blog

Praktischer omgaan met aanbestedingsrichtlijnen

bouwbreed

Praktischer omgaan met aanbestedingsrichtlijnen

De nieuwe Europese aanbestedingsrichtlijnen worden momenteel omgezet in onze nationale wet- en regelgeving. Dat moet uiterlijk in april 2016 zijn beslag hebben. De nieuwe richtlijnen kennen andere doelstellingen dan de richtlijnen uit 2004. Dat lijkt echter nauwelijks door te dringen tot aanbestedende overheden.

Aanbesteden is kiezen uit meerdere aanbiedingen. De wijze waarop je dat doet, kan verschillen. Private partijen zijn daarin niet gebonden aan wetgeving, publieke partijen wel. Als een bedrijf een bouwopgave heeft, kan ze één of meerdere partijen een offerte vragen. De heersende mening is dat het laatste veel verstandiger is, maar er kunnen andere redenen zijn om slechts één partij te vragen. Het kan gaan om wederzijds vertrouwen, de ervaring in eerdere projecten of wellicht speelt prijs een ondergeschikte rol.

Publieke partijen werken met algemene middelen en moeten zich daarom houden aan wettelijk vastgelegde aanbestedingsprocedures. Daarmee wordt concurrentie bevorderd en worden goedkopere (en betere) aanbiedingen uit de markt verkregen.

Aanbesteden is van alle tijden. Als er sprake is van een markt (lees: er zijn meerdere aanbieders) heeft de vragende partij de mogelijkheid om die partijen met elkaar te laten concurreren. Veel opdrachtgevers, ook publieke partijen, kenden toch jarenlang de gewoonte om te werken met vaste partijen. Die stonden bekend als ‘huisadviseur’ of ‘huisaannemer’. De meeste gemeenten hadden lijstjes met namen van partijen die gebeld werden als er projecten op stapel stonden. Die partijen wilden heel graag op die lijstjes blijven, dus ze deden hun best en leverden goede prestaties tegen redelijke prijzen.

De eerste formele Europese verplichting tot aanbesteden betrof de Aanbestedingsrichtlijn voor Werken uit 1971. Die werd echter nauwelijks gehandhaafd en pas in 1993 kwam er effectieve regelgeving over Europees aanbesteden. De jaren erna werd de regelgeving steeds strikter en nam het aantal aanbestedingen sterk toe. Dat paste in het groeiende geloof in marktwerking als leidend principe in de relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Het had ook gevolgen voor de organisatie van de aanbesteder. In veel gevallen werd de afdeling inkoop verantwoordelijk voor de aanbesteding. Aanbesteden werd een vakgebied en daarbij hoorde ook een vakvereniging. Dit jaar bestaat de bloeiende Nederlandse Vereniging voor Aanbestedingsrecht twintig jaar.

Met deze ontwikkeling lijkt het instrument langzamerhand ook het doel geworden. Aanbesteden is risicovol, voer voor discussie en zeker niet goedkoop, zo is de perceptie. De achterliggende doelstelling, een project realiseren en daar een goede partij bij zoeken, verdwijnt langzaam uit beeld.

De vorige Europese aanbestedingsrichtlijnen dateren uit 2004. Die richtlijnen hadden vooral een aantal marktdoelstellingen: de grensoverschrijdende handel moest worden bevorderd, er moest meer concurrentie komen en meer transparantie. De nieuwe richtlijnen uit 2014 kennen echter andere doelstellingen, want ze zijn het instrument om de Europese doelen in 2020 te halen. Het gaat dan om meer duurzaamheid, een hoger kennisniveau, meer innovatie en een socialer Europa. Een belangrijke wijziging is de verplichting (min of meer) om emvi te gebruiken. Dat is een stap in de goede richting, maar nog veel belangrijker is de boodschap van de Europese commissie. De richtlijnen zijn instrumenten om de doelen in 2020 te bereiken. Dat betekent eigenlijk dat het aanbesteden niet alleen meer een inkoopdoelstelling moet zijn, maar dat de opgave veel breder (en hoger!) in de organisatie gelegd moet worden.

De richtlijnen bieden ruime mogelijkheden om op verschillende manieren de markt te benaderen. Dat ze nogal eens anders worden ervaren, is onze eigen schuld. Als we de richtlijnen een minder juridische en bedrijfsmatige status zouden geven en er praktischer mee om zouden gaan, krijgen ze weer de rol die ze zouden moeten hebben. Het zijn sturingsmogelijkheden om de doelen van de organisatie te bereiken, gebruik ze dan ook als zodanig.

Drs. ing. Jaap de Koning, Witteveen+Bos

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels