artikel

Einde integrale contracten of verrekening van grote tegenvallers

bouwbreed Premium 513

In een opiniebijdrage in Cobouw stelt Paul Baks van ABN Amro de vraag of we kunnen leren van de fouten die zijn gemaakt bij de contractering van integrale projecten, om te voorkomen dat die in Nederland van de markt verdwijnen.

Einde integrale contracten of verrekening van grote tegenvallers

De aanleiding van die vraag is de mededeling van diverse grote bouwondernemingen dat zij terughoudender zullen worden met het inschrijven op grote integrale projecten.
Ofschoon Baks vooral doelt op DBFMO-contracten, bedoelen die grote bouwondernemingen ook aanbestedingen van grote UAV-GC-projecten, hetgeen temeer reden is voor bezorgdheid. Steeds vaker zijn opdrachtgevers genoodzaakt om contracten aan te besteden in alternatieve vormen, zoals via bouwteams of allianties. Voor dergelijke contracten hebben bouwondernemingen nog wel belangstelling.

De oorzaak van de grotere terughoudendheid is gelegen in de onevenredig grote risico’s die opdrachtgevers via (onder meer) UAV-GC contracten bij de bouwondernemingen leggen. Ten onrechte veronderstellen aanbesteders vaak dat aannemers alle risico’s kunnen calculeren, en soms denken aannemers dat zelf ook. De praktijk is helaas een stuk weerbarstiger, en de voorspellende gaven van een aannemer zijn niet groter dan die van een opdrachtgever. Voor een groot deel is die onevenwichtige risicoverdeling te vermijden, wanneer de uitgangspunten van de Gids Proportionaliteit worden gevolgd (kort gezegd: niet afwijken van de voorwaarden van de UAV-GC, en het risico alleen bij de aannemer leggen wanneer die het risico ook echt kan beheersen).

Vaste prijs

Maar daarmee is niet het hele probleem opgelost, waarmee de aannemers de afgelopen jaren zijn geconfronteerd. De UAV-GC veronderstellen dat een aannemer bij de aanbesteding ook een vaste prijs kan aanbieden wanneer alleen tamelijk summiere gegevens beschikbaar zijn, en wanneer nog geen ontwerp is opgesteld. De opdracht zal immers juist bestaan uit het opstellen van een ontwerp en het uitvoeren daarvan. Bij diverse ingewikkelde grote projecten is inmiddels gebleken dat daarmee teveel wordt gevraagd. Vaak blijkt, wanneer het definitief ontwerp voltooid is, dat er veel meer moet gebeuren dan de aannemer tevoren verwacht had. Niet in alle gevallen blijken de hogere kosten op grond van de UAV-GC bij de opdrachtgever te kunnen worden gelegd. Geen enkele onderneming in de bouw kan zich in korte tijd meerdere grote tegenvallers veroorloven, en daarom stoppen die ondernemingen daar nu mee.

Risico’s

De achtergrond van het probleem is dat kennelijk is onderschat dat het in elkaar schuiven van twee contractvormen onder de voorwaarden van één contract aanzienlijke risico’s meebrengt. Het opstellen van een ontwerp is namelijk een “opdracht” in de zin van art. 7:400 BW en het uitvoeren van een werk is “aanneming” in de zin van art. 7:750 BW.

Maar terwijl een ontwerper/opdrachtnemer alleen maar verplicht is als een goed opdrachtnemer te ontwerpen en dus een inspanningsverplichting heeft, moet de aannemer in beginsel voor een vaste prijs het ontwerp ook realiseren, en de kosten van uitvoering zijn vele malen hoger dan de kosten van het opstellen van een ontwerp. De UAV-GC aannemer moet dus nu iets doen wat de wetgever nooit van de opdrachtnemer heeft gevraagd, namelijk instaan voor de realisering van het ontwerp voor een vaste prijs.

In veel gevallen is dat sinds 2005 kennelijk redelijk gelukt, want er zijn veel UAV-GC werken aanbesteed en er zijn relatief weinig procedures over gevoerd. Maar voor grote en complexe projecten ligt dat vaak anders. Het is het niet langer verantwoord om voor dergelijke projecten van de aannemer tevoren een vaste prijs te vragen, terwijl veel onderzoeken nog moeten worden uitgevoerd en het ontwerp nog moet worden opgesteld.

Oplossing

De oplossing van dit probleem dient gezocht te worden in een verrekeningsmethode voor het geval dat bij voltooiing van het (definitief) ontwerp blijkt dat de kosten aanzienlijk hoger zijn dan de aanneemsom, bijvoorbeeld 10 of 20%. Wanneer de opdrachtgever niet bereid is die hogere kosten te vergoeden, of wanneer een dergelijke herziening een wezenlijke wijziging van de overeenkomst in de zin van de Aanbestedingswet zou betekenen, dient het contract beëindigd te worden en dient het ontwerp te worden aanbesteed.

De formulering van de verrekeningsmethode is minder belangrijk dan het vaststellen van een maximale overschrijding. Die overschrijding kan ook per geval door de aanbesteder worden bepaald op basis van een vaste formulering. Des te hoger het percentage, des te minder inschrijvers, vermoedelijk. Het is ongeveer dit resultaat dat betrokkenen voor ogen hebben, wanneer zij tegenwoordig onderhandelen over bouwteams en allianties.

Dergelijke alternatieve contracten bedreigen het succes van de UAV-GC 2005. Het beste is het om deze verrekeningsmethode te betrekken in de herziening van de UAV-GC, waaraan nog steeds hard wordt gewerkt. Dat die herziening dan wat langer duurt is beter dan dat het probleem niet wordt opgelost.


Rob Bleeker, advocaat Rozemond advocaten Amsterdam

Reageer op dit artikel