artikel

Detailengineering door de leverancier: wie is daar ook alweer voor aansprakelijk?

bouwbreed Premium 1113

Detailengineering door de leverancier: wie is daar ook alweer voor aansprakelijk?

De Onderzoekraad voor de Veiligheid heeft (opnieuw) gewezen op de versnippering van het ontwerp- en bouwproces en de daaruit voortvloeiende risico’s voor de constructieve veiligheid. Feit is dat anno nu de leveranciers veelal de detailengineering van prefab hout-, staal- en betonconstructies verzorgen. Als het dan mis gaat, is vervolgens de vraag aan de orde wie waarvoor aansprakelijk is.

Stel nu dat er bij de detailengineering door een leverancier een fout is gemaakt. Daarvoor is in de eerste plaats de leverancier zelf aansprakelijk. De aannemer die deze leverancier heeft ingeschakeld, is jegens zijn opdrachtgever ook voor deze fout aansprakelijk. Dat volgt uit de regel dat je aansprakelijk bent voor de door jou ingeschakelde hulppersonen.

Na goedkeuring ontslagen van aansprakelijkheid?
Als nu de detailengineering is goedgekeurd door de hoofdconstructeur van de opdrachtgever, ontheft dit de aannemer en leverancier dan van hun aansprakelijkheid? Nee, in beginsel niet. Al in 1911 (!) boog de Raad van Arbitrage zich over een zaak waar de aannemer een ontwerp had gemaakt, dat was gecontroleerd en goedgekeurd door de directie maar desondanks toch fout bleek. Die goedkeuring, zo overwogen arbiters, deed aan de aansprakelijkheid van aannemer voor zijn eigen ontwerpfout niet af. Die lijn heeft de Raad van Arbitrage doorgetrokken (waarbij er ook wel eens, gegeven de omstandigheden van het geval, van af is geweken).

Relevant blijft natuurlijk of de hoofdconstructeur de fout in de detailengineering had moeten ontdekken. Zo ja, dan heeft ook die hoofdconstructeur een probleem als hij toch goedkeuring heeft verleend. Immers, de hoofdconstructeur heeft dan de taak die de opdrachtgever hem had opgedragen, niet goed uitgevoerd en daarvoor is hij logischerwijs aansprakelijk jegens de opdrachtgever.

Aansprakelijkheid verdelen?
In de zaak uit 1911 speelde dit ook en verdeelden de arbiters de schade uiteindelijk over de opdrachtgever (die was in de ogen van de arbiters verantwoordelijk voor de directie die dus ten onrechte goedkeuring had verleend) en de aannemer. Zo’n verdeling passen arbiters en rechters wel vaker toe. Er gaan echter ook stemmen op die zeggen dat dit niet correct is.

Wanneer de schade het gevolg kan zijn van twee gebeurtenissen (foute detailengineering en foute controle) waarvoor verschillende personen verantwoordelijk zijn (aannemer en hoofdconstructeur), dan zegt de wet dat die personen hoofdelijk (dus ieder voor de gehele schade) aansprakelijk zijn. Onderling moeten die vervolgens maar uitvechten wie voor welk deel verantwoordelijk is. Daar heeft de opdrachtgever in dit geval verder geen boodschap aan. Die kan zowel jegens de aannemer als de hoofdconstructeur aanspraak maken op 100% vergoeding.

Alleen als bijvoorbeeld de fout van de hoofdconstructeur is toe te rekenen aan de opdrachtgever, zou dit anders zijn. De opdrachtgever heeft dan eigen schuld aan het voorval en dat belet dat hij van de aannemer 100 % vergoeding kan vorderen. Echter, wet en jurisprudentie stellen eisen aan een dergelijke toerekening en het is maar de vraag of daar aan kan worden voldaan. Hierover is het laatste woord dus nog niet gezegd.

Ten slotte
Versnippering van het ontwerp- en bouwproces leidt als snel tot een juridisch diffuus speelveld. Waar vroeger één partij verantwoordelijk was voor het ontwerp, zijn dat er nu meerdere. Als er dan een keer onverhoopt iets fout gaat, is de vraag naar wie daarvoor aansprakelijk is al snel complex. Dat neemt niet weg dat de uitgangspunten op zich helder zijn. De aannemer is in beginsel verantwoordelijk voor de detailengineering door zijn leverancier. Goedkeuring door de hoofdconstructeur ontslaat hem niet van die verantwoordelijkheid.


Robert-Jan Kwaak en Lenneke Muller, advocaten bij Construct Advocaten

Reageer op dit artikel