artikel

Eén koe is genoeg voor de gasvoorziening van twee huishoudens

bouwbreed 81

Eén koe is genoeg voor de gasvoorziening van twee huishoudens

Als het aan minister Kamp van Economische Zaken ligt dan vervalt binnenkort de verplichting om nieuwbouwhuizen aan te sluiten op het gasnet. Dat zei hij bij de afsluiting van de Nationale Energiedialoog op 4 juli jongstleden in Arnhem. Netbeheerders, waaronder Stedin, vielen hem bij. Door de opmars van duurzame energie immers kunnen gasnetten in nieuwe woonwijken een nutteloze investering worden. Maar dat heeft weinig zin zolang hooguit 6% van de Nederlandse stroom uit duurzame bronnen komt. Veel beter is om niet alleen bestaande, maar vooral ook nieuwe gasinfrastructuur te vergroenen met biogas, onder meer uit koeienstront.

Het pleidooi van Kamp en netbeheerders zoals Stedin voor gasloze nieuwbouwwijken is wat ons betreft nogal kort door de bocht. Op dit moment immers is slechts 6% van onze energievoorziening groen. En het overheidsbeleid is er op gericht dat te vergroten naar 14% in 2020 en 16% 2023. Willen echter all electric woningen van het begin af aan net zo veel (of weinig) CO uitstoten als met gasketels verwarmde woningen, dan zal onze energievoorziening veel verdergaand moeten verduurzamen. Wij komen tot een kwart in plaats van die schamele 14 tot 16% waarover nu wordt gesproken. Dat pleit voor wat in het milieubeleid een brongerichte aanpak heet. Concreet betekent dat minder kolen- en gascentrales en meer windmolens. Want wat heb je er aan als uit het stopcontact geen groene maar grijze stroom komt?

Veel slimmer is het om per nieuwbouwwijk te bekijken welke energieoplossing de beste is. In de eerste plaats komt energiebesparing dan ter sprake: de groenste energie is bespaarde energie. Op dat gebied zijn we in Nederland al behoorlijk ver gevorderd. Vrijwel dagelijks maken wij zogeheten energieprestatieberekeningen voor de bijna vijfduizend woningen die wij als BPD (Bouwfonds Property Development) in Nederland jaarlijks ontwikkelen. Dat gebeurt met het oog op de energiezuinigheid en duurzaamheid van onze woningen en is bovendien verplicht omwille van de vereiste bouwvergunningen. Daardoor zijn we nu zo ver dat nieuwbouwwoningen nog geen 10% van de energie gebruiken van wat ze 40 jaar geleden nodig hadden voor verwarming. Bovendien ontwikkelen we ook woningen die per saldo helemaal geen energie meer nodig hebben. Dat is dan niet alleen voor verwarming, maar inclusief het gebruik van huishoudelijke apparaten.

Hoe zuinig een woning ook is, bij de ontwikkeling van nieuwe woonwijken zijn er vrijwel standaard drie en steeds vaker vier energieconcepten die de revue passeren. De eerste betreft een gewone woning met een hoge rendements- of HR107 gasketel. De tweede is het vermeend duurzame broertje van diezelfde woning, maar dan all electric en voor de verwarming voorzien van een warmtepomp. De derde is aangesloten op – ook heel duurzaam – de stadsverwarming. En in het vierde geval wordt de woning niet voorzien van aardgas, maar van biogas. Dat krijg je door bijvoorbeeld het slib van een rioolwaterzuiveringsinstallatie of de stront van koeien, kippen en varkens te vergisten en het vervolgens door datzelfde aardgas leidingennetwerk van onder meer het eerder genoemde Stedin naar de woning te transporteren.

Omdat ze allemaal dezelfde energieprestatie moeten leveren, is niet het energieconcept maar vooral de jaarlijkse CO-uitstoot een goede maat voor de duurzaamheid van de woningen. Die verschilt behoorlijk. Voor de met gas verwarmde woning is dat 1.500 kg per jaar. Voor de all electric variant ligt dat met 1.800 kg per jaar maar liefst 20% hoger. En voor een op de stadsverwarming aangesloten woning is dat nog hoger: 2.200 kg per jaar. De biogaswoning ten slotte komt met 1.000 kg per jaar veruit als beste uit de berekeningen.

Op dit moment bevinden biogaswoningen zich nog in een experimentele fase. Op grote schaal althans zijn ze nog niet toegepast in ons land. Dat zijn we nu druk aan het onderzoeken, overigens samen met de netbeheerders en verschillende andere ontwikkelaars en bouwers. Eén koe is genoeg voor de gasvoorziening van twee huishoudens, zo blijkt. Met ruim 4 miljoen runderen en dik 7 miljoen huishoudens in ons land mag dat geen probleem zijn. Bovendien ligt er al een gasinfrastructuur die we, als het aan minister Kamp en de netbeheerders ligt, niet langer nodig hebben. Althans voor aardgas. Ook dat biedt dus perspectief. 

Bas van de Griendt werkt als manager MVO en Duurzaam Ontwikkelen bij BPD en is er verantwoordelijk voor de duurzaamheidsagenda. Jos de Vries werkt eveneens bij BPD en is expert op het gebied van duurzame energie en duurzaam bouwen.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels