artikel

Retentierecht: niet (altijd) voor onderaannemers

bouwbreed 19

Retentierecht: niet (altijd) voor onderaannemers

Onderaannemers kunnen niet zomaar retentierecht uitoefenen op een bouwplaats waar zij aan het werk zijn. Dat blijkt uit een recente rechterlijke uitspraak. Peter Verstegen legt de achtergrond van de uitspraak uit.

Lees hier

Lees hier
Een installateur die als onderaannemer het retentierecht uitoefende op een blok van 4 woningen die deel uitmaken van een groter nieuwbouwproject, is door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 13 september van dit jaar teruggefloten. De installateur had de sleutels van zowel het bouwhek om het woningblok als van de afzonderlijke woningen waarin zij aan het werk was. Het hek werd meestal geopend en gesloten door de installateur, die ook de toegang tot de centrale elektravoorziening had. Dat is naar het oordeel van het hof echter onvoldoende om te kunnen spreken van het uitoefenen van de feitelijke macht, zoals voor de uitoefening van het retentierecht is vereist.

De installateur oefende niet de feitelijke macht uit uit

De hoofdaannemer en andere onderaannemers hadden ook de sleutels van hek en woningen. En van de 80 à 90 werklieden die dagelijks aan het werk waren, waren er 10 à 15 van de installateur. Bovendien was de projectleider van de aannemer dagelijks aanwezig en was deze bevoegd de onderaannemers aanwijzingen te geven.
Uit de omstandigheden leidde het hof af dat de installateur niet de feitelijke macht over de woningen uitoefende, in die zin dat “afgifte” – in dit geval ontruiming – nodig was om de woningen weer in de macht van de aannemer te brengen. Zowel de aannemer als diens onderaannemers hadden zowel feitelijk als juridisch de mogelijkheid zich zelfstandig, zonder afhankelijk te zijn van de instemming van de installateur, toegang tot de woningen te verschaffen en hadden ook daadwerkelijk toegang tot de woningen als de voortgang van het werk dat vroeg. De woningen waren niet ‘het domein van’ de installateur, in die zin dat alleen de installateur in de woningen aan het werk was.

Elk geval dient op zich beoordeeld te worden

De geschetste situatie is gebruikelijk. Het zal bij B&U projecten niet vaak voorkomen dat er slechts één onderaannemer aan het werk is en dat deze in de positie is de bouwplaats als zijn domein te beschouwen. De onderaannemer heeft dus slechts in specifieke situaties de mogelijkheid het retentierecht uit te oefenen. Het is afhankelijk van de omstandigheden van het geval en elk geval dient op zich beoordeeld te worden.



Peter Verstegen is als advocaat verbonden aan Heijltjes advocaten.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels