artikel

Cobouw50 nr.36: Bouwgroep Dijkstra Draisma

bouwbreed Premium 259

Cobouw50 nr.36: Bouwgroep Dijkstra Draisma

Hoofdkantoor: Bolsward
Omzet: 106 miljoen
Aantal medewerkers: 203
Activiteiten: woningbouw, utiliteitsbouw, recreatiebouw, bedrijfs- en industriebouw, renovatie en onderhoud
Bestuursvoorzitter: Biense Dijkstra

Interview met Biense Dijkstra

Voortdurende drang naar vernieuwing

Biense Dijkstra – spreek uit op z’n Fries: Bjinse – loopt met ferme passen door zijn gevel- en dakenfabriek op het industrieterrein van Dokkum. Hier blinkt een gloednieuwe geautomatiseerde productielijn. En hier bewegen de ijverige armen van Robi-One, een robot die steenstrips plakt. In de hal de vertrouwde geur van hout, de snerpende zagen en tikkende hamers. Mark Knopfl er van de Dire Straits zingt: “That ain’t workin’, that’s the way you do it. Money for nothin’ and your chicks for free.”

Dijkstra’s wijsvinger gaat naar het eerste station van de productielijn voor gevels: de framingmachine. “Hij zaagt zelf uit, hij maakt de sparingen, hij schiet zelf vast, hij framet en hij freest. Precies volgens tekening. Normaal zag je hier twee man begeleiding en zes man timmeren rondom zo’n element. Die zie je nu niet meer.” “We gaan de auto-industrie achterna”, zegt Dijkstra. Maar eerst nog even oefenen. Over drie weken gaat de productie hier volop draaien, 350 huizen moet de bouwgroep upgraden. “Nu produceren we acht elementen op een dag. Als we de machine op 100 procent zetten, gaan we naar 45 minuten per element. ” Die snelheid is nodig, omdat Nederland vaart moet maken met de energietransitie. Daarvoor heeft de bouw volgens de Friese ondernemer robots nodig. Behalve de productietijd gaan ook de kosten omlaag. “Manuren zijn een hoge kostencomponent”, zegt Dijkstra.

Biense Dijkstra: “Als je werk je hobby, wat wil je nog meer?” (Foto: Hoge Noorden / Jacob van Essen)

Drie jaar geleden ontstond het idee voor de gevelrobot. Dijkstra, een enthousiaste Fries die zijn wenkbrauwen en handen gebruikt om zijn woordenstroom kracht bij te zetten, wilde wel investeren, maar dan moesten de gevels wel toepasbaar zijn voor zowel renovatie als nieuwbouw. “Anders waren we nooit aan de robot begonnen.” Op die manier maakt het niet uit of corporaties een nieuw huis willen of oude willen upgraden. De bouwgroep belde met H&M Hout- bewerkingsmachines uit Sneek en  nodigde robotbedrijf Smart Robotics uit. Tekla schreef de software. Samen bliezen ze het leven in Robi-One. “Dit is de eerste robot die zo is gebouwd.”

Het zaadje van de vernieuwingsdrang bij Dijkstra Draisma werd eigenlijk al eerder geplant. Hennes de Ridder, voormalig hoogleraar en voortrekker van legolisering in de bouw, had er een aandeel in. De Ridder kwam in 2002 naar Bolsward om te spreken toen een nieuw pand van Dijkstra Draisma werd geopend.  “Hennes gingen even uitleggen hoe fout onze industrie georganiseerd was”, kijkt Dijkstra met genoegen terug. Dijkstra hield contact met De Ridder, die de bouw, net als later Jan Willem van de Groep, grondlegger van de Stroomversnelling, bleef tarten en uitdagen. Dijkstra raakte overtuigd. Zeker toen de crisis in Friesland toesloeg. “Ik zei tegen ons managementteam: wat we doen is alleen maar werken voor de laagste prijs. Er is voor de sector nog maar één verdienmodel: meer- en minderwerk en fouten in het bestek. Hou daar mee op.”

Dijkstra schoof de bouwgroep steeds meer richting de klant

Werken in het “buitenland”, de provincies buiten Friesland, werd een van de reddingsboeien. Belangrijker: Dijkstra schoof de bouwgroep steeds meer in de richting van de klant. dat wil zeggen: meedenken met de opdrachtgever. “Design and Build past heel goed bij ons. Dat is meer dan 70 procent van ons werk tegenwoordig. Multidisciplinaire opgaven met energie, installatie, ontwerp, constructie. We willen in teams werken die complementair zijn en elkaar het werk gunnen, we hebben geen inkopers.”

We lopen verder langs de productielijn. Langs de stations voor isolatie en de kozijnen. Plots valt Dijkstra’s blik op de  robot verderop. De armen van Robi-One hangen stil. Een  medewerker knielt op de gevelplaat, die voor de helft met strips is beplakt en voor de andere helft met lijm is voorbewerkt. De man heeft een spatel in zijn hand. “Hij is lijm aan het verwijderen”, constateert Dijkstra. Is robot stuk? Een kinderziekte? Dat laatste. “Dat hoort erbij.” Dijkstra loopt verder. Nog meer back to the future. De robot kan een tekening lezen, maar wie moet die tekening maken? Een drone natuurlijk. Dijkstra Draisma heeft er al mee geëxperimenteerd. Met een 50 of 100 megapixelcamera is 1 pixel op de foto een paar milli meter in het echt, vertelt Folkert Linnemans, de innovator van Dijkstra Draisma. “We maken een point cloud, die wordt ingeladen. Met die informatie wordt het gevelelement in de frame-machine gemaakt.”

Volgende halte. De fabriek uit. Midden op het asfalt van het terrein staat een huis, helemaal in de fabriek gemaakt, inclusief robotgevels. “We hebben hem niet schoongemaakt”,  verontschuldigt Dijkstra zich als we naar binnen lopen. Een paar dagen voordat wij elkaar spreken was er een feestelijke opening van de nieuwe fabriek, in het verplaatsbare huis werd ook even getoast. “Deze komt straks op de Lombokstraat 22 in Leeuwarden. De woning kan uit elkaar worden gehaald, op een vrachtwagen worden gezet en de woning kan vervolgens ergens anders weer worden opgebouwd. We hebben droge verbindingen gemaakt, alles gestekkerd, de meterkast, het warmtecentrum, we kunnen alles zo uit elkaar  halen en weer in elkaar zetten.” Montage van het droogstapelsysteem is als lego stapelen. De vloer wordt neergelegd, de zijwanden erin gezet. Het prefab toilet met een keukenblok eraan vast wordt erin gehesen.  Met koppelelementen worden de componenten vastgemaakt. Kabelbomen per verdieping worden aan elkaar gestekkerd.“ “Machtig” vindt Dijkstra het verplaatsbare huis en de RobiOne. “Ik leef mijn droom”, zal hij even later zeggen, als we verder praten in het kantoor naast de fabriek. “Dat al die mensen hier zo kunnen genieten en doen waar ze goed in zijn. Dat is mijn hobby. Als je werk je hobby is, wat wil je nog meer?”

“In twee dagen stond deze woning”, vervolgt hij. De afbouw duurde vijf dagen. Dat moet beter, vooral de prefab natte cel, vindt Linnemans. “We hebben bij de ontwikkeling van deze prefab componenten aan de zijlijn gestaan. Maar willen midden in de ontwikkeling komen, zodat we de kwaliteit en productiesnelheid halen die we wensen. De ideale situatie is dat er na het inhijsen iemand omheen loopt – tik tik tik – en dan moet dat deel klaar zijn. Tot op heden is geen enkele prefabber zover. Je krijgt een halffabricaat en dan moet je in de bouw nog veel doen. Dijkstra knikt: “Dat wat je al gedaan kan hebben, moet je niet op locatie gaan doen. Twee weken afbouw, daar moet je vanaf.”

Hoe de bouw er in 2030 uitziet? Vraag het hem niet

De bouwtijd zal voor opdrachtgevers minder een zorg zijn; herbruikbaarheid is voor hen veel interessanter. Wil de eigenaar de woning na tien jaar ergens anders plaatsen? Dat kan. Oppakken, verhuizen, neerzetten en wonen maar. Dijkstra: “Een perfect systeem. Maar je moet reëel zijn: Je hebt spelregels met zijn allen nodig voordat je gaat roeptoeteren dat het circulair is. We weten nu dat deze woning 100 procent herbruikbaar is. Maar eigenlijk is dat kortetermijndenken. Want is hij dat over twintig jaar nog? We hebben een warmtesysteem in de vloer gestort, waarvan we nu weten dat deze het beste is. Maar misschien dat we over twintig, dertig jaar zeggen: ‘Shit, het had eigenlijk elektrisch moeten zijn. Oeps.” Maar goed, de toekomst voorspellen kan niemand. Ook Biense Dijkstra niet. “Ik ben geen man van de wereld. Ik ben gewoon een nuchtere Fries met twee benen op de grond.” Hoe de bouw er in 2030 uitziet? Vraag het hem niet. “Geen idee. Je kunt beter sturen op wat je nu weet, dan sturen op wat je denkt en wat grote bureaus voorspellen.”

Maar dat de toekomst circulair is, weet Dijkstra zeker. Alleen gaat iedereen in de bouw met het begrip aan de haal. “Dat stoort me.” Circulair is het nieuwe modewoord en commerciele afdelingen willen ermee scoren. “We hebben iets bedacht, daar gaan we iedereen modder mee in de ogen smeren, het is voldoende vaag dat iedereen er ook iets van kan vinden.” Ja, de NEN is er mee bezig, maar de bouwsector heeft nog geen definitie van circulair bouwen. Dus is er nu het “Groene boekje” voor de bouw, “Alle begrip(en)” getiteld. Van de A van All electric tot de Z van Zeer energiezuinige nieuwbouw. Ook werkt Dijkstra Draisma aan een spelregelboekje voor circulariteit. In het kort: circulariteit bestaat uit drie fases:

1)  Gebruik van herbruikbare  materialen. 2) Daadwerkelijk hergebruik. 3) Hulpstoffen, energie en emissie.

Als de sector de spelregels niet bedenkt, dan doen we het zelf wel, dacht Dijkstra. “We willen de discussie in de sector op gang brengen.” Waarom Biense Dijkstra dit soort dingen graag opschrijft? “Het stompste puntje van een potlood is scherper dan het scherpste geheugen, zei mijn vader altijd.” Volgens zijn eigen spelregels is de robotgevel nu 83 procent circulair. En als het isolatiemateriaal EPS straks vervangen is door cellulose, waarmee het bouwbedrijf nu testen uitvoert, 92 procent. Hoe dichter in de buurt van 100 procent, hoe moeilijker het echter wordt. Linnemans: “Echte circulariteit vergt nog wel een echte serieuze technische uitdaging. Denk maar aan verf. Hoeveel verven we wel niet in Nederland? Bijna alles. De doelstelling van verf is dat het niet  degradeert. Daar ga je al. Verf is in de basis geen circulair product.” Dijkstra: “Ook producten waarvoor hoge temperaturen nodig zijn om ze te maken en af te breken, vormen een probleem. Bakstenen, isolatiematerialen, zoals steenwol dat 1500 graden nodig heeft om te maken.” Linnemans: “Ja, steenwol is herbruikbaar, een of twee cycli. Maar het moet in een oneindige cyclus herbruikbaar zijn.”

Duurzaamheid zit in zijn genen

Het is overduidelijk. Dijkstra is in de ban van duurzaamheid. Zo erg dat hij zijn vertrouwde politieke partij passeerde en op de partij stemde met volgens hem “het beste duurzaamheidsprogramma”. Misschien zit duurzaamheid in zijn genen, geeft hij toe. Zijn opa en oma van moederskant uit Appelscha waren agrariërs en voortrekkers in biologisch dynamisch tuinieren. “Ik heb bewondering voor hoe die mensen met de wereld omgingen. Toen ik jong was, dacht ik: je kunt ook overdrijven. Stoken op hout omdat ze geen gas wilden gebruiken; als je de wc wilde doortrekken moest je eerst een emmer water uit de vaart halen. Mijn vader, een dorpsaannemer, reed in een tweedehands Mercedes 200 Diesel. Dat vond mijn oma vreselijk. Een kapitalistische auto. Mijn vader was de verpersoonlijking van het kapitalisme. Ik dacht: zo’n dikke auto heeft mijn pa toch niet? De staalboer uit het andere dorp heeft een 300 Diesel.” Later kwam het inzicht: “Wow, die mensen waren goed bezig, die probeerden op hun manier toch door te zetten. Die heerlijke oliebollen, ‘oaljekoeken’ noemde mijn oma ze in Appelscha, die kwamen van eigen meel. Lekkerder dan elke oliebol die ik ooit heb geproefd. Dat kwam wel omdat zij daar hun hart en ziel in legden door duurzame producten te winnen en circulair bezig te zijn. Practice what you preach. Daar heb ik wel respect voor.”

Doen waar je voor staat. Ook Dijkstra moest eraan geloven. Twee jaar geleden leverde hij zijn twee racewagens, Porsches, voor zijn duurzaamheidsgeloof in. “Mijn enige hobby.” Dijkstra reed over circuits. “Ik vind het eigenlijk niet meer kunnen. Het past niet bij duurzaamheid.” Echt niet? Nou… hij hoopt dat er een elektrische racewagen komt. Met een jongensachtige blik: ”Er is nu ook een Tesla racewagen, die is vrij zwaar, 1600 kilo. Eigenlijk moet een racewagen niet meer dan 1100 kilo wegen, want dan kun je heel hard door de bocht en heel laat remmen. Massa is funest op een circuit.” Duurzaamheid dus. Maar ook oprecht een beter product. Met dat doel passeert Dijkstra Draisma de installatie-bedrijven en praat sinds september van dit jaar met de maakindustrie in Nederland. Namen, rugnummers? Nog even niet. “Dat vindt de installatiebranche niet leuk”, weet Dijkstra. Wij willen ons namelijk met hun product bemoeien.”

Geen enkele bouwer heeft de heilige graag al gevonden

Dat bemoeien is nodig vanwege de prestatiegarantie voor de woningen en utiliteitsgebouwen die Dijkstra Draisma bouwt. Want het is niet even, zegt Linnemans, klak klak een warmtepomp in een huis gooien en klak klak een ventilatiesysteem erbij en hup het werkt. Nee, geen enkele bouwer heeft de heilige graal al gevonden. Alles hangt met elkaar samen. De schil, het warmteafgiftesysteem en de ventilatie. Wil je een goed comfort bieden moet je dus testen, testen en nog eens testen. Dat doet Dijkstra Draisma. Er is zelfs een vriescel gehuurd om verschillende gevels te testen. Verder zijn er zeven all electric systemen tegen het licht gehouden. En twee collectieve warmtesystemen.

“Nieuwbouw moet sowieso nul-op-de-meter, daar moeten we niet eens over discussiëren, van de gasaansluiting moeten we af. Verder moet de infrastructuur voor energie verbeterd worden. We hebben systeemkeuzes nodig per gebouw, per wijk en per stad. Per omgeving maak je andere keuzes, afhankelijk van omgeving die er is en de bronnen die in de buurt zijn. “All electric voor het platteland lijkt een goede optie. En het warmtenet voor plekken waar dat kan.” Dijkstra Draisma investeert in Friesland zelf in geothermie, onder andere in Leeuwarden.” De bouwgroep wil in de stad ook warmte via het warmtenet aanbieden. Als de  politiek de keuzes maakt, en dat moet, zegt Dijkstra, kan de branche proposities aanbieden. “Anders blijven we in die pilots hangen.”

Klinkt als een elektriciteitsbedrijf. Dijkstra ontkent het niet. “Als duurzame warmte niet aangeboden wordt, moeten we maar zo brutaal zijn om dat zelf aan te bieden. We gaan niet het totale risico op ons nemen. Maar we slaan wel op de trom om er mee aan de slag te gaan.” Op die trom van vernieuwing slaan, doet hij graag. Als een van de weinigen in de bouw. Maar zet hem niet op een voetstuk. “Ik vind onszelf niet bijzonder. Ik vind het wel bijzonder door wat wij nu doen al zo bijzonder kunnen zijn. Het geeft eigenlijk wel aan dat onze branche erg traditioneel is. Laten we eerlijk zijn: daar ligt onze kans.”

 

Bekijk hier de volledige ranglijst van de Cobouw50.

Reageer op dit artikel