artikel

Gww kiest vaak voor een gebruikte machine

bouwbreed Premium

Gww kiest vaak voor een gebruikte machine

De economische crisis heeft de Nederlandse markt voor zware grondverzetmachines ingrijpend veranderd. Bedrijven in de gww-sector die vroeger gewend waren een nieuwe machine te kopen als de oude ‘op’ was, kiezen nu vaker voor een gebruikt exemplaar. Dat is duidelijk een trend geworden, stellen de verkopers van Krommenhoek uit Apeldoorn vast.

Krommenhoek handelt al zestig jaar in nieuwe en gebruikte grondverzetmachines, heftrucks, verreikers en andere zwaar materieel voor bouw en industrie. “Een jonge gebruikte machine met weinig draaiuren wordt tegenwoordig vaak gezien als een goed alternatief voor nieuw materieel,” zegt directeur Martijn Krommenhoek.

De wereldwijde vraag naar tweedehands materiaal betekent niet dat er minder nieuwe machines worden verkocht, voegt Krommenhoek er direct aan toe. “Dat is zeker niet het geval. Ik heb het specifiek over de Nederlandse markt. Wereldwijd wordt er nog heel wat nieuw materiaal verkocht, de fabrieken staan beslist niet stil. In landen als Spanje en Portugal waar voor de gww jarenlang nauwelijks werk was, keert de markt gaandeweg terug. De bouw trekt daar aan en daarmee komt de vraag naar nieuwe machines ook weer op gang.”

Dat ondernemers vaker kiezen voor een gebruikte machine heeft veel te maken met de prijs. Het prijsverschil tussen nieuw en gebruikt materieel bedraagt vaak tienduizenden euro’s. Krommenhoek wijst op de prijsverhogingen die fabrikanten hebben doorgevoerd wegens de extra voorzieningen waarmee ze hun producten moeten uitrusten om aan de strengere milieueisen te voldoen.

Een willekeurig voorbeeld maakt duidelijk om welke bedragen het kan gaan. “Een roterende verreiker kost nieuw 150.000 euro. Een machine van vier jaar oud met maximaal 1500 draaiuren, waarvan de nieuwprijs voorheen rond de 140.000 euro lag, wordt nu aangeboden voor ongeveer 95.000 euro. Dat is een interessant prijsverschil. Als een nieuwe machine niet strikt nodig is, ligt de keuze voor de hand.”

Maar de kosten zijn niet de enige verklaring voor de populariteit van occasions. De levertijd van een nieuwe machine kan aardig oplopen en de moderne motoren en de elektronica waarmee ze zijn uitgerust, zijn bovendien niet bij elke gebruiker even geliefd. Ook efficiency-overwegingen spelen een rol bij de keuze tussen nieuw en gebruikt. Ondernemers stellen zich de vraag hoe rendabel het is om te investeren in gloednieuw materieel als ze dat niet continu kunnen inzetten. Krommenhoek: “Als een bedrijf geen vijf dagen per week en acht uur per dag werk heeft voor een machine, kan soms ook met een goede gebruikte worden volstaan.”

Krommenhoek is vanouds gespecialiseerd in jonge gebruikte machines die, zoals de directeur het uitdrukt, “nog een heel leven voor zich hebben.Zeg maar het nettere spul van goede kwaliteit”, vat Krommenhoek het assortiment samen.

De Apeldoornse firma, een familiebedrijf dat in 1955 werd opgericht door Krommenhoeks opa Willem, later werd voortgezet door zijn vader Ruud en nu wordt geleid door Ruud en Martijn als derde generatie, is actief in negentig landen. “In het begin waren wij voornamelijk actief in Nederland. In de jaren negentig kwam de export erbij, vooral naar Portugal en het Midden-Oosten. Sinds het internet is het sneller gaan rollen. Toen konden we in één keer de hele wereld bedienen,” vertelt de directeur-eigenaar.

Leeuwendeel

De omzet bedraagt jaarlijks tussen 10 en 15 miljoen euro. Ongeveer een kwart ervan wordt behaald op de Nederlandse markt, het leeuwendeel komt van markten in Europa, Azië, Australië, Zuid-Amerika en sommige delen van Afrika.

De handel bestaat uit een breed gamma aan machines zoals verreikers, shovels, graafmachines, heftrucks. “Je moet nooit op één paard wedden”, vindt Krommenhoek. De machines worden gekocht in zowel het binnen- als het buitenland en afgezet in het land waar de vraag op dat moment het grootst is. Dat hangt samen met de economische situatie in het betreffende land.

Kwaliteit en bouwjaar zijn bij aankoop de kritische factoren. “Door buitenlandse leasemaatschappijen afgestoten machines zijn nog prima in te zetten in te zetten in Nederland,” zegt Krommenhoek. Omgekeerd is er voor Nederlandse machines vaak weer markt in het buitenland. “Door de crisis kreeg de gww-sector ook in Nederland flinke tikken, dat bood voor ons weer mogelijkheden. De machines die werden afgedankt konden wij doorverkopen naar het buitenland. Dat is een continu proces. Het ene jaar gaat het slecht in IJsland, het volgende jaar in Roemenië, dan weer in Spanje. Een crisis biedt kansen, net als een hoogconjunctuur. Daar moet de handel continu op schakelen.”

Peter de Lange

Reageer op dit artikel