabilitatie van meer humanistische architectuur zou schaal en maat van de bestaande stad respecteren. De revival van de historische stad startte, die door middel van strategische interventies – sleutelprojecten – organisch zou worden ‘hersteld’.

Het Haagse stadhuis door Richard Meier en het Groninger Museum van Alessandro Mendini zijn bekende voorbeelden. In Maastricht toonde Jo Coenen dat in het voormalige Ceramique-terrein functiemenging heel goed mogelijk was. Met het Nederlands Architectuurinstituut bouwden we in een keer het grootste architectuurmuseum ter wereld.

Steden hersteld, maar landschap geërodeerd

Wat het resultaat is? Wie zal het zeggen. Steden zijn hersteld en met een enorme revival bezig. Wie nu opgroeit, kan zich de verpauperde steden van zo kortgeleden niet meer voorstellen. En zelfs in de Vinex verwijst de meest saaie en pretentieloze woning nog naar de architectuur van de jaren twintig. In ons landschap zorgde projecten als ‘Ruimte voor de rivier’ voor kwaliteit en de NS verfraaide met zijn nieuwe iconische stations de poorten van onze steden.

Waar onze steden zijn hersteld, is het landschap onder invloed van de economische dynamiek geërodeerd. In ons land heerst een merkwaardige paradox. Vaak is er op microniveau, bijvoorbeeld wanneer een particulier zijn eigen huis wil bouwen, een overmaat aan gedetailleerde voorschriften, die burgers knevelt in hun expressie. Op macroniveau glijdt de ruimte letterlijk en figuurlijk door onze handen heen. Nog te vaak wordt de expansie in ruimtegebruik gefaciliteerd.

Druk maken om ruimtelijk ontwerp

Dit roept bij mij vaak de vraag op: Wat is hier nu het ruimtelijk ontwerp? Is er eigenlijk wel een ontwerp? Ik zeg het de Actieagenda Ruimtelijk ontwerp na: ‘Samen werken aan ontwerpkracht’ is hard nodig. We moeten ons druk gaan maken om het ruimtelijk ontwerp bij de vele opgaven waar we voor staan.

Het gaat mij vooral om de maatschappelijke en culturele dimensie van ontwerp. Want wat wij in de steden en in natuurgebieden aan kwaliteit hebben gewonnen, zijn wij in onze open ruimte op een veel grotere schaal kwijtgeraakt.

Een groot verschil met de jaren negentig is dat de urgentie alleen leeft bij die partijen die het doel ervan functioneel moeten of mogen stimuleren. Van een brede maatschappelijke beweging, gesteund door de actoren die investeren, is (nog) geen sprake. Ook daarvan is de tentoonstelling zelf een pijnlijke illustratie.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels