artikel

Laat EMVI in zijn waarde

bouwbreed 9

Laat EMVI in zijn waarde

Er wordt veel gediscussieerd over de meerwaarde van EMVI. Dan gaat het over de vraag of er wel ruimte zit in het projectbudget, maar ook over de hoogte van de boete als de opdrachtnemer niet aan zijn EMVI-verplichtingen voldoet. Maar zit er wel (meer-)waarde in EMVI?

Sinds in Nederland in 2013 een nieuwe aanbestedingswet van kracht werd, is de toepassing van EMVI natuurlijk enorm toegenomen. In principe is EMVI verplicht, tenzij de aanbesteder redenen heeft om daarvan af te wijken en alleen te gunnen op basis van prijs. Aan de redenen worden overigens niet veel eisen gesteld. EMVI is dan ook primair een gunningcriterium, net als laagste prijs.

EMVI staat voor Economisch Meest Voordelige Inschrijving. Dat betekent dat de aanbesteder – naast de prijs – andere elementen kan meenemen in zijn besluitvorming over de gunning van zijn project. De bedoeling van EMVI is meerledig, maar het voornaamste doel is het onderscheidend vermogen van de markt vergroten, lees: de aanbiedende partijen. Daarmee zouden ze ook in staat worden gesteld om meer kwaliteit te bieden. En de verwachting is dat ook de neergaande prijsspiraal – door de voortdurende nadruk op laagste prijs – zou worden doorbroken. Partijen hebben immers meer manieren om zich te onderscheiden. Zij maken in hun aanbieding de afweging tussen de hoogte van de prijs en de inzet op kwaliteitsonderdelen. Kwaliteitsonderdelen zijn er in verschillende vormen: een planning die goed beheersbaar is of een eerdere opleverdatum laat zien, een plan van aanpak dat klinkt als een klok en dat maximale zekerheden bevat over het projectresultaat tot en met interviews van de sleutelfunctionarissen (zoals bij BVP). Deze opzet kan op veel instemming rekenen, zowel van de vragers als de aanbieders.

Maar toch is er verwarring ontstaan bij de praktische uitwerking. Want wat is nu het gevolg van een gewichtsverdeling van 30/70 – respectievelijk prijs en kwaliteit – voor de waarde van de aanbieding? Als de projectwaarde bijvoorbeeld 50 miljoen euro is, vertegenwoordigt het kwaliteitsdeel dan 35 miljoen euro? En waar zit dat dan in de originele projectraming? Nog verwarrender: hoe moet je dat inschatten? De oorzaak van deze verwarring – die alleen maar leidt tot meer discussie zonder oplossingen – zit in de verkeerde perceptie. De gewichtsverdeling van de EMVI-onderdelen moeten niet worden vertaald naar het projectbudget. Als we EMVI vergelijken met de laagste prijs (het andere gunningcriterium) is de marge van de aanbieders meestal in de orde van 10-20 procent. Dat is dus het onderscheidend vermogen bij dit criterium. Als we nu extra elementen toevoegen, de kwaliteitscriteria dus, wordt die marge niet gelijk aan de gewichtsverdeling tussen de criteria. Met andere woorden: het is onjuist om te denken dat de waarde van die criteria gelijk wordt aan de gewichtsverdeling.

Natuurlijk kan er verschil zijn in de kwaliteit van de aanbiedingen, sterker nog, dat is juist de bedoeling. En het is ook logisch dat een hogere kwaliteit de desbetreffende aanbieder meer geld kan kosten, maar dat hoeft natuurlijk niet. Iedere aanbieder maakt zijn eigen afweging tussen prijs en wat hij wil bieden op de andere onderdelen. Hij kijkt daarbij heel scherp naar de gewichtsverdeling tussen de EMVI-onderdelen (en naar zijn concurrenten) en stemt daarop zijn aanbieding af. Maar het is onzinnig om te denken dat bijvoorbeeld zijn plan van aanpak zomaar 10 miljoen euro aan waarde toevoegt.

Laten we EMVI dus op zijn juiste waarde schatten en geen onnodige en onmogelijke schattingen vooraf proberen te maken. EMVI is een rekenmethodiek die zeer nuttig kan zijn, maar toch vooral een gunningcriterium en niet meer dan dat.

Jaap de Koning MA BSc, adviseur bij Witteveen+Bos

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels