artikel

Waarom ligt drempelbedrag voor aanbestedingen niet op 9 miljoen?

bouwbreed Premium 937

Elke twee jaar wordt het Europese drempelbedrag vastgesteld voor aanbestedingen. Sinds 1996 schommelt het bedrag voor werken rond de 5 miljoen euro of een equivalent hiervan in guldens. Was de drempel bij elke herziening gecorrigeerd naar de bouwkosten in de gww, de inputprijsindex, dan had deze nu op ruim 9 miljoen euro gelegen. Doordat de drempels niet geïndexeerd worden, moeten overheden steeds kleinere werken Europees aanbesteden.

Waarom ligt drempelbedrag voor aanbestedingen niet op 9 miljoen?

Toestemming van EU- en GPA-leden

Op de hoogte van het drempelbedrag hebben de Europese aanbestedingsrichtlijnen weinig invloed. De drempel is vastgelegd in de Agreement on Goverment Procurement (GPA) van de World Trade Organisation (WTO). De GPA is in 1996 van kracht geworden binnen de Europese Unie. De Europese Unie – en niet de Nederlandse regering – kan als GPA-lid de drempels wijzigingen. Voor het wijzigen is eerst goedkeuring nodig van alle EU-lidstaten en vervolgens van alle 19 GPA-leden. In 2015 pleitte Nederland binnen de Europese Unie voor hogere drempels.

Mandje van valuta

In de GPA is bepaald dat bouwwerkzaamheden binnen de Europese Unie vanaf een waarde van 5 miljoen special drawing rights, SDR, aanbesteed moeten worden. De SDR is een mandje internationale handelsvaluta van de Chinese yuan, Japanse yen, Britse pond, Amerikaanse dollar en euro. De waarde van dit mandje fluctueert, omdat de waarde van de onderliggende handelsvaluta varieert. Dit betekent ook dat het drempelbedrag in euro’s fluctueert. Stijgt of daalt de waarde van de euro ten opzichte van de andere valuta in de SDR, dan stijgt of daalt het drempelbedrag in euro’s.

Het monetair beleid van de Europese Centrale Bank is erop gericht dat prijzen langzaam stijgen. Zo is het doel dat inflatie net onder de 2% per jaar ligt. In de praktijk zijn de prijsstijgingen voor alle productgroepen nooit exact 2%. Het Centraal Bureau van de Statistiek (CBS) monitort voor de gehele economie en voor specifieke producten in specifieke sectoren hoe prijzen zich ontwikkelen.

Prijsstijging 72% in 22 jaar

Voor de grond-, weg- en waterbouw houdt het CBS sinds februari 1979 de inputprijzen bij en verwerkt deze in een prijsindex. Zo stond de inputprijsindex voor de GWW in januari 2018 op 154,3. In 1996 is geen nieuw indexcijfer gepubliceerd, wel in 1995 (87,4) en 2000 (97,8). Het indexcijfer in 1996 wordt op basis hiervan ingeschat op 89,5. Dit betekent dat inputprijzen in de GWW over de afgelopen 22 jaar dat de GPA van kracht is met circa 72% zijn gestegen, ongeveer 2,5% per jaar. Bij de ontwikkeling van de consumentenprijzen zien we een minder sterkere, maar vergelijkbare stijging. In 1996 stond de index op 68,83 en in 2017 (laatst beschikbare cijfer) op 101,4. Een stijging van 47%, ongeveer 1,9% per jaar.

Drempel 9 miljoen euro?

Zou in 1996, met de inwerkingtreding van de GPA, besloten zijn de aanbestedingsdrempels voor werken periodiek te corrigeren naar inflatie, dan waren de drempels jaarlijks gestegen. Over de omvang van die stijging kan gediscussieerd worden, een percentrage tussen de 1,9% en 2,5% lijkt voor werken relevant. Was in 1996 gekozen voor de inputprijsindex voor de GWW, dan zou de drempel nu op ruim 9 miljoen euro liggen. Was gekozen voor de lagere consumentenprijzen, dan zou de drempel voor werken nu ruim 8 miljoen euro zijn.


Floris den Boer Senior Adviseur PIANOo Expertisecentrum Aanbesteden

Reageer op dit artikel