artikel

Wie geen fouten maakt….

bouwbreed 589

Aanbestedingstrajecten blijven lastig, zowel voor de aanbesteder als de inschrijvers. Een fout is dan zo maar gemaakt. Maar wat te doen als zowel de aanbesteder als de protesterende inschrijver steken heeft laten vallen. Die vraag werd recentelijk voorgelegd aan de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg.

Wie geen fouten maakt….
Jur Deckers

Een samenwerkingsverband van een groot aantal gemeenten en andere (semi)overheidsverbanden organiseerde een Europese aanbesteding voor de inhuur van verschillende vormen van tijdelijk personeel, zoals inhuur op uitzend- en detacheringsbasis, payrolling en een inhuurdesk tijdelijk personeel. Verlangd werd een juiste prijs-kwaliteitverhouding, meer rechtmatigheid vooraf, meer eenduidigheid tijdens het proces van inhuur, een betere verantwoording achteraf en maximale ontzorging. Daartoe zou een raamovereenkomst worden gesloten voor de duur van vijf jaar.
Er werd aanbesteed op basis van de beste prijs (40%) kwaliteit (60%) verhouding. Voor het onderdeel prijs waren sub-gunningscriteria bepaald. Ook het onderdeel kwaliteit was onderverdeeld sub-gunningscriteria met bijbehorende wegingsfactoren, die door een beoordelingsteam werden beoordeeld. De eindscore van de beide inschrijvers luidde:

De aanbesteding

Aanbesteder ontving twee geldige inschrijvingen. Door een inschrijver werd bezwaar gemaakt tegen de motivering van de gunning. Dat bezwaar was in zoverre terecht dat aanbesteder de beoordeling op het sub-gunningscriterium kwaliteit wijzigde en terugbracht naar datgene wat daarover in de aanbestedingsstukken was opgenomen. De uitkomst werd daardoor echter niet beïnvloed.
Tijdens het aanbestedingstraject stelden de inschrijvers verschillende vragen over de puntentoekenning op het onderdeel prijs. De rechter moest vervolgens de vraag beantwoorden of de wijze waarop het beoordelingsregime is beschreven en uitgevoerd, voldoet aan de eis van transparantie. De hoofdregel daarbij is dat: “de aanbestedende dienst zodanig moet handelen dat het voor potentiële gegadigden van tevoren duidelijk is welke eisen worden gesteld, hoe wordt getoetst of gewogen of is voldaan aan de eisen en wat het beoogde resultaat is. Hierbij moet de aanbestedende dienst zodanig handelen dat achteraf aangetoond kan worden dat wat van tevoren is gemeld ook daadwerkelijk zo is gebeurd. Bij mededeling van de gunningsbeslissing dient de aanbestedende dienst “alle relevante redenen” te melden. Het beginsel van transparantie vereist (onder meer) dat de uiteindelijke beslissing zo wordt gemotiveerd dat inschrijvers de wijze van beoordeling kunnen toetsen en kunnen controleren of de beoordeling de gunningsbeslissing rechtvaardigt.” Kortom een heus advies aan aanbestedende diensten over hoe zij hiermee om moeten gaan.

Geen criteria achteraf introduceren

De voorzieningenrechter stelde vast, dat weliswaar een onderdeel van de uitgevoerde scorebepaling niet uit de aanbestedingsstukken zou blijken en concludeerde vervolgens dat de aanbesteder dit niet achteraf had mogen introduceren. De aanbesteder had hier dus een fout gemaakt. Een heraanbesteding was echter volgens de rechter niet nodig, omdat ook bij een juiste toepassing van de berekening, op basis van de wel van tevoren bekende gegevens, de uitkomst van de aanbesteding niet anders zou uitpakken.

Stel de juiste vragen

De inschrijver klaagde vervolgens over het feit, dat zij verschillende vragen had gesteld over de bij de scorebepaling te hanteren urenaantallen en omrekenfactoren, maar naar haar mening daarop geen behoorlijk antwoord had gekregen. Ook daar maakte de Voorzieningenrechter korte metten mee, door te concluderen dat er geen aanleiding is om te moeten oordelen dat vanwege het hanteren van urenaantallen, die van tevoren niet gedeeld zijn met de potentiële inschrijvers, heraanbesteed zou moeten worden. Ook werd fijntjes opgemerkt dat het op de weg van deze inschrijver zelf had gelegen om tijdens de inlichtingenfase over de urenaantallen specifieke vragen te stellen. Nu dit niet blijkt te zijn gebeurd, kan niet worden volgehouden dat het beoordelingssysteem niet transparant is.

Vrijheid van de beoordelingscommissie

Over de beoordeling van de kwalitatieve criteria merkt de rechter op dat hem slechts een beperkte toetsingsvrijheid toekomt. Aan de beoordelingscommissie, waarvan de deskundigheid in beginsel moet worden aangenomen, moet de nodige vrijheid worden gegund. Van een rechter kan niet worden verlangd dat deze specifieke deskundigheid bezit op het gebied van het onderwerp van de opdracht. In beginsel is het daarom niet aan de voorzieningenrechter om kwalificaties aan onderdelen van de inschrijving te verbinden, zoals uitstekend of goed, of het equivalent daarvan in puntenscores. Er is slechts plaats voor een ingrijpen door de rechter indien sprake is van een onbegrijpelijke beoordeling, dan wel procedurele of inhoudelijke onjuistheden/onduidelijkheden, die zouden kunnen meebrengen dat de gunningsbeslissing niet deugt.

Eindoordeel

Zowel de aanbestedende dienst, als de teleurgestelde inschrijver heeft de nodige steken laten vallen, die in deze lezenswaardige uitspraak stuk voor stuk de revue passeren. De rechter geeft in zijn betoog als het ware een advies om (voortaan) deze fouten niet meer te maken en daar kunnen alle bij de aanbesteding betrokken partijen hun voordeel mee doen.
Er was dan ook naar het eindoordeel van de voorzieningenrechter niet voldoende aanleiding om op grond van hetgeen naar voren is gebracht te moeten oordelen dat er heraanbesteed of herbeoordeeld zou moeten worden.


Jur Deckers, Accolade advocaten


Aanbestedingen in de bouw

Als je wilt, weet je er alles over.

Kijk maar

 

Reageer op dit artikel