artikel

Onverzekerd is ongewenst

bouwbreed Premium 523

Onverzekerd is ongewenst

De brancheverenigingen BNA en NLingenieurs hebben recent de Handreiking Aansprakelijkheid gepubliceerd. De handreiking werd zeer enthousiast ontvangen door het Verbond van Verzekeraars. Toch gaat het slechts om een handreiking en geen wezenlijke wijziging in bijvoorbeeld algemene voorwaarden, zoals de DNR. Waar komt het enthousiasme vandaan?

Aan de totstandkoming van de Handreiking Aansprakelijkheid gaat een geschiedenis vooraf. Een belangrijk thema bij de ontwikkeling van de Aanbestedingswet in 2012 was de wederzijdse acceptatie van standaardvoorwaarden, met een mooi woord de paritaire voorwaarden. Daar werd zelfs nog een motie voor ingediend, de motie Ziengs. Deze motie benadrukte nog eens de noodzaak om te streven naar wederzijds geaccepteerde standaardvoorwaarden. Deze zouden tot stand moeten komen in samenwerking tussen opdrachtgevers en het bedrijfsleven en ook moeten worden nageleefd.

Helaas is er daarna niets meer vernomen over de uitvoering. Branchevereniging Nederlandse Architectenbureaus (BNA) en NLingenieurs hebben toen de handschoen opgepakt en zij hebben getracht om te komen tot paritaire voorwaarden met hun opdrachtgevers. Dat heeft echter ook geen concreet resultaat opgeleverd. Intussen is in de markt zelfs een tegengestelde beweging zichtbaar geworden, want steeds meer opdrachtgevers leggen hun eigen inkoopvoorwaarden op. Soms zijn deze gebaseerd op de standaardvoorwaarden (De Nieuwe Regeling 2011 (DNR)), maar meestal met een aanzienlijke hoeveelheid wijzigingen.

Een steeds terugkerend discussiepunt betreft dan de aansprakelijkheid. Deze wordt nogal eens onbeperkt opgelegd, met als argument dat – als zich een schade voordoet – de opdrachtnemer terug kan vallen op het Burgerlijk Wetboek, waarin de aansprakelijkheid dan zal worden verzacht. Maar de opdrachtnemer heeft dan wel een probleem met zijn verzekeringspolis, want zijn verzekeraar zal geen onbeperkte aansprakelijkheid willen verzekeren. Dat kan dus tot gevolg hebben dat opdracht wordt verstrekt aan een partij die niet verzekerd is. Dat is natuurlijk een ongewenste situatie, zeker als de overheid de opdrachtgever is.

Nadat duidelijk werd dat er geen animo was voor paritaire voorwaarden hebben de genoemde brancheverenigingen besloten om een handreiking op te stellen voor hun leden. Bij de ontwikkeling is dankbaar gebruik gemaakt van de input van een aantal grote verzekeringsmaatschappijen. De Handreiking Aansprakelijkheid is een bijzonder praktisch instrument geworden, waarin concrete vragen worden behandeld over aansprakelijkheid bij contractering. De handreiking bevat ook een handige opsomming van de belangrijkste kenmerken van de meest gebruikte inkoopvoorwaarden, zoals de ARVODI, AIP en de UAV-GC.

Het enthousiasme van het Verbond van Verzekeraars komt voort uit de aandacht voor dit onderwerp, maar ook de inhoud van de Handreiking. Het Verbond signaleert een juridisering en verharding van verhoudingen als het gaat om aansprakelijkheidstellingen. Dat is geen goede ontwikkeling, want dat betekent meer rechtszaken, meer inzet en uiteindelijk (mogelijk) hogere premies. De boodschap in de Handreiking is een duidelijke; een aansprakelijkheidsverzekering is goed en noodzakelijk voor de bedrijfsvoering, maar de beheersing van risico’s komt vooral aan op het verantwoord aangaan en beheersen van de verplichtingen. Het Verbond onderschrijft deze boodschap, evenals de aanbeveling om pro-actief te handelen en een mogelijke claim niet af te wachten.

De reactie van het Verbond laat zien dat de behoefte aan transparante, evenwichtige voorwaarden nog steeds aanwezig is. Deze kunnen het resultaat zijn van steeds terugkerende

contractonderhandelingen bij ieder project, maar dat is inefficiënt en kost vooral tijd en energie. De tijd lijkt rijp om toch weer met elkaar in overleg te gaan en te komen tot algemene voorwaarden die voor opdrachtgevers en opdrachtnemers acceptabel en verzekerbaar zijn. En ook al is de Handreiking Aansprakelijkheid een nuttig en kwalitatief uitstekend instrument, het zou mooi zijn als we die in de toekomst niet meer nodig zouden hebben.


Drs. Ing. J.N. de Koning, Witteveen+Bos

Reageer op dit artikel