artikel

‘Let op! De Omgevingswet komt eraan’

bouwbreed 32

‘Let op! De Omgevingswet komt eraan’

In 2019 treedt de nieuwe Omgevingswet in werking. Toch werpt de omvangrijke wet nu al zijn schaduw vooruit. Voor de bouwpraktijk zijn veel onderdelen nu al van belang. Jan Reinier van Angeren en Jan van Oosten van Stibbe Advocaten leggen uit waarom.

Meer lezen over

Meer lezen over
De Omgevingswet is de belangrijkste wetgevingsoperatie op het gebied van het ruimtelijke ordeningsrecht sinds de Wet op de Ruimtelijke Ordening uit 1962. De Omgevingswet bevat de regelgeving voor alle activiteiten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Van bouwwerken en infrastructuur tot cultureel erfgoed en natuur. Iedereen die dagelijks met de praktijk van het ‘bouwen’ bezig krijgt ermee te maken. De Omgevingswet staat niet op zichzelf: de echte inhoud van de regels wordt uitgewerkt in vier bundels van uitvoeringsregels: het ‘Omgevingsbesluit’, het ‘Besluit bouwwerken leefomgeving’, het ‘Besluit kwaliteit leefomgeving’ en het ‘Besluit activiteiten leefomgeving’. 

Gedachtengoed werpt schaduw vooruit

Hoewel de Omgevingswet pas in 2019 in werking zal treden, werpt het gedachtengoed van de Omgevingswet al zijn schaduw vooruit op de huidige praktijk. Doelstelling van de wet is een eenvormiger, flexibeler en eenvoudiger systeem van regels voor de fysieke leefomgeving. Dat betekent dat er een tendens is om in bestemmingsplannen flexibeler regels toe te passen die snel kunnen worden gewijzigd. Ook bestaat nu al de mogelijkheid om bestemmingsplannen aan te melden bij het Ministerie van Infrastructuur en Milieu als omgevingsplannen onder de Omgevingswet.  

Omgevingsplan bevat alle regels

Een belangrijke wijziging is dat bestemmingsplannen verdwijnen. In de plaats daarvan komt één omgevingsplan per gemeente. Dat omgevingsplan bevat alle regels over de fysieke leefomgeving. Niet alleen de bestemmingen die een perceel grond heeft, maar bijvoorbeeld ook regels over het kappen van bomen, regels over gemeentelijke monumenten, regels over reclames etc. Het is de bedoeling dat het Omgevingsplan een groot deel van de gemeentelijke verordeningen vervangt, mits het maar de fysieke leefomgeving betreft. Zo kunnen bepalingen in een gemeentelijke verordening die betrekking hebben op de openbare orde niet in het omgevingsplan worden neergelegd.  

De metafoor van het mengpaneel

De bedoeling is dat het omgevingsplan flexibel is. Het gemeentebestuur moet aan de hand van de verschillende omgevingswaarden gaan bekijken wat voor een locatie de optimale omgevingskwaliteit is. De wetgever gebruikt hiervoor de metafoor van het mengpaneel. Het moet mogelijk zijn om door het ‘mengen’ van de eisen voor lucht, geluid en geur een optimale kwaliteit van de leefomgeving te krijgen.  

Ruimere normen voor geluid …

Het Rijk zit aan de knoppen van dat mengpaneel omdat het Rijk door middel van het Besluit kwaliteit leefomgeving en het Besluit activiteiten leefomgeving bepaalt of en in welke mate flexibiliteit mogelijk is. Zo is er geen flexibiliteit wat betreft externe veiligheid, maar is er veel flexibiliteit voor geluid. Dat betekent dat het gemeentebestuur in een omgevingsplan niet kan afwijken van de afstandseisen die gelden voor kwetsbare gebouwen, maar het kan wel in het omgevingsplan ruimere normen voor geluid neerleggen, dan de standaardnormen van 50, 45 en 40 dB(A).

… en voor geur

Voor geurnormen mag in het omgevingsplan tot op bepaalde hoogte worden afgeweken van de standaardnormen. Flexibiliteit is overigens niet mogelijk bij normen die door de Europese wetgever zijn opgelegd. Zo kan in een omgevingsplan niet worden afgeweken van bijvoorbeeld de regels die gelden voor Natura 2000 gebieden en de invloed van stikstof op die gebieden. 

Verschillen per provincie

En let ook op de provinciale omgevingsverordening, de opvolger van onder meer de provinciale ruimtelijke verordening op grond van de Wet ruimtelijke ordening. Daarin zullen meer regels komen te staan dan nu het geval is, zodat moet worden afgewacht welke speelruimte provincies aan de gemeente zullen bieden bij de vaststelling van omgevingsplannen. Dit kan sterk verschillen per provincie. 

Geen planhorizon meer

De Omgevingswet beperkt ook het aantal vergunningen dat nodig is om een activiteit uit te voeren. De bouwvergunning blijft en wordt onder de Omgevingswet een vergunning voor bouwactiviteit. Deze vergunning moet, net als nu, worden verleend indien de bouwactiviteit past in het omgevingsplan. Doel van de Omgevingswet is ook om de onderzoekslasten te beperken alvorens een vergunning voor een bouwactiviteit kan worden verleend. Dit doel wil de Omgevingswet bereiken door geen planhorizon meer in de wet neer te leggen. Met andere woorden: een initiatiefnemer hoeft niet meer aan te tonen dat zijn plan binnen tien jaar uitvoerbaar is.  

Wat zijn randvoorwaarden?

Ook wil de wetgever bereiken dat een initiatiefnemer niet meer precies van te voren behoeft te weten hoe zijn plan eruit gaat zien. Het omgevingsplan gaat bepalen wat de randvoorwaarden zijn voor bebouwing in een bepaald gebied, waarna de initiatiefnemer vrij is om binnen die randvoorwaarden zijn initiatief te realiseren. De concrete onderzoekslasten worden dan zoveel mogelijk verplaatst naar het moment dat de toestemming voor het concrete  project wordt verleend. 

Planschade moeilijker vergoed

Verder gaat het planschaderecht op de schop: het zal moeilijker worden om planschade vergoed te krijgen, terwijl ook de drempels voor vergoeding van schade omhoog gaan. Dat is in het bijzonder het geval als het om indirecte schade gaat: vergoeding van de waardedaling van onroerend goed door bouwprojecten in de omgeving zal veel vaker dan nu voor eigen rekening komen

Kortom: de Omgevingswet is voor de bouwpraktijk nu al van belang. De advocaten van Stibbe hebben daarom in samenwerking met het Instituut voor Bouwrecht de ‘Parlementaire Geschiedenis Omgevingswet’ uitgebracht. Daarin staat de parlementaire geschiedenis overzichtelijk en artikelsgewijs beschreven.



De komende tijd wordt de inhoud van de Omgevingswet verder verfijnd. U kunt daarvan op de hoogte blijven door raadpleging van de ‘PG Omgevingswet website van Stibbe‘ en later in nieuwe drukken van de Parlementaire Geschiedenis Omgevingswet. 

U kunt zich ook nog inschrijven voor het Grote Omgevingswet Symposium van het IBR op 4 november 2016 onder voorzitterschap van prof. mr. P.J.J. van Buuren: klik hier om in te schrijven. 



Jan Reinier van Angeren en Jan van Oosten zijn advocaat bij Stibbe en zijn gespecialiseerd in het omgevingsrecht.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels