blog

Allocatie van risico’s: terug naar de basis

bouwbreed Premium

Allocatie van risico’s: terug naar de basis

Risico’s in bouwprojecten en in het bijzonder de verdeling daarvan staan sterk in de belangstelling. Lange tijd was het relatief stil rond dit onderwerp. Kennelijk was er – stilzwijgend – overeenstemming over hoe de allocatie van risico’s plaats zou moeten vinden. Inmiddels is de wereld veranderd.

Allocatie van risico’s houdt heel kort samengevat in: de partij die een risico het beste kan beheersen, moet dat risico ook contractueel toebedeeld krijgen. Niet eerder werd er zoveel over geschreven als in de afgelopen paar maanden. De systematiek om risico’s te verdelen in contracten zou niet meer deugen, niet meer passen bij de huidige omstandigheden en daarom moeten worden herzien. ‘Het roer moet om’. Maar is dat wel zo? Klopt de theorie achter risicoallocatie niet (meer) of wordt die in toenemende mate niet goed toegepast?

Kijken we naar risico’s bij de realisatie van bouwwerken en infrastructuur en hoe die moeten worden verdeeld tussen opdrachtgever en opdrachtnemer, dan blijft hetgeen emeritus hoogleraar prof. Hennes de Ridder daarover al eens eerder heeft opgemerkt in de context van geïntegreerde contracten verhelderend. Hij maakt een onderscheid tussen enerzijds objectgebonden risico’s en anderzijds contextgebonden risico’s.

In de meeste gevallen waarin de opdrachtnemer verantwoordelijk is voor het ontwerpen en bouwen van een object, levert het geen problemen op om de risico’s verbonden aan juist die activiteiten bij die opdrachtnemer neer te leggen. Dit zijn de objectgebonden risico’s. De beheersing van deze categorie risico’s behoort – in zijn algemeenheid – tot de kerncompetenties van de aannemerij.

Aanzienlijk genuanceerder ligt dit bij de zogenoemde contextgebonden risico’s. Daarbij moet bijvoorbeeld gedacht worden aan risico’s met betrekking tot bodemgesteldheid, onverwachte vondsten in de bodem, het verleggen van kabels en leidingen, maar ook ten aanzien van het (tijdig) verkrijgen van vergunningen.

Als hoofdregel zouden veel van dit soort risico’s bij de opdrachtgever moeten liggen. Het is denk ik geen toeval dat het in de praktijk juist mis blijkt te gaan met dit laatste type risico’s indien die in aanzienlijke mate bij de markt zijn neergelegd. Opdrachtnemers krijgen of nemen meer en/of grotere contextgerelateerde risico’s voor hun rekening, die minder voorspelbaar en/of beheersbaar blijken dan vooraf werd gedacht (en gehoopt). Dit roept de vraag op hoe dit komt.

Allereerst hebben we de afgelopen paar jaar bij vooral het Rijk een opmerkelijke schaalvergroting van opdrachten gezien. Zowel in de dienstverlening (ingenieursdiensten en projectbeheersing) als in de realisatie worden projecten van ongekende omvang ‘integraal’, dat wil zeggen inclusief verschillende fases en werkzaamheden, als resultaatsverplichting (product) op de markt gezet. Door deze vergroting van schaal en doorlooptijd zijn risico’s aanzienlijk moeilijker in te schatten en soms zelfs niet meer te overzien. Denk aan A15 MaVa, maar ook aan het Zuidasdok.

Casino

Ten tweede worden er ook steeds meer contextgerelateerde risico’s bij de markt gelegd die voor ‘de markt’ in veel gevallen lastig zijn te overzien en beheersen. De risicoprofielen van projecten en de mogelijkheden om risico’s in te kunnen schatten veranderen ook hierdoor drastisch. Risicoallocatie lijkt soms meer op het overdragen van een casino dan op de weloverwogen keuze die het moet zijn.

Een derde ontwikkeling is dat de mogelijkheden om met geïntegreerde contracten meer, zo niet bijna alle, risico’s bij de markt te leggen nog vaak worden overschat: ‘we leggen zoveel mogelijk bij de markt, dan hebben we er als opdrachtgever geen last meer van’. Deze ontwikkelingen dragen er aan bij dat in toenemende mate onevenredig veel risico’s bij de markt worden gelegd in de hoop dat marktpartijen die, vanwege de concurrentie, niet of tegen een lage prijs af zullen prijzen. Omdat deze laatste veel van die risico’s niet of slecht in kunnen schatten en/of beheersen, resulteert het in een latere fase in verschillen in perceptie, claims en geschillen tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. En bedreigt het in een enkel geval zelfs de bedrijfsvoering van de aannemer!

Niet alleen opdrachtgevers zijn debet aan de ontstane situatie, ook de opdrachtnemers dragen hier aan bij. Daarover en over de oplossing gaat volgende week op deze plek deel 2 van dit artikel.

Mr. Jeroen L.C. Moonen, adviseur aanbesteden en contracteren bij Twynstra Gudde

Reageer op dit artikel