artikel

‘Investeer 3 promille meer in innovatie’

bouwbreed 22

‘Investeer 3 promille meer in innovatie’

Bouwinnovaties hebben gemiddeld 40 jaar nodig om door te breken, zegt Jos Lichtenberg, hoogleraar productontwikkeling aan de TU Eindhoven. Steden zoals Eindhoven roept hij op tot meer experimenteerruimte en bouwers zouden volgens hem meer geld moeten investeren in innovatie.

Innoveren is net golfen. Zo kijkt Jos Lichtenberg naar bouwinnovaties. “Maar niet iedereen kan een hole-in-one slaan.”

Eindhoven wil de bouw helpen vernieuwen. Eenvoudig is dat zeker niet. De meeste bouwinnovaties sterven in schoonheid na een veelbelovende start. 

Voor de markt moet er een dringende reden zijn om te innoveren

Lichtenberg kan erover meepraten. Met zijn 65 jaar kun je hem moeilijk nog een nieuwkomer noemen. Toch geeft hij de moed niet op. Met initiatieven zoals House of Tomorrow Today blijft hij werken aan vooruitgang.

Gevoel van urgentie

“De vraag blijft een belangrijke driver voor innovatie”, begint Lichtenberg. “Er moet een dringende reden voor de markt zijn om te innoveren. Of de bouw conservatief is? Nou, ik moet zeggen dat thema’s als flexibiliteit en duurzamer hoger op de agenda staan dan tien jaar geleden.”

Ondanks dit lichtpuntje wordt er in de bouw nog “veel vanuit de oude wereld gedacht”, signaleert de hoogleraar: oude ideeën, nieuwe sausjes. “Maar eigenlijk is dat ook kenmerkend voor innovaties in de bouw. Die lopen altijd over decennia. Dat is al eeuwen zo.

Neem nou de spouwmuur. Die kenden we al in 1880. Begin van de vorige eeuw opgenomen in de Woningwet, maar desondanks duurde het nog eens twintig jaar voor deze massaal is toegepast. Voor duurzaamheid geldt hetzelfde. Mijn geschiedenisleraar vertelde me al over de Club van Rome. De woonvoorraden raken op, was toen al de waarschuwing. Maar met innovaties loopt het zo’n vaart niet.”

Waarom duurt het zo lang om te rijpen?

“Prototypes zijn snel gemaakt. Maar van een echte innovatie kun je pas spreken als het op grote schaal wordt toegepast. In andere sectoren gaat dat veel sneller, zoals ICT of hightech. Ik doe ook aan octrooionderzoek soms, om geïnspireerd te raken. Dan sta ik versteld van de uitvindingen die dertig jaar geleden al bedacht zijn. Dan lees ik betogen die problemen oplossen die ik óók wil oplossen.”

Iedereen begint steeds opnieuw

Hij noemt zichzelf geen uitvinder, maar vindt wel uit. Zo bedacht hij de vloer met holle ruimtes waar je van bovenaf leidingen in kunt leggen. “Dat octrooi is al 16 jaar oud, ik ben ook geen eigenaar meer, maar pas nu begint die vloer zijn weg te vinden.”

Kleine stapjes zijn ook stapjes

Nee, wie de bouw wil vernieuwen moet niet denken dat hij of zij morgen miljonair is. “De meeste bedrijven zijn ook al geholpen met kleine innovaties”, sust de hoogleraar. “Het hoeft niet altijd een hoog spektakelgehalte te hebben. Maar in het algemeen denk ik wel dat bouwbedrijven te weinig bewust bezig zijn met innovatie.

In projecten kom ik soms baanbrekende dingen tegen, maar vervolgens worden die niet in het systeem opgenomen. En de volgende keer begint iedereen weer opnieuw met een andere architect en een nieuwe leverancier. Die versnippering helpt de innovatie in de bouw niet natuurlijk.”

Trukendozen

Cassandra Vugts, CEO van de Spark Campus in Brabant, sprak onlangs in Cobouw haar zorgen uit over vooral de grote bouwbedrijven. Zij vraagt zich af of zij wel tijdig genoeg inzien dat innoveren noodzakelijk is. “Grote bedrijven zijn logger dan kleinere, dat is waar. Voor je het weet ben je drie lagen verder. Maar, ik ken ook grote bedrijven die trucs uithalen om dat te doorbreken. Je kunt een aparte tak oprichten bijvoorbeeld. BAM doet dat ook voor de innovatie van woningbouwsystemen. Op die manier voorkom je dat het oude denken dat innovatieproces verstoort.” 

Ik heb me nog nooit belemmerd gevoeld door regelgeving

 Opschalen is de grootste hobbel die vernieuwers moeten zien te overwinnen, vervolgt Lichtenberg. “Vaak gaat het aan de voorkant al mis. We denken nog teveel vanuit de techniek. Of we denken: dit is goed voor de wereld. Maar het begint altijd met een vraag, al zijn er uitzonderingen zoals de iPad, daar heeft ook niemand om gevraagd.

Maar als je kijkt naar energie: niemand zit te wachten op nieuwe vormen. Op comfort denk ik wel. Consumenten willen niet denken in termen van ventilatieoplossingen. Zij denken aan woongenot, gezelligheid en knus.”

De bouw kan wel een lesje sociologie gebruiken?

“Dat denk ik zeker. Lange tijd heeft de bouw de consument niet zien staan, laat staan dat we hem begrijpen …”

Met een hoogleraar fysiologie uit Maastricht draait Lichtenberg aan wat knoppen, om gebouwinstallaties zo in te regelen dat het goed is voor de vetverbranding van mensen. “Hij heeft ontdekt dat je de temperatuur in gebouwen af en toe wat moet laten zakken, tot aan het niveau dat het niet meer comfortabel is. Niet te laag, want dan ga je klappertanden. Maar dat klappertanden doe je wel om warmte te genereren. Dan verbrand je dus vet.”

Overheden kunnen vraag organiseren

Hoe snel adopteert Nederland dit nieuwe inzicht? Veertig jaar? Lichtenberg durft het niet te zeggen. Hij voegt eraan toe dat niemand zich door dit soort gemiddelden moet laten afleiden. “Om te innoveren heb je ook een gezonde dosis naïviteit nodig. Dat er op het ogenblik veel aandacht is voor innovatie is alleen maar goed.
Of overheden ook nog iets kunnen doen? Zeker: zij kunnen de vraag organiseren, gebouwen beschikbaar stellen of industrieterreinen in de strijd gooien.”

Wat dat betreft zijn we in Nederland misschien iets te geordend. Dat zie je ook in de gebouwde omgeving terug. Waarom mixen we niet meer functies? Als je dat doet, zie je vanzelf hele mooie dingen ontstaan. En ja, we zijn een land van protocollen en keurmerken. Maar dat wordt ook vaak misbruikt als excuus. Ik heb me nog nooit belemmerd gevoeld door regelgeving.”

Duurzaam huis zag er tien jaar geleden anders uit

Lichtenberg gaat nog even door met innoveren. Wat hij de mooiste bouwvernieuwing vindt die hij meemaakte? “Dan neig ik toch naar de energiediscussie. Omdat we zulke kleine stapjes maken, dreigen we met zijn allen weleens te vergeten dat we überhaupt stapjes maken. In 2005 was een energiezuinig huis nog compact, had het kleine ramen en een verbrokkelde plattegrond. Als je in de ene kamer stookte, hoefde je dat in en de andere niet te doen.

Innoveer mee in Eindhoven!

Innoveer mee in Eindhoven!
Nu denken we al veel meer. Wat wil de consument? Ik ben fan van het active house. Veel licht en lucht. Van daaruit gaan we rekenen hoe we het energiezuiniger kunnen maken. Dat klinkt heel normaal. En toch blijkt dat een enorme eye opener te zijn.”

Hoe kunnen bouwbedrijven succesvol innoveren?

“Gemiddeld investeert een bouwbedrijf slechts 3 promille van de omzet in innovatie. Bij een gemiddeld hightechbedrijf is dat meer dan tien procent. Dat hoeven bouwers niet doen, maar het zou al heel mooi zijn als je naar 4, 5 of 6 promille zou gaan. Als bouwbedrijf moet je toch ook een toekomstvisie hebben.

Hoe ziet de wereld er over twintig jaar uit? Ik vergelijk het met golfen. Iedereen wil het balletje gelijk in het putje hebben, maar niet iedereen lukt dat. Als je in de goede richting slaat ben je al een eind onderweg. Maar je moet wel weten dat er een putje is. Verder kunnen ze mij natuurlijk ook bellen, haha. Nee. Stel een trekker aan. Maak iemand verantwoordelijk. Geef innovatie een plek, naast het blussen van je dagelijkse brandjes, en doe het georganiseerd.”



Eindhoven organiseert op 24 oktober het congres The making of our future. Wethouder Yasin Torunoglu wil de bouwsector inspireren en daagt ze uit met oplossingen te komen die innovatie helpen bevorderen. De presentatie is in handen van Cobouw-verslaggevers Joost Zwaga en Thomas van Belzen.

Wij mogen 25 kaarten weggeven voor dit innovatie-evenement. Stuur een mail met je contactinfo aan hello@designinnovationgroup.nl 



 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels