artikel

Certificaten

bouwbreed

Certificaten

De wildgroei aan duurzaamheidscertificaten waarover twaalf duurzaamheidsmanagers van evenzoveel bedrijven de noodklok luiden, is niet van vandaag of gisteren. Twee jaar geleden al werd tijdens het congres Van Lima tot Meterkast van Uneto-VNI fors geklaagd over al die administratieve rompslomp. Maar liefst zeventig keuren, merken en certificaten voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) passeerden daar de revu. Conclusie: kappen in dat oerwoud.

Toen bleken bedrijven en ook opdrachtgevers er enigszins dubbel in te zitten. Wat is immers eenvoudiger voor bedrijven dan met een certificaat aantonen dat ze goed bezig zijn? En wat is er simpeler voor een opdrachtgever dan een certificaat te vragen? Dan hebben ze er geen omkijken meer naar.

Sinds die tijd zijn vele ideeën geopperd. Zo wilde MKB Infra graag dat allerhande ladders als die voor CO 2en social return zouden opgaan in één certificaat voor MVO. Dat is er gekomen, maar erbij en niet als vervanger van verschillende ladders op onderdelen van MVO.

Daar komt bij dat, zoals de twaalf duurzaamheidsmanagers schrijven, dat het gros van de certificaten is gericht op de bedrijfsvoering en niet op het eindproduct. Wat dat betreft lijkt het sterk op het energielabel; dat zegt slechts dat er goed is gerekend, maar niets over het feitelijke energieverbruik.

“Niet vinken maar vonken”, vinden de twaalf nu. En daar hebben ze volledig gelijk in. Met papiertjes schuiven kan iedereen. Maar voor daadwerkelijk duurzame diensten en gebouwen leveren, moet wat meer gebeuren en wat langer over worden nagedacht. In plaats van certificaten behalen, die zo langzamerhand het karakter hebben van een werkgelegenheidsproduct voor certificerende instellingen, moeten bedrijven in de praktijk de ruimte krijgen duurzaam te zijn en duurzamer diensten en bouwwerken te leveren.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels