artikel

Pas ook eens de Finse methode toe

bouwbreed 1006

In Nederland hanteren we voor veel projecten bij de aanbesteding de EMVI methodiek. Dit gunningcriterium (Economisch Meest Voordelige Inschrijving) betekent dat – naast prijs – ook andere criteria mee wegen bij de beoordeling. De uitwerking daarvan is niet in de wet omschreven en wordt vrijgelaten aan de aanbesteders. Zij maken veelal gebruik van het zogenoemde monetariseren, maar is dat wel de juiste methode?

Pas ook eens de Finse methode toe

De toepassing van EMVI is niet nieuw. In de nasleep van de Enquête Bouw, in het begin van deze eeuw, formuleerde Rijkswaterstaat in 2004 nieuw beleid. In het Handboek EMVA (Economisch Meest Voordelige Aanbieding) uit 2005 werd al uitgebreid beschreven hoe kwaliteitscriteria kunnen worden meegewogen in de beoordeling. Later werd het begrip EMVA verlaten en sindsdien spreken we over EMVI. Een belangrijke invloed heeft de CROW-publicatie “Gunnen op waarde”, uit 2007 gehad. Daarin worden de verschillende manieren behandeld waarop EMVI kan worden uitgewerkt. In 2009 schreef Hans Kuiper in het tijdschrift van de NVBK een doorwrocht artikel over de wijze waarop aanbesteders hun wiskundige formule zouden moeten ontwerpen om EMVI het best tot zijn recht te laten komen. Dankzij de Europese Aanbestedingsrichtlijn uit 2014 kregen we er een nieuw begrip bij, BPKV (Beste Prijs Kwaliteit Verhouding), maar gemakshalve spreken we verder over EMVI.

Projectdoelstellingen

Als een aanbesteder wil gunnen op basis van EMVI moet hij allereerst een goede set aan gunningcriteria samenstellen, idealiter als afgeleide van zijn projectdoelstellingen. Daarbij moet hij ook het gewicht van ieder criterium bepalen en de wijze waarop hij de aanbiedingen zal gaan beoordelen. Hiervoor zijn wel handleidingen beschikbaar, onder meer van Pianoo en ook van de EFCA (de Europese koepel van ingenieursverenigingen van de lidstaten), maar iedere aanbesteder zal toch de nodige aandacht en tijd moeten investeren om een goede set samen te stellen. Een risico in deze is dat de beoordeling relatief wordt gemaakt. Dat betekent dat de scores van één partij afhangen van de scores van de anderen. Daarnaast kan ook het aantal criteria te groot worden, waardoor het onderscheidend vermogen verminderd.

Kwaliteit

Maar het grootste probleem zit in de beoordeling van kwaliteit. In veel gevallen geeft een beoordelingscommissie een cijfer, dat vertaalt wordt naar punten of naar (nep-)geld. In dat laatste geval (monetariseren) wordt de score in Euro’s afgetrokken van de aanbiedingsprijs, waarna de bieder met de laagste (fictieve) inschrijving de winnaar is. Hier wreekt zich het verschil in waardering, want in bijna alle gevallen wordt bij de beoordeling van kwaliteit niet de hele bandbreedte van de beoordeling gebruikt. Dat heeft tot gevolg dat feitelijk het gewicht van kwaliteit lager dan vooraf is beoogd. En dat zou een verkeerde uitslag tot gevolg kunnen hebben.

Verdeling

Aan de Universiteit van Helsinki heeft men statistisch onderzoek gedaan naar de werking van EMVI en de conclusie was dat in bijna alle (150) gevallen de gewenste verdeling (tussen prijs en kwaliteit) niet in de uitslag naar voren kwam. De oorzaak is dat er geen rekening wordt gehouden met de variatie (de spreiding van de uitslagen), in relatie tot de beoogde spreiding. Maar dat kan worden opgelost via een simpele formule: van iedere score wordt het gemiddelde afgetrokken, waarna het resultaat wordt gedeeld door de standaard deviatie.
Het cijfer dat eruit komt, wordt vermenigvuldigd met de percentage (gewicht) van dat criterium. Dit wordt gedaan bij alle criteria, dus ook de prijs! Ondanks het nadeel van de onderlinge verbondenheid is dit een eenvoudige handeling, die de beoogde werking van de EMVI garandeert.
Dus laten we – nu we aardig gewend zijn aan EMVI – voortaan ook de beoordeling op de juiste wijze gaan uitvoeren en de Finse methode toepassen.


Jaap de Koning, Witteveen + Bos

Reageer op dit artikel