blog

Ladder verstedelijking omgevingswetproof?

bouwbreed Premium

Ladder verstedelijking omgevingswetproof?

Eind november zond minister Schultz van Haegen een brief aan de Tweede Kamer over de aanpassing van de Ladder Duurzame Verstedelijking. Velen hoopten op een forse vereenvoudiging en bijstelling, zodat bestuurlijke afwegingen weer de overhand kunnen krijgen boven minutieus juridisch gefröbel op de vierkante centimeter. Maar de inhoud stelt teleur, vindt Jos Feijtel.

De brief zegt weinig inhoudelijks over de te verwachten verandering. We zullen moeten wachten op een nader voorstel dat op 1 januari 2017 in werking zou moeten gaan.

Wat staat er wel in: dat het begrip ‘actuele regionale behoefte’ waarschijnlijk wordt vervangen door het begrip ‘nut en noodzaak’. Of dat inhoudelijk echt enig verschil zal maken, moeten we afwachten. Daarbij zal weer nieuwe jurisprudentie worden gevormd. Onvoldoende onderbouwing van het huidige begrip ‘actuele regionale behoefte’ is in het overgrote deel van de gevallen die stranden bij de Raad van State, de oorzaak.

Het is overigens voor gemeenten belangrijk om op dat punt ook zo nuchter mogelijk met het vraagstuk van de regionale behoefte om te gaan. Vooral op het woningprogrammeringsdossier is steeds meer sprake van regionale programmering. Niet zelden ligt daar het uitgangspunt aan ten grondslag dat als in de ene gemeente te veel wordt gebouwd dat ten koste van de andere gemeente gaat. Soms zal dat zo kunnen zijn, maar in hele grote delen van ons land geldt dat de verhuisbewegingen zich voor 80 of zelfs 90 procent binnen de gemeente afspelen. In die gebieden is het risico van gemeentelijke concurrentie dus nauwelijks aanwezig. Of dat aan de orde is, valt eenvoudig na te gaan bij de statistieken van het CBS die over een reeks van jaren laten zien hoe de verhuisstromen zich bewegen. Heel veel ingewikkeld onderzoek over de vraag of sprake is van een actuele regionale behoefte is dus te voorkomen door gebruik van de CBS-ervaringscijfers over langere tijd. Niet altijd, maar zeker in niet-stedelijke gebieden kan dit veel gedoe voorkomen.

Opzienbarend

Een tweede belangrijke mededeling in de brief betreft de aankondiging dat de nieuwe Ladder zo moet worden geredigeerd, dat die geruisloos onderdeel kan worden van de nieuwe Omgevingswet die naar verwachting in 2018 in werking moet treden.

Met name die mededeling is opzienbarend. Immers, de nieuwe Omgevingswet is bedoeld om flexibele omgevingsplannen (vroeger structuur- en bestemminsgplannen) mogelijk te maken. Meer ‘ja, tenzij’ in plaats van ‘neen, mits’. Gelet op het gegeven dat de samenleving minder voorspelbaar is, waardoor het moeilijker is om in omgevingsplannen gedetailleerd vast te leggen welke invulling over enige jaren precies gewenst is, kiezen gemeenten steeds meer voor plannen waarin diverse mogelijkheden worden opengehouden.

Bij de ‘Ladderdiscussies’ houdt dit in dat voor elk van de mogelijkheden vooraf zou moeten worden aangetoond dat er een actuele regionale behoefte is (of straks: dat nut en noodzaak is aan te tonen). Dit betekent onmogelijk veel onderzoekslasten. Met andere woorden, veel overbodig onderzoek en dan nog: drie à vier jaar van tevoren “bewijzen” dat op die plek appartementen worden gerealiseerd en geen grondgebonden woningen, is vaak een slag in de lucht.

Kortom: flexibele bestemmings- (straks omgevings-) plannen zoals we juist in het kader van de nieuwe Omgevingswet wensen, staan volstrekt op gespannen voet met de praktijd van de Ladder (jurisprudentie). Ook plannen met een “uitwerkingsplicht” komen op basis van de jurisprudentie in de lucht te hangen.

Gaat de minister kiezen voor de uitgangspunten van de nieuwe ruimtegevende Omgevingswet of voor het volgen van de millimeterjuristerij die gangbaar is geworden?

We zouden al een forse stap voorwaarts maken als ‘woningbouw’ uit de Ladder wordt gehaald. Dat is minder ‘regionaal’ dan bedrijventerreinen en detailhandel. En de rem van de markt (als er geen vraag is, gebeurt het niet) is veel directer.

Laat dat voor de korte termijn een praktisch compromis zijn.

Jos Feijtel, adviseur wonen, ex-gemeente- en corporatiebestuurder

Reageer op dit artikel