artikel

Herziene richtlijn voor rook- en warmteafvoer

bouwbreed 1479

Herziene richtlijn voor rook- en warmteafvoer

Rook is doodsoorzaak nummer één bij een brand. De meeste slachtoffers komen om door verstikking en het inademen van giftige gassen. Om dit tegen te gaan, is het zinvol om in alle bouwwerken een rook- en warmteafvoersysteem aan te brengen.

Een Rook- en WarmteAfvoersysteem (RWA) is in staat om op een effectieve manier rook en warmte uit het bouwwerk te onttrekken. Door op hoog niveau gaten te creëren en te voorzien van rookluiken of rookgasventilatoren, wordt de rook een uitgang geboden en zal de rook via deze ‘gaten’ de ruimte verlaten. Hierbij wordt gebruikgemaakt van de thermische eigenschappen van rook.

Door de afmeting van de ‘gaten’ af te stemmen op de brandhaard die wordt verwacht, is het mogelijk een rookvrije hoogte te creëren. Hieronder kunnen mensen veilig vluchten en de hulpdiensten een inzet plegen. Daarbij is de hoofddraagconstructie niet onderhevig aan te hoge temperaturen, een flash-over wordt uitgesteld dan wel voorkomen en materialen en goederen waar mogelijk gevrijwaard blijven van schade. Dit gaat echter alleen werken als er gelijktijdig sprake is van een adequate luchttoevoer die ervoor zorgt dat de rookgassen daadwerkelijk effectief kunnen worden afgevoerd. Daarbij is de RWA-installatie ook te gebruiken voor comfortventilatie en/of daglichtvoorziening. Een heel prettige bijvangst!

Prestatie-eisen

In tegenstelling tot de landen om ons heen, is in Nederland een RWA-installatie geen basisvoorziening die wordt vereist vanuit bouwregelgeving. Dit betekent dat, indien het bouwwerk wordt gebouwd volgens de prestatie-eisen in Bouwbesluit 2012, er geen RWA-­in­stallatie is vereist. Om uiteenlopende redenen heeft de markt behoefte aan het niet volgens de prestatie-eisen bouwen. De regelgever heeft dit onderkend en biedt de mogelijkheid via de ‘gelijkwaardigheidsbepaling’ van deze voorschriften af te wijken, mits een gelijke mate van veiligheid wordt geboden. In Nederland wordt een RWA-installatie in bepaalde situaties als gelijkwaardige oplossing case-afhankelijk ingezet voor overschrijding van de vluchtweglengte en/of de brandcompartimentgrootte, het beschermen van de hoofddraagconstructie en het creëren van een niet-besloten ruimte.

Ook als het niet ‘moet’, is het te overwegen om te voorzien in een RWA. Ongeveer de helft van de bedrijven die worden getroffen door een aanzienlijke brand, zijn binnen vijf jaar van de markt. Een RWA-installatie heeft daarbij in het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen en duurzaamheid een grote meerwaarde.

Een RWA-installatie bestaat uit rookluiken/ventilatoren, luchttoevoervoorziening, rooksegmentering, schakel- apparatuur en transmissiewegen. In basis is een RWA- installatie een ‘slapende’ installatie en moet dus worden gewekt om actief te worden. Dit gebeurt door aansturing vanuit een branddetectiesysteem.
Het branddetectiesysteem zorgt voor een snelle signalering en dus alarmering. Eveneens een prettige bijvangst.

NEN 6093

Sinds 1995 worden in Nederland RWA-installaties ontworpen en aangelegd volgens NEN 6093. In 2004 is deze norm aangevuld met een wijzigingsblad A1.
Aanvullend is in 2005 voorzien in de NPR 6095-1 ‘Rookbeheersingssystemen – Deel 1: Richtlijnen voor het ontwerpen en installeren van RWA-installaties en rookbeheersingssystemen in parkeergarages’. Sindsdien is er echter veel veranderd in de wijze van bouwen, de beschikbare technieken, de te verwachten soorten brand en de visie op brandveiligheid. Voorts is een aantal eisen uit NEN 6093 achterhaald of voor meerdere uitleggen vatbaar.

Anno 2018 is er een dringende behoefte ontstaan om de norm NEN 6093 te herzien en te laten aansluiten bij de huidige visie en stand van techniek. Bij voorkeur wordt daarbij tevens NPR 6095-1 direct geïntegreerd. Hierbij kunnen op basis van één complete nieuwe norm RWA-installaties worden ontworpen en aangelegd. Ook ontbreken in de huidige NEN 6093 de handvatten voor het bepalen van de brandomvang en het warmtevermogen (de hoeveelheid energie die vrijkomt bij een brand). Streven is deze in de nieuwe norm te integreren. Bij het herzien van NEN 6093 zal rekening worden gehouden met de Europese, geharmoniseerde normbladen voor RWA-installaties.

Werkgroep

Om de norm te kunnen herschrijven, is aansluiting gevonden bij de normcommissie 351007 ‘brandveiligheid van bouwwerken’. Onder deze normcommissie wordt een ‘werkgroep NEN 6093’ opgericht, bestaande uit brandweer, adviseurs, rookbeheersingsbedrijven,  inspectie-instellingen, verzekeraars en gebruikers. Deze werkgroep gaat aan de slag met het realiseren van een werkdocument. Dit document wordt vervolgens door NEN geredigeerd. Het moet immers duidelijk zijn, conform NEN-richtlijnen zijn opgesteld en slechts voor één uitleg vatbaar zijn. NEN publiceert vervolgens de norm als ontwerp. Iedereen mag hierop reageren. De reacties worden door de werkgroep verwerkt. Wordt een reactie niet meegenomen, dan zal de werkgroep de reactant uitleggen waarom men de  reactie naast zich neer heeft gelegd.  Uiteindelijk wordt de norm definitief gepubliceerd.

Met name de rookbeheersingsbedrijven drongen aan op herziening van NEN 6093. Hierin speelde de werkgroep RWA van BBN (Brandveilig Bouwen Nederland) een dusdanige rol dat via de normcommissie 351007 is besloten de werkgroep op te richten met als doel om in het vierde kwartaal van 2019 een nieuwe NEN 6093 te kunnen introduceren.

Tot slot: Brandveiligheid is een belangrijk onderdeel van zowel het ontwerp- en bouwproces en het gebruik van bouwwerken. Hierbij is de aanwezige brandveiligheid de optelsom van voorzieningen. Niet alleen bouwkundig, maar ook installatietechnisch en organisatorisch. Brandveiligheid is dus de verantwoordelijkheid van ons allemaal!

Reageer op dit artikel