artikel

Innovatie stimuleren of realiseren?

bouwbreed Premium 543

Veel opdrachtgevers willen innovatie bevorderen. De rol die ze zich daarbij toedichten is vaak die van “launching customer”. Dat impliceert dat ze bereid zijn om te investeren in innovaties, of in ieder geval ruimte willen geven aan nieuwe ideeën. De innovatie-ambitie wordt meestal gekoppeld aan een concreet project. Maar is dat nu wel de juiste keuze of zijn er wellicht betere manieren om innovatie te bevorderen?

Innovatie stimuleren of realiseren?

Eén van de doelstellingen van de Europese commissie voor 2020 is innovatie. Europa moet groeien (uiteraard een inclusieve groei), duurzamer worden en Europa moet innovatiever worden. Ook in Nederland is innovatie onvermijdelijk, we kunnen er niet omheen. De achterliggende reden is niet altijd duidelijk, maar gelukkig wordt innovatie meestal voorzien van een doelstelling, zoals het vergroten van duurzaamheid. En in de bouw wordt het streven naar innovatie vaak gecombineerd met een concreet project. Bij een nieuwe weg of de renovatie van een brug worden – naast de scope – extra ambities geformuleerd over circulariteit, verkeersveiligheid, energie-neutraliteit of CO2-reductie.

Bekende voorbeelden zijn Innova58 (van Rijkswaterstaat) en de Innovatieroute N737 van de Provincie Overijssel. In deze projecten wordt extra budget vrijgemaakt en worden de eisen verruimt, zodat de aanbieders de mogelijkheid krijgen om hun creatieve ideeën in te brengen. Ook via de aanbesteding wordt ruimte gecreëerd – bijvoorbeeld via een concurrentiegerichte dialoog – om eventueel de eisen nog verder aan te passen. Maar toch blijken marktpartijen te aarzelen om alle nieuwe ideeën in te brengen. Dat heeft vaak te maken met het gegeven dat de innovatie onderdeel moet worden van het project. En als de innovatie niet slaagt (een zeer wezenlijk kenmerk van een innovatie, dat lukt niet altijd) raakt dat meteen het hele project.

En meestal is het de opdrachtnemer die de schade moet herstellen. Het risicoprofiel voor de opdrachtnemer is dus niet gering. Andere elementen die innovatie niet bevorderen zijn het intellectueel eigendom (dat meestal door de opdrachtgever wordt opgeëist) en de voorwaarden van de UAV-GC (waarbij meer verantwoordelijkheid bij de opdrachtnemer wordt overgeheveld dan bij de UAV).

Prijsvraag

Het stimuleren van innovatie kan ook anders, bijvoorbeeld door het organiseren van een prijsvraag. De markt wordt daarin uitgedaagd om met nieuwe ideeën te komen, waarbij nog gericht gezocht kan worden naar de mate van ontwikkeling. Die wordt meestal uitgedrukt in het TRL-niveau, in een schaal van 1 t/m 10. De beloning is in dit geval niet de realisatie van een project, maar een geldbedrag of de (betaalde) mogelijkheid om bijvoorbeeld een proefstrook aan te leggen. De ervaring leert (bijvoorbeeld in de recente, succesvolle prijsvraag Duurzaam Asfalt van Rijkswaterstaat) dat dit een groot aanbod van innovaties oplevert. Voor marktpartijen is dit een totaal ander risicoprofiel dan wanneer diezelfde innovatie in een concreet project ingebracht zou moeten worden.

Er zijn tussenvormen mogelijk, door bijvoorbeeld in een project de innovatie niet in volle omvang te realiseren. Bij de aanleg van een weg zou dat bijvoorbeeld een proefstrook van een nieuw asfaltmengsel kunnen zijn. Maar in de praktijk wordt de afweging vooraf niet expliciet gemaakt. Toch is het een zeer wezenlijke keuze: wil de opdrachtgever innovaties stimuleren of realiseren?

Dat lijkt misschien een semantische discussie, maar het is zijn twee verschillende benaderingen. In het eerste geval is het zoektocht naar ideeën die nog verder moeten worden gebracht in hun ontwikkeling, met een laag risico-profiel voor de opdrachtnemer. Innovaties realiseren – via een project – is een heel andere opgave, ook vanuit de positie van de opdrachtnemer. Het zou goed zijn als opdrachtgevers zich bewust beraden hoe ze innovatie willen bevorderen, als ze zichzelf benoemen tot “launching-customer”.


Jaap de Koning, Witteveen+Bos

Reageer op dit artikel