blog

Vernieuwing

bouwbreed

Er is al veel over gezegd en geschreven. De bouwsector zou traditioneel zijn, conservatief zelfs en een bolwerk van oude heren die vernieuwing en verandering maar moeilijk accepteren, soms zelfs tegenhouden. Het zou een sector zijn waar al decennia lang volgens vaste patronen wordt gewheeld en gedeald.

Die werkwijze moest na de slepende bouwfraudeaffaires die het begin van dit decennium markeerden, op de schop. Niet in de laatste plaats omdat de branche mede door het slechte imago maar moeilijk aan jong en hooggekwalificeerd personeel kon komen. Om die reden werden de Regieraden I en II in het leven geroepen, nu opgevolgd door wat Vernieuwing Bouw is gaan heten. Een niets verhullende naam voor een club mensen die geen nieuwe dingen meer gaat bedenken, maar bouwbedrijven gaat helpen en faciliteren als zij de zaken anders willen aanpakken. Alleen al het hebben van zo’n club maakt de sector vernieuwender dan menig andere. Ook positief aan de oprichting van Vernieuwing Bouw is dat waar de uitkomsten van de eerste twee Regieraden toch een wat hoog abstractieniveau hadden, waardoor vooral de bedrijven in het mkb soms moeite hadden ermee aan de slag te gaan, het breed gedragen bestuur van Vernieuwing Bouw aangeeft vooral te willen aanpakken.

Minder praten en meer doen is een prima voornemen in een bedrijfstak waar men het toch vooral moet hebben van ‘mouwen opstropen.’ Toch is het te hopen dat de zelfbenoemde vernieuwers hun oor niet alleen te luisteren leggen in het eigen netwerk. Want ondanks de indrukwekkende cv’s van de bestuursleden is dat nog geen garantie voor innovatie. Vernieuwing wordt niet van bovenaf opgelegd. Het is eerder een kwestie van trial and error, van soms met je kop tegen een muur knallen, van vallen en opstaan. En van leren van anderen. Van jongeren, van andere sectoren en zelfs van tegenstrevers. En dan is de bouw al ver vóór 2030 economisch gezond en volwassen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels