artikel

De omvang van een raamovereenkomst

bouwbreed 1130

In de praktijk ontstaat steeds vaker gemor bij inschrijvers over hoeveelheden bij raamovereenkomsten. Zowel in de aanbestedingsfase als ook in de uitvoeringsfase.

De omvang van een raamovereenkomst

Zo zien we in de aanbestedingsfase regelmatig dat er in de aanbestedingsdocumenten een niet reële inschatting wordt gemaakt van de hoeveelheden c.q. de omvang van de opdracht. En in de uitvoeringsfase nemen we geregeld waar dat specifieke hoeveelheden (onderdelen) van de opdracht dan wel de hoeveelheden ten aanzien van de gehele opdracht heel stevig worden opgerekt door opdrachtgever. De Gids Proportionaliteit 2016 geeft inschrijvers nuttige handvaten om dergelijke discussies tijdens de aanbesteding reeds te adresseren en te beteugelen. En een recente uitspraak van het Europese Hof van 19 december 2018 geeft een hele duidelijke aanbestedingsrechtelijke inkadering ten aanzien van de maximale waarde van de raamovereenkomst bij het uitschrijven van de aanbesteding.

Een raamovereenkomst is een overeenkomst tussen een of meer aanbestedende diensten en een of meer ondernemers met het doel gedurende een bepaalde periode de voorwaarden met betrekking tot te plaatsen opdrachten vast te leggen, met name wat betreft de prijs en de beoogde hoeveelheid.

RAW Raamovereenkomst

Een bekend voorbeeld van een in de GWW-praktijk veel voorkomende raamovereenkomst is de RAW raamovereenkomst (tot 2010 ook wel overeenkomst met open posten – kortweg OMOP – genoemd). Bij opdrachten waar vooraf de omvang niet te bepalen valt (denk bijvoorbeeld aan reparatiewerkzaamheden aan wegen) worden bij aanbesteding fictieve hoeveelheden opgenomen in de inschrijvingsstaat. De uiteindelijk uit te voeren werkzaamheden worden in de praktijk dan op basis van deelopdrachten opgedragen onder de vooraf overeengekomen prijzen per eenheid en voorwaarden.

Voorschrift 3.3 B van de Gids proportionaliteit bepaalt dat het noodzakelijk is dat bij aanbesteding van RAW raamovereenkomsten een reële inschatting wordt gemaakt van de omvang van de opdracht. De af te geven prijzen kunnen immers nadrukkelijk uiteen lopen afhankelijk van de uit te voeren hoeveelheid resultaatsverplichting. Want als bij aanbesteding een hoeveelheid wordt opgegeven door de aanbestedende dienst die in de praktijk factor drie hoger blijkt te liggen, dan kan dat grote gevolgen hebben voor de prijzen die de inschrijver heeft geoffreerd. Een geschil is dan zo ontstaan.

Inschrijvers hebben vrij vlot in de gaten wanneer sprake is van een niet reële opgave van de hoeveelheden bij een raamovereenkomst. Op basis van voorschrift 3.3B van de Gids Proportionaliteit hebben zij een instrument in handen een meer reële inschatting af te dwingen. Zo ingewikkeld is een reële inschatting bij aanbesteding veelal overigens ook niet. Op basis van ervaringscijfers uit voorgaande jaren kom je een heel eind. En wanneer de hoeveelheid voor een bepaalde activiteit echt niet goed te bepalen is, geeft voorschrift 3.3B aan dat het proportioneel kan zijn voor die werkzaamheden een staffelprijs op te nemen voor verschillende hoeveelheden. Voorschrift 3.3B van de Gids Proportionaliteit geldt wat mij betreft overigens één op één voor alle raamovereenkomsten en dus niet alleen voor RAW raamovereenkomsten.

Financiële waarde

De hiervoor genoemde uitspraak van het Europese Hof bepaalt dat de aanbestedende dienst reeds bij aanbesteding de totale financiële waarde van de prestaties moet vast stellen die kan volgen uit de verschillende deelopdrachten. Die uitspraak is voor de uitvoerend aannemer relevant, omdat in de praktijk de vooraf opgegeven geraamde hoeveelheden nog wel eens stevig worden opgevoerd door de aanbestedende dienst. Met name in gevallen waarin de winnend inschrijver nogal erg scherpe prijzen heeft gehanteerd.
De uitspraak is ook relevant voor de concurrentie die mis heeft gegrepen ten aanzien van de raamovereenkomst. Als de vooraf bepaalde maximale waarde van de raamovereenkomst is bereikt, dan dient op basis van de uitspraak van het Europese Hof opnieuw te worden aanbesteed.

Zaak: Omvang van een raamovereenkomst
Behandeld door: Europese Hof
Uitspraak: 19 december 2018
Zaaknummer: zaak C-216/17, ECLI:EU:C:2018:1034


Joost Haest, Severijn Hulshof advocaten

Reageer op dit artikel