artikel

‘Dat ziet er gezond uit… Of toch niet?’

bouwbreed 10

‘Dat ziet er gezond uit…  Of toch niet?’

“Er zijn veel beleidsmatige en gelukkig ook steeds meer praktische initiatieven om steden gezonder te maken. Daardoor kunnen bewoners in die steden betere, publieke condities met het oog op hun vitaliteit aantreffen en daar –zonder extra kosten of inspanningen – gebruik van maken.”

De ambities daartoe zijn veelbelovend, nu de liefst integrale uitvoering nog, betoogt Robbert Coops.

Intrinsieke kapitaal

Bij gezonde, groene steden gaat het om gezondheid als leefstijl en gedrag. Maar ook om de kwaliteit van (stedelijk) leven en intrinsieke kapitaal van duurzaamheid. Om al die doelstellingen bij elkaar te brengen en te houden is nog veel onderzoek geboden. Experimenteren met groenvoorzieningen, bijvoorbeeld in de vorm van stadslandbouw of om trainingsfaciliteiten voor recreatieve sporters die werken aan het terugdringen van hun overgewicht.

De stad moet meer op een bos lijken

Het gaat om het terugdringen van CO2, maar ook om voorlichting op scholen. Het gaat om stadstuintjes of om het terugdringen van verkeer(soverlast). Het gaat om het stimuleren (en subsidiëren) van hergebruik, zoals van biologische afvalstromen waaruit biogas kan worden gewonnen, maar ook om de stedenbouwkundige inrichting, zoals met poreuze tegels waardoor regenwater makkelijker in de bodem terechtkomt. Of door groene daken die naast isolatie ook een opvang van plensbuien creëren.

Klimaatonderzoeker en weerman Peter Kuipers Munneke wees er onlangs nog eens op hoe urgent klimaatveranderingen en de gevolgen daarvan voor de stad zijn. De afgelopen honderd jaar is de regenval alleen al met 15 procent toegenomen. Steden kunnen – nee, moeten – een rol spelen in het terugdringen van de gevolgen van klimaatveranderingen. “De stad moet meer op een bos lijken. Dat wordt niet alleen gewaardeerd door de bewoners, maar het helpt ook de temperatuur minder hard te laten stijgen”. Daarbij komt dat groene steden ten opzichte van versteende steden minder fijnstof en hittestress veroorzaken.

Gezonde steden?

Kortom, een baaierd van voorbeelden en mogelijkheden, die al dan niet in enige samenhang het beoogde, gezonde effect zouden moeten sorteren. Een effect overigens dat vaak niet of nog nauwelijks taakstellend is gedefinieerd of geoperationaliseerd. Het is – ook in dat verband – enigszins opportunistisch dat steden als Utrecht (‘healthy city’)of Amsterdam zich presenteren als gezonde steden.

Waar die claim op gebaseerd is is niet erg duidelijk. Het lijkt vaak meer om een (loffelijk) streven of door de politiek bepaalde groene of gezonde ambitie te gaan dan om consistent, systematisch en geïntegreerd beleid waarin zowel publieke als private partners samenwerken. Ondanks het opstellen van city deals, zoals dat onlangs in een startbijeenkomst in Den Haag werd bepleit. “Samenwerken aan toekomstbestendige steden” luidde daar de insteek die bij de aanwezige vertegenwoordigers van overheid, kennisinstellingen en bedrijven tot de nodige actie zou moeten leiden. Met allerlei publieke partijen en samenwerkingspartners uit onderwijs en bedrijfsleven worden steden meer klimaatadaptief. Althans dat is de bedoeling.

Steeds meer wordt nu de relatie gelegd tussen de gezonde stad en de circulaire stad

Steeds meer wordt nu de relatie gelegd tussen de gezonde stad en de circulaire stad. Dat lijkt een….gezonde stap in de gedachtevorming. De circulair ingerichte economie en biobased economy liggen immers in elkaars verlengde. Ze dwingen bestuurders om iedere stap binnen de beslisketen zorgvuldig af te wegen en bij knooppunten ook de effecten op aanpalende terreinen in ogenschouw te nemen.

Enorme kansen

Een meer integrale en op (milieu-)effecten gerichte benadering, waarbij er – volgens Wim de Haas van Wageningen university & reserarch – enorme kansen liggen om de stedelijke afhankelijkheid van fossiele grondstoffen te verminderen en hun energie- en grondstoffenvoorziening meer te baseren op hernieuwbare, plantaardige grondstoffen.

Alleen dan kunnen steden op alle terreinen optimaal profiteren. Net zoals de slimme stad leunt de circulaire stad op data voor het begrijpen van de stromen en de neveneffecten van gewenste maatregelen. Dat betekent dat de bestuurlijke organisatie van een groene en/of gezonde stad niet alleen professioneel in elkaar zit, maar ook dat het beleid opgebouwd uit is uit een gedegen (maar flexibele) toekomstvisie, op draagvlak en op concrete feiten.

Zo staat het natuurlijk geweldig stoer om geluidoverlast aan te pakken, maar wanneer noch de wettelijke noch de praktische mogelijkheden daartoe bestaan is er sprake van een dode mus. Er zijn immers EU-richtlijnen, nationaal beleid (zoals zonering) en convenanten (bijvoorbeeld bij vliegtuiglawaai) die redelijk gedetailleerd de geluidcontouren hebben vastgesteld. Daarvan afwijken is – hoe mooi dat ook klinkt – buitengewoon ingewikkeld. In Utrecht bijvoorbeeld is een juridische strijd ontbrandt over het instellen van milieuzones waar bepaalde type oude, dieselauto’s niet meer mogen rijden. Onder aanvoering van columnist Rob Hoogland van De Telegraaf en enkele anderen wordt ten principale geprocedeerd tegen deze gemeentelijke maatregel, die op geen enkele wijze landelijk zou zijn verankerd.

 



Drs. Robbert Coops, sociaal-geograaf en werkzaam bij Coops Public Affairs

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels