artikel

Duurzaamheid: minder papier, meer praktijk

bouwbreed

Duurzaamheid: minder papier, meer praktijk

In de afgelopen jaren is het aantal duurzaamheidscertificaten explosief gegroeid. Grote bedrijven uit de 
(water)bouwsector en de technische dienstverlening zien de certificaten vooral als extra papierwerk. Daardoor dreigt uitholling van het draagvlak voor duurzaamheid.

De certificaten zijn immers vooral gericht op de bedrijfsvoering en niet op de realisatie van duurzaamheid in projecten.

Graag gaan de ondertekenaars van dit stuk met de opdrachtgevers in gesprek om samen in projecten het verschil te maken als het gaat om duurzaamheid. Minder duurzaamheid op papier, méér in de praktijk. Niet vinken, maar vonken dus!

In 2009 lanceerde ProRail de eerste duurzaamheidsprestatieladder: de CO 2 -Prestatieladder, een hulpmiddel voor opdrachtgevers om duurzame leveranciers voorrang te geven. Dat initiatief had effect: tientallen bedrijven in de branche zetten CO 2 -reductie op de agenda, namen maatregelen en behaalden de hoogste trede op de ladder.

Goed idee dus, zo’n prestatieladder? Ja, want de introductie van deze ladder heeft CO 2 -reductie in de branche zeker op de kaart gezet. Maar inmiddels is er zo’n wildgroei aan ladders, certificaten, schema’s en labels ontstaan, dat de toegevoegde waarde ervan ter discussie komt te staan.

De MVO-prestatieladder, FIRA, FSC, PEFC, CO2 Prestatieladder, PSO ladder, Ecovadis, zijn maar een paar voorbeelden van duurzaamheidslabels die ons worden gevraagd door opdrachtgevers.

Niet ter discussie

Het tot op heden bereikte resultaat van de certificeringen en prestatieladders staat wat ons betreft niet ter discussie. Echter, de ladders en certificaten richten zich vooral op de bedrijfsvoering, terwijl beperkt aandacht is voor duurzaamheid in de projecten. Juist in de projecten kan namelijk nog veel worden bereikt. En daar ligt ook een rol voor opdrachtgevers. Hoe zien wij dat dan?

1. Beperk het aantal prestatieladders en duurzaamheidscertificaten. Is het mogelijk om één gezamenlijke basis te vinden, zoals ISO26000 of het GRI-protocol? Dan wordt dat de standaard voor de hele keten (inclusief opdrachtgever en opdrachtnemer).

2. Vraag duurzaamheid zodanig uit dat dit daadwerkelijk impact op het project heeft.

3. Zorg voor een gerichte dialoog in het project tussen opdrachtgever en opdrachtnemer.

Wij nodigen opdrachtgevers uit om in gesprek met ons en andere opdrachtnemers samen in projecten het verschil te maken. Minder duurzaamheid op papier, méér in de praktijk. Niet vinken, maar vonken dus.

Marcel van der Holst, MVO Manager Ballast Nedam
Born Goedkoop, senior consultant Sustainability BAM Infraconsult
Hedwig Thorborg, coördinator Duurzaamheid Boskalis Nederland  
Susanne IJsenbrandt, adviseur MVO Cofely Energy & Infra
Jan Maarten Cornet, MVO Officer Croon Elektrotechniek 
Stefan Daamen, senior adviseur Duurzaamheid Heijmans Infra 
Cora de Groot, Duurzaamheidsmanager Mourik 
Anita Holst, CSR Manager SPIE Nederland
Harry Hofman, MVO Manager Strukton 
Douwe van den Wall Bake, manager Duurzame Ontwikkeling TBI 
Sander Dekker, manager Sustainability Van Oord 
Lars van der Meulen, manager CSR VolkerWessels

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels